Reportage Stef Blok

Door minister Stef Blok lijkt het Nederlandse buitenlandbeleid een zwart gat geworden

Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok in december 2018 op bezoek in het Iraakse Fallujah, waar met Nederlands geld een belangrijke brug wordt herbouwd. Beeld Evert-Jan Daniels / ANP

Vandaag verdedigt minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok zijn begroting in de Tweede Kamer. Maar veel parlementariërs vragen zich af waar hij eigenlijk voor staat. Het voormalige gidsland Nederland worstelt op alle fronten met zijn stellingnames. Er valt genoeg te kiezen, maar Blok lijkt niet in staat te zijn een duidelijke richting te geven.

Heeft Nederland wel een buitenlands beleid, en zo ja: welk? Die vraag stellen steeds meer mensen, inclusief diplomaten, al zijn ze doorgaans beleefd genoeg hem niet te betrekken op de persoon van minister Stef Blok zelf. Bernard Bot, die een lange carrière als diplomaat afsloot met het ministerschap, spreekt van ‘de versplintering’ van het buitenlands beleid. ‘Wat ontbreekt is de grote lijn.’

De oorzaken voor dat zwarte gat in het Nederlandse buitenlandbeleid zijn divers. Los van de ‘technocratische’ aanpak van Blok en de moeilijke coalitie waarin hij opereert, is er ook nog de buitenwereld zelf: die wordt steeds complexer en onbegrijpelijker. Oude, vaste handvatten van de Nederlandse diplomatie zijn aan erosie onderhevig: de internationale rechtsorde, het multilateralisme, de Navo, de Europese Unie.

Maar dat schreeuwt juist om een minister die richting geeft, zegt Lilianne Ploumen (PvdA), als oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel geen onbekende op het ministerie. ‘We kunnen in deze wereld niet alleen volgend zijn, we moeten zelf voorstellen formuleren. We maken onszelf geopolitiek veel te klein.’

Der Mann ohne Eigenschaften

De (VVD-)ministers waren op toen Halbe Zijlstra vorig jaar viel over een verzonnen verblijf met Poetin in diens datsja. En dus deed premier Rutte een beroep op een van zijn trouwste helpers, Stef Blok. Een stille politieke fixer, niet te beroerd voor lastige klusjes. Het is de degelijkheid, maar ook de saaiheid van de filiaalhouder van de ABN Amro in Nieuwkoop die hij ooit was.

De verbazing was dan ook groot toen juist Blok kort na zijn aantreden als minister een grote rel veroorzaakte met wilde uitspraken over de onmogelijkheid van een ‘vreedzaam samenlevingsverband’ in een ‘multiculturele samenleving waar de oorspronkelijke bevolking nog woont’. Sindsdien treedt Blok op als de door Mark Twain opgevoerde kat, die na een sprong op een hete oven niet alleen niet meer op hete ovens springt, maar helemaal niet meer springt.

Met buitenlands beleid heeft Blok niets – maar dat is eerder regel dan uitzondering bij politieke benoemingen. Toch blijkt enige verbeeldingskracht onmisbaar in dit vak: niet zelden vergroot Blok de irritatie onder zijn gehoor door, ongeacht het onderwerp of het moment, te blijven spreken met dezelfde monotone stem die met geregelde tussenpozen – alsof hij dan van zichzelf wakker schrikt, of dat er weer een nieuwe batterij in zit – plots even de hoogte in schiet.

‘Hij werkt hard en maakt minder fouten dan in het begin’, zegt diplomatie-watcher Robert van de Roer, ‘maar hij blijft een behoorlijk kleurloze fixer, die van probleem naar probleem rent zonder dat je ooit een idee krijgt waar Nederland conceptueel voor staat in de wereld. In voetbaltermen: het zijn eindeloze tikkies breed, zonder ooit een dieptepass.’

Gespleten coalitie, hardvochtig beleid

‘Nederland heeft eigenlijk geen buitenlands beleid’, zegt Ploumen. ‘Het is gegijzeld door verschillen tussen de coalitiepartijen. Alles gaat ten onder in onderling gekibbel.’ Als voorbeelden noemt ze de patstelling over Nederlandse Syriëgangers, het recente debat over hoe Nederland moest reageren op de Turkse inval in Syrië, en de stellingname over het beginnen van EU-toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië.

Over al die belangrijke onderwerpen is de coalitie diep verdeeld. ‘Dat is niet in het Nederlandse belang’, vindt Ploumen. ‘Enerzijds dwingt het Blok tot stilstand, anderzijds tot wankelmoedig optreden.’ Bot relativeert dit inktzwarte beeld en wijst erop dat ‘we er altijd sterk in zijn onszelf af te prijzen en onze zwakheden te etaleren, we vergeten dat we als land internationaal nog steeds een goed figuur slaan’.

Maar de Nederlandse opstelling inzake EU-uitbreiding is wel een voorbeeld van hoe de afwerende, nationalistische tendensen in het parlement doorwerken in het buitenlands beleid. De Russen, de Turken, de Chinezen, de Saoediërs – ze lachen zich een breuk, zo kun je bij het Europees Parlement beluisteren, over de recente weigering van Frankrijk, Nederland en Denemarken om de onderhandelingen te beginnen, tegen de wens van 24 lidstaten en de Commissie in. ‘Dit kost Nederland punten’, luidt het in Brussel (ook al had Nederland zijn verzet tegen Noord-Macedonië al laten varen). Maar de episode ging in Nederland tamelijk onopgemerkt voorbij.

In een Clingendael-onderzoek werd dit jaar al vastgesteld dat ons land slecht scoort in Europa als het gaat om flexibiliteit, het tonen van empathie en solidariteit met andere lidstaten. De Nederlandse diplomatie wordt weliswaar ‘heel positief gezien, goed voorbereid en zeer geloofwaardig’, maar de inzet wordt ook ervaren als ‘afgemeten’, inflexibel en ‘staat niet bekend om zijn innovatieve ideeën’.

Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok in het vluchtelingenkamp Baharka in de Iraakse stad Erbil, waar op drift geraakte mensen uit de regio worden opgevangen. Beeld Evert-Jan Daniels / ANP

Bot zegt over het ‘anti-Europese sentiment’ in het parlement: ‘Ik denk dat we een beetje mee walsen met Thierry Baudet, met Wilders, dat was opeens populair. Maar de Brexit heeft een samenbindend effect gehad op de overigen. Wat je ook van Europa kunt zeggen: iedereen wil erbij. Uiteindelijk kun je die uitbreiding niet ontlopen. Dus maak die landen klaar. En vergeet niet: een EU van 500 miljoen burgers is mooi, maar een EU van 600 miljoen is nog mooier. Je zit straks tegenover India met meer dan een miljard mensen, China, enzovoorts.’

Premier van Europese Zaken

Het goede nieuws, zegt Bot, is dat het gezag van premier Rutte in Europa zo is toegenomen en dat Rutte van de weeromstuit ‘van eurotwijfelaar toch wel een overtuigd Europeaan geworden is’. Maar het betekent ook dat in de Europese besluitvorming de rol van de minister van Buitenlandse Zaken steeds marginaler wordt. En de besluitvorming minder transparant. Bot: ‘Vroeger zaten er nog ambassadeurs bij, nu niet meer. Ik heb al die Europese raden samen met Balkenende gedaan. En dat was heel nuttig, want dan kon je met hem overleggen. Nu moeten de leiders alles alleen doen. Ik vind dat heel bizar. Lekker bij het diner met elkaar. Dan kunnen we elkaar de huid vol schelden en zien hoe en wat. Maar het is vanuit het standpunt van democratie, laat ik voorzichtig zijn, een interessante ontwikkeling.’

Rutte heeft statuur, zegt ook Van de Roer. ‘Hij wordt vaak als een van de eerste drie in de EU geconsulteerd, zoals je ook merkt in de Brexitonderhandelingen.’ Maar voor Blok betekent het een lager profiel. Hij kan daar goed mee leven, want Blok is tot dusver niet op een Europese (of andere) visie betrapt – terwijl Rutte in Zürich pleitte voor een Europese rol als geopolitieke speler, en minister van Financiën Wopke Hoekstra Berlijn uitkoos om zijn Europese visie te verkondigen.

Europa blijft ‘het enige echte anker’, aldus Bot, ‘maar militair Europees alleen, dat redden we niet. Nederland zou kunnen zeggen: ja, die Navopijler, daar is betonrot. Daar doen we wat aan.’ Door de defensiebegroting op peil te brengen én door met andere Europese landen capaciteiten te poolen.

Ook drie net afgezwaaide Nederlandse topdiplomaten vielen hem deze week bij tijdens een geopolitiek forum op de permanente vertegenwoordiging van Nederland in Brussel. In 2004 ging het ministerie van Buitenlandse Zaken met de berucht geworden leuze ‘Europa? Best belangrijk’ de hort op. Nu zegt iedereen: Europa is cruciaal – als machtsmiddel om overeind te blijven tussen grootmachten als Amerika, China, Rusland. Maar er is ook consensus over dat Europa voor die grootmachten (nog) geen speler van betekenis is.

Hoe valt dat gat tussen ambitie en realiteit te dichten? En wat doe je in de tussentijd? Er is dus, ook voor de Nederlandse diplomatie, genoeg denkwerk te verrichten. En er valt wat te kiezen.

Geen Hanze maar Fransen?

Hoe verder met de EU na de Brexit? En met de Navo onder Trump? En met de Wereldhandelsorganisatie onder Trump en Xi Jinping? In deze onzekere tijden ijvert Nederland voor de redding van multilaterale verbanden en internationale spelregels. Maar omdat die oude instrumenten voor het behartigen van nationale belangen onder druk staan, kan het denken daar niet ophouden. Waar moet Nederland het accent leggen? Ook in de vaststelling dat Europa belangrijk is, zitten nog geen keuzes ingebakken.

Ed Kronenburg, tot dit jaar ambassadeur in China, zegt: ‘De VS en China maken internationaal de dienst uit, in een speelveld zonder regels. Dat maakt het voor Nederland heel moeilijk.’ En dwingt tot het maken van keuzes. ‘Wil je meer bevoegdheden geven aan Brussel of je neerleggen bij eeuwige afhankelijkheid (van de VS, red.’)? Kronenburg vindt ook dat Nederland ‘niet moet wachten’ op EU-consensus, maar de gezamenlijkheid moet opzoeken met gelijkgezinde landen – binnen en buiten de EU, dus inclusief Groot-Brittannië. ‘Je moet je politieke positie met macht kracht bij kunnen zetten, anders tel je niet mee.’

En dan kom je vaak niet direct uit bij de Hanze-coalitie van kleinere lidstaten waarmee Nederland binnen de EU voor budgettaire discipline vecht, maar bij oriëntatie op – of aansluiting bij – de grote landen in Europa. Ook CDA-senator Ben Knapen pleit daar al langere tijd voor. President Macron die de Navo voor hersendood verklaart – fraai is het niet, en wellicht ook onjuist. Maar Renée Jones-Bos, die net als ambassadeur in Moskou is afgezwaaid, vindt ‘dat het debat gevoerd moet worden’. Het is ‘heel erg moeilijk’ voor de EU om een gemeenschappelijk buitenlands beleid van de grond te tillen. ‘Ga je dan toch niet uit van één of twee landen die het initiatief nemen, waarbij de rest zich aansluit?’ Maar hoe kun je je aansluiten bij een Frans-Duitse as waarvan het Duitse deel in katzwijm ligt?

Niet ‘minder, minder’ maar meer, meer

Nederland heeft een van de meest expansieve begrotingen sinds tijden, maar het hele buitenlands beleid (buitenlandse zaken, ontwikkelingssamenwerking, defensie) krijgt er geen cent bij. Het kabinet zet in op de Navo en de band met de VS, maar weigert openlijk de aangegane verplichting van 2 procent van het nationaal inkomen naar defensie-uitgaven in 2024 te voldoen. Onder vorige kabinetten is zwaar bezuinigd op ontwikkelingsgeld en ook op diplomatie.

Deze financiële keuzes werken door in het buitenlands beleid. Op veel plaatsen in de wereld is Nederland minder zichtbaar dan voorheen. Waar het wel zichtbaar is, in Europa, maakt het zich bij veel landen niet geliefd vanwege zijn onbuigzame standpunten.

De derde van de drie pas afgezwaaide topdiplomaten die deze week in Brussel te beluisteren waren, is Henne Schuwer. Ook hij benadrukt het belang van investeren in goede bilaterale relaties. Dat kost tijd, geld, moeite en betrokkenheid, maar een vloeibare wereld vraagt erom. ‘Toen wij als diplomaat begonnen’, grapte Schuwer, ‘waren we een gidsland. We kochten 216 F-16’s, gaven veel uit aan ontwikkelingshulp en hadden over alles een mening. Dat laatste is gebleven, de andere punten niet.’

Zo bezien is Bloks pragmatische maar ook fletse en soms onzichtbare buitenlandbeleid een perfecte uitdrukking van de gespleten houding van dit kabinet jegens de buitenwereld. De risico’s worden gezien en onderkend, maar Nederland blijft er vooralsnog van uitgaan dat anderen de investeringen doen en de hete kastanjes uit het vuur halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden