Doorbraak: zó stalen nazi's kunst van Joden

AMSTERDAM - Onoorbare praktijken in zijn Münchener veilinghuis tijdens de Tweede Wereldoorlog? Nee, niet dat hij wist. Eigenaar Adolf Weinmüller heeft altijd volgehouden zich daarvan niets te herinneren. Er zouden ook geen bewijsstukken zijn, in de vorm van veilingcatalogi uit de periode 1933-1945. Niets wees erop dat er in die tijd door hem kunstwerken werden geveild van Joodse kunsthandelaren - handelaren wier bezit door de Gestapo was geconfisqueerd.


Bij Weinmüller navraag doen, was zinloos: hij stierf in 1958. Trouwens, was hij na de oorlog niet volledig gerehabiliteerd? Er was niets aan de hand, volgens hem.


Sinds zaterdag weten we beter. Toen publiceerden de Frankfurter Allgemeine Zeitung en de Süddeutsche Zeitung over 44 'geannoteerde' veilingcatalogi uit de oorlogsperiode. Afkomstig uit het veilinghuis Weinmüller dat sinds 1958 Neumeister heet.


Wat blijkt? Van de 34.500 objecten die er voor en tijdens de oorlog bij Weinmüller werden geveild, was veel afkomstig van Joods bezit. Weinmüller had het er zelf bijgeschreven: welk schilderij door de Gestapo was ingebracht en door welk museum het was gekocht. Zelden is een document teruggevonden dat zo duidelijk maakt hoe de handel van roofkunst destijds in elkaar stak. En wie erbij betrokken waren.


De zaak kwam aan het rollen toen een medewerker van veilinghuis Neumeister in de kelder ging kijken. In de meterkast vond ze de 44 catalogi waarvan niemand het bestaan wist. Eigenaresse Katrin Stoll besefte meteen wat ze in handen had. Stoll had het veilinghuis van haar ouders voortgezet, die het op hun beurt hadden overgenomen van Adolf Weinmüller.


Pikant is dat Stoll eerder onderzoek liet doen naar het verleden van haar veilinghuis. Vorig jaar verscheen het boek Kunsthandel im Nationalsozialismus: Adolf Weinmüller in München und Wien. Geschreven door kunsthistorica Meike Hopp, in opdracht van Stoll. Daaruit bleek hoezeer Weinmüller invloed had op de maatregelen die de Nazi's namen om Joodse kunsthandelaren hun beroep te ontnemen. Met als gevolg dat Weinmüller een monopoliepositie kreeg.


Er waren eerder aanwijzingen dat Weinmüllers veilinghuis besmet was. In 2007 moest het Weense Belvedere een schilderij van Friedrich von Amerling teruggeven. Vijf jaar later volgde een schilderij van Ferdinand Georg Waldmüller, een bruikleen uit het Landesmuseum in Oldenburg. Beide kunstwerken waren oorspronkelijk van de Joodse architect Ernst Gotthilf uit Wenen. Beide stukken waren tijdens de oorlog bij Weinmüller geveild.


De gevonden catalogi zijn een doorbraak in het opsporen van roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog. Tot nu toe houden veilinghuizen deze historisch documenten geheim. Nooit kwam naar buiten hoe de handel in Joodse eigendommen, via veilingen, verliep, waar de kunstwerken vandaan kwamen en door wie ze zijn gekocht. Veilinghuizen zijn juridisch niet verplicht deze gegevens openbaar te maken.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden