Door te zout eten krijgt Nederland er in tien jaar 150 duizend nierpatiënten bij - Klopt dit wel?

Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Deze week: door te zout eten krijgt Nederland er in tien jaar 150 duizend nierpatiënten bij.

in de RIVM-simulatie scheelde zoutreductie slechts 1 procent van alle nierschadegevallen. Anders gezegd: 100 mensen moeten hun zoutconsumptie minderen om één geval aan chronische nierschade te voorkomen. Beeld anp

Van wie komt die claim?

'Schokkende onderzoeksresultaten' van het RIVM, constateerde damesblad Margriet onlangs: omdat Nederlanders dagelijks 9 gram zout eten in plaats van de aanbevolen 6 gram, leidt dat de komende tien jaar tot zo'n 150 duizend extra gevallen van chronische nierziekte. Ook RTL Nieuws en AD noemden het cijfer. Het getal komt niet toevallig in het nieuws: de Nierstichting, die het RIVM-onderzoek financierde, trapt deze maand een bewustwordingscampagne af om te waarschuwen voor zout.

Klopt het?

Voor de berekening van de 150 duizend nierpatiënten verwijst de stichting naar de onderzoeksverantwoording in de Journal of Public Health. De wetenschappers stopten een afspiegeling van de Nederlandse bevolking in een digitale tijdmachine en lieten hen daarin twintig jaar lang zo veel zout eten als ze nu ongeveer doen (9 gram per dag), of minder (6 gram per dag). Uit de computersimulatie rolde vervolgens wat dat aan nierpatiënten scheelt: die 150 duizend per tien jaar dus.

Helemaal waterdicht is zo'n computersimulatie nooit, zegt internist Peter de Leeuw van het Maastricht UMC. 'Het is een model hè. De werkelijkheid kan heel anders uitpakken.' De simulatie is zo goed als de onderliggende aannames, merkt hij op, en dat introduceert veel onzekerheden. Zo namen de onderzoekers een groep Groningers met afwijkende nierfunctie als basis voor heel Nederland. De zoutinname van de Groningers was met twee urine-metingen bepaald, maar volgens De Leeuw zijn die erg gevoelig voor toevallige fluctuaties. Dat maakt het getal van 150 duizend nierpatiënten per tien jaar vooral een grove schatting: het zou lager of hoger kunnen uitpakken.

Niettemin is het aannemelijk dat de zoutconsumptie in Nederland heel wat nieren overbelast en het aantal extra nierpatiënten als gevolg daarvan inderdaad in de duizenden per jaar loopt, beaamt De Leeuw. Op het totaalplaatje blijkt het risico echter bescheiden: in de RIVM-simulatie scheelde zoutreductie slechts 1 procent van alle nierschadegevallen. Anders gezegd: 100 mensen moeten hun zoutconsumptie minderen om één geval aan chronische nierschade te voorkomen. Veruit de meeste nierslijtage ligt aan andere zaken, zoals diabetes, veroudering en overgewicht.

Toch is zoutmindering niet vruchteloos, zegt nefroloog Marc Vervloet van het VUmc Amsterdam. Het beschermt ook tegen andere medische problemen, zoals hart- en vaatziekten.

Eindoordeel?

Zout kan de nieren inderdaad overbelasten en het is denkbaar dat dat 150 duizend nierpatiënten per tien jaar scheelt. Dat komt neer op 1 procent minder nierschadegevallen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.