Door onderdanigheid te veinzen kunnen we relaties met anderen aangaan

Waarom doen zoveel mensen zich dommer voor dan ze zijn? Waarom weet iedereen de oplossing voor een groot aantal maatschappelijke problemen en waarom komt die oplossing er niet?...

Iedereen in Nederland weet dat het onderwijs onvoorstelbaar zalverbeteren als je kiest voor een ander financieringssysteem; als je zorgtdat de financiering niet langer afhangt van het slagen van de studenten.Toch komt zo'n ander financieringssysteem er niet. Iedereen in Nederlandweet dat de privatisering van publieke diensten niet werkt, omdat dieberust op het onjuiste beeld van de burger als aartsvrek en parasiet. Tochprivatiseren de energie en de zorg.

Het zijn niet zulke problemen en oplossingen zelf die me interesseren,maar de onderliggende mechanismen. Er moet een reden zijn om problemenonopgelost te laten en liever dom te lijken dan verstandig. Er moet eenbelang schuilen in onnozelheid. Want anders dan grondleggers van onzeburgerlijke rechtstaat als Hobbes en Rousseau geloof ik niet dat de mensook werkelijk dom is.

Thomas Hobbes meent althans in zijn boek Leviathan dat wij allemaal evendom zijn, juist omdat iedereen denkt dat hijzelf verstandiger is dan derest: 'Dit bewijst eerder dat mensen in dit opzicht gelijk aan elkaar zijndan ongelijk. Doorgaans bestaat er immers geen duidelijker teken dat ietsgelijkmatig is verdeeld dan dat iedereen met zijn deel tevreden is.' Uithet feit dat ieder van u tevreden is met zijn eigen intelligentie, blijktdat u allemaal even dom bent. Of even slim natuurlijk. Maar het feit datu desondanks denkt dat u veel slimmer bent dan de rest, duidt op domheid.

Volgens mij is Hobbes hier te streng en is die tevredenheid over onzeeigen intelligentie een veel ingewikkelder emotie dan hij suggereert. Wantvolgens mij zijn veel mensen in het openbaar eerder trots op hun fouten endurven ze gemakkelijker iets op te biechten dat duidt op hunstompzinnigheid, dan dat ze iets vertellen waardoor de indruk zou kunnenontstaan dat ze slim zijn. Een paar jaar geleden vond ik deze opvattingterug bij de essayiste Carry van Bruggen. En omdat ook Carry van Bruggenzich graag dommer voordeed dan ze was, kreeg haar theoretische inzicht devorm van een onnozel verhaal over een handwerkles.

Haar vroeg-twintigste-eeuwse verhaal Het lege garenkaartje beschrijftde handwerkles van een meisje dat niet kan handwerken. Die onmacht wordtin twijfel getrokken door het onderwijzend personeel, dat op het standpuntstaat 'willen is kunnen' - een onderwijsprincipe dat op haar beurt weer intwijfel wordt getrokken door het meisje, dat zich afvraagt 'waarom zou ikeigenlijk niet willen als ik kón?', en 'hoe kan iemand willen wat hijhelemaal niet kan?' Dit is de situatie als het verhaal begint. Een dingnog: er is een nieuwe handwerkjuf.

Die juffrouw is vorige week gearriveerd en heeft na een blik op degroezelige, halve kous van ons meisje gezegd: 'Jij bent zeker wel knapperin andere dingen.' Het meisje heeft daarop het plan opgevat deze juffrouwte redden uit een brandend huis, haar te verplegen wanneer ze de pestkrijgt of de zwarte pokken, of anders met een rode zakdoek de trein totstoppen te brengen zodra die dreigt de juffrouw te overrijden.

Haar verlangen naar domheid ontstaat wanneer ze opnieuw steken heeftlaten vallen en de nieuwe juffrouw moet vragen het breiwerk te repareren.Staande naast de tafel van de juf ziet ze een leeg garenkaartje liggen metdaarop de tekst: 'Etes-vous content de cet article?' De juf vraagt of zedat kan vertalen. 'Zijt gij tevreden', vertaalt het meisje. 'En ineensvoelt ze, dat het de juffrouw tegen vallen zou, dat het een teleurstellingvoor haar zou wezen, als ze goed vertaalde, als ze over zei.' En dus doetze met tranen in de ogen de juffrouw een plezier en zegt 'van'.

U zult het ermee eens zijn dat dit een onverbloemd erotische passage is.De erotiek schuilt in de bereidheid van het meisje om zich dommer voor tedoen dan ze is. Dommer en blonder. In die geveinsde onderdanigheid ligt deovereenkomst tussen erotiek en onze burgerlijke maatschappij. We geven onzesuperieure autonomie op en schikken ons in een constitutie, omdat we dooronderdanigheid te veinzen relaties met anderen kunnen aangaan.

Begrijp je dit eenmaal dan zie je opeens hoe overal fouten wordeningezet als middel tot gemeenschapsvorming. De bereidheid om te falen iseen van de weinige bindende factoren in onze multiculturele enpluralistische samenleving. Bestuurders maken opzettelijk fouten metfinancieringssystemen en privatisering om een sfeer van saamhorigheid tecreëren, politici falen om de kloof tussen burgers en overheid te dichten,administratief personeel laat steken vallen voor de gezelligheid, en depublieke omroep maakt slechte televisie om een groter kijkerspubliek tebereiken.

Ik zeg niet dat mensen deze fouten gemakkelijk maken. Het meisje in hetverhaal van Van Bruggen worstelt er pagina's lang mee. De ellende is datje nooit mag laten merken hoe opzettelijk en hoe superieur je faalt. Eniedereen die zo slim is om het mechanisme te doorzien, wordt daaromtegelijk gedwongen te suggereren dat hij te dom is het mechanisme tedoorzien. Maar ook al mag je dus nooit openlijk praten over het grotebelang van fouten voor de gemeenschapsvorming, doe ik dat tergeruststelling toch. Want zo slim ben ik ook wel weer.

Of zoals mijn handwerkjuffrouw ooit tegen mij zei: 'Als goochem doodgaatkrijg jij zijn hoedje op.' En dat zei ze pas toen ik werkelijk alle stekenhad laten vallen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden