Door wanbeleid zijn de Irakezen gaan nadenken over een relatie met IS

Van een Iraakse functionaris hoorde ik onlangs dit verhaal: toen Islamitische Staat deze zomer Mosul innam, gingen de soennitische jihadistische strijders, onder wie veel buitenlanders, van deur tot deur. Op de huizen van christenen schreven ze 'Nassarah', een archaïsch Arabisch woord voor christenen. Op de huizen van sjiieten schreven ze 'Rafidha', wat betekent 'zij die afwijzen', namelijk de soennitische opvatting over wie er kalief, ofwel leider van de moslimgemeenschap, is na de dood van de profeet Mohammed. Het interessante is volgens deze Iraakse beambte dat 'Rafidha' in Irak nauwelijks bekend is als woord voor sjiieten. Het is een woord dat door wahabistische fundamentalisten in Saoedi-Arabië wordt gebruikt.

Het verhaal intrigeerde me omdat het benadrukte hoezeer de werkwijze van IS lijkt op die van een 'indringende soort' in de wereld van planten en dieren. IS is geen inheems verschijnsel in het Iraakse of Syrische ecosysteem. Het heeft nooit eerder in dit landschap wortelgeschoten.

Soms is het verhelderend om ontwikkelingen in de geopolitiek te beschrijven in termen uit de natuur. Op de website van het Amerikaanse Nationale Arboretum staat: 'Binnendringende plantensoorten floreren op plekken waar de continuïteit van een natuurlijk ecosysteem verbroken is en ze komen veel voor op verstoorde plekken zoals bouwterreinen. In sommige gevallen kunnen dergelijke niet-inheemse soorten ernstige ecologische verstoringen veroorzaken. In het ergste geval kunnen binnendringende planten [...] andere planten meedogenloos verstikken.'

Het lijkt me een beschrijving die naadloos op IS van toepassing is. IS is een coalitie. Een deel daarvan bestaat uit soennitische jihadisten van over de hele wereld: Tsjetsjenië, Libië, Groot-Brittannië, Frankrijk, Australië en vooral Saoedi-Arabië. Ze kunnen zich ondanks hun relatief geringe aantal zo ver en zo snel verspreiden, omdat de ontwrichte Iraakse en Syrische samenlevingen deze buitenlandse jihadisten allianties hebben laten smeden met seculiere, daar geboren Iraakse en Syrische soennitische stamleden en met voormalige Baathistische legerofficieren die niet zozeer religieuze grieven hadden, maar het totaal oneens waren met hoe Irak en Syrië werden bestuurd.

Nu zet IS alle inheemse Iraakse en Syrische soorten onder druk. Ze hebben gezworen de diversiteit van deze eens polyculturele samenlevingen terug te dringen en te veranderen in grauwe, jihadistische, soennitisch-fundamentalistische monoculturen.

Hoe bestrijd je een binnendringende soort? Volgens het Nationale Arboretum door 'voorzichtig gebruik van systemische verdelgingsmiddelen' (Obama's luchtaanvallen) en door ook voortdurend te werken aan het versterken en 'in stand houden van een gezonde leefomgeving voor inheemse planten' (Obama's pogingen om in Bagdad een regering van nationale eenheid van sjiieten, soennieten en Koerden te vormen).

Over het algemeen hebben we echter in de loop van de jaren in Irak, en ook in Afghanistan, veel te veel bestrijdingsmiddelen gebruikt (wapens en training) en veel te weinig geïnvesteerd in de beste verdediging tegen binnendringende soorten (een niet-corrupt, rechtvaardig bestuur). We zouden de Iraakse regering onder druk moeten zetten ervoor te zorgen dat alle Irakezen die nog onder haar gezag vallen 24 uur per dag stroom hebben, werk en beter onderwijs krijgen, naast meer persoonlijke veiligheid.

'Door wanbeleid zijn de Irakezen gaan nadenken over een relatie met IS, vanuit de overweging dat hun belangen daarmee beter zouden zijn gediend dan met trouw aan hun eigen overheid', zegt Sarah Chayes, van de denktank Carnegie Endowment. Het Iraakse leger werd door veel Iraakse soennieten gezien als 'de sterke arm van een netwerk van zakkenvullers'. Het doel van IS is nu om ons erbij te betrekken zodat we soennitische steden gaan bombarderen. Dan worden de soennieten die zich nog niet bij IS hebben aangesloten tegen Amerika opgezet en in de armen van IS gedreven.

We overschatten altijd het nut van militaire training en van militaire kracht en we onderschatten wat Arabieren en Afghanen het liefst hebben: fatsoenlijk en rechtvaardig bestuur. Zonder dat laatste creëer je geen echte burgers die bereid zijn te vechten en zonder die bereidheid kun je ze trainen tot je een ons weegt.

Dat kan iedere generaal je vertellen of elke tuinman.

© The New York Times

Vertaling: Leo Reijnen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.