'Door mijn nonchalance' heb ik kansen laten lopen'

Daoed Mansoor (57) staat op het punt zijn carrière te beginnen, want hij voelt zich pas 19. Als hij eerst dat geld van Yves Saint Laurent maar teruggekregen heeft....

'De afgelopen winter heb ik hem weer eens op tv gezien: modeontwerper Yves Saint Lau rent. Ik weet bijna zeker dat het Patek Philippe-horloge dat hij draagt hetzelfde is als dat ik in de jaren zestig voor 800 gulden aan hem heb beleend. Het zal nu minstens 25.000 gulden waard zijn. Maar Saint Laurent weigert het terug te geven. Ik heb een brief van zijn zaakgelastigde, waarin die me schrijft dat het is zoekgeraakt en dat verder schrijven geen zin heeft, want ze geven me geen antwoord meer. Onbegrijpelijk dat mensen die zo onmetelijk rijk zijn, zich zo klein tonen.

Nu moet ik toegeven dat ik jarenlang niet meer aan het horloge heb gedacht. Er zijn zo veel andere dingen in mijn leven gebeurd dat ik het waarschijnlijk heb verdrongen. Ik ben altijd een avonturier geweest. In de jaren dat ik het horloge beleende, was ik een soort mede-eigenaar van een bar in Torremolinos, waar toen veel Nederlanders kwamen. Het was een goede bar, met veel beroemde bezoekers, maar zo nu en dan moest ik weg uit die omgeving.

Marokko was relatief vlakbij. Daar ging ik naartoe, omdat het in de jaren zestig d r gebeurde. Marrakech was een stad vol internationaal beroemde mensen. Jean-Paul Getty met zijn Nederlandse vrouw, Saint Lau rent, en Arndt von Bohlen Halbach Krupp. Ze waren allemaal schatrijk en iedereen zocht elkaar op. Ik woonde in een hippiehotel, met een draagbare pick-up en een hasjpijp. Elke avond was het feest en ik kende ontzettend veel mensen, want ik was een knappe indo.

Op een avond werd ik in een nachtclub voorgesteld aan Arndt von Bohlen Halbach Krupp, een wat labiele, zachtaardige jongen, een latente homo natuurlijk. Hij was het tegendeel van zijn vader de wapenfabrikant, die was een houwdegen. Dat zie je wel vaker in dat soort families.

"What do you want to drink?", vroeg hij. "Whatever you take." Even later stond er een fles champagne op tafel. Nog weer later vroeg hij of ik zin had mee te gaan naar zijn huis. Dat had ik wel, want ik was altijd in voor een avontuur. We werden in een Mercedes met chauffeur naar een landgoed een eindje buiten Mar ra kech gebracht. Daar ben ik een poosje gebleven, maar ik hield ook mijn hotel aan, want ik heb me nooit afhankelijk van anderen gemaakt. Ik ben nooit een gigolo geweest Als ik iemand fysiek niet aantrekkelijk vond, ben ik nooit omwille van zijn geld bij hem gebleven. Het is maar een héél enkele keer gebeurd dat ik een topindustrieel ter wille ben geweest.

Ik denk dat Krupp mij wilde gebruiken om bij mensen geïntroduceerd te worden, want hij vroeg me een feest te organiseren. Bij die gelegenheid heb ik een Indische rijsttafel voor honderdvijftig mensen gemaakt, want ik kan goed koken. Jean-Paul Getty was er, die toen die erfenis nog niet had gekregen. Mick Jagger, Tina Aumont, graaf Dado de Ruspoli, Christopher Gibbs, Yves Saint Laurent en zijn zaakgelastigde Pierre Ber gé, die nu een grote zakenman is.

Later zijn Arndt Krupp en ik op reis gegaan door Zuid-Marokko. We overnachtten in de chicste hotels. Geld speelde absoluut geen rol. Als ik iets zag dat ik wilde hebben, kon ik het zo kopen.

Toen hij na een paar maanden weer naar zijn landgoed in Tirol ging, heeft hij mij als dank dat horloge gegeven. Zijn echtgenote, een Oostenrijkse prinses, vond het niet zo'n goed idee. Zij was een gehaaide tante. Die vrouw had alles door. Zij was een typisch geval van adel dat een geldhuwelijk had gesloten. Arndt hield me bijvoorbeeld een kistje met ringen en andere sieraden voor. "Make your choice." Voordat ik een keuze had kunnen maken, had die prinses hem dat kistje al afgepakt. Bij zijn vertrek gaf hij me zijn kaartje, maar daarop stond het adres van zijn secretariaat. Dus ik vermoedde al wel dat ik niet meer nodig was.

Een paar weken later was mijn geld op en via via heb ik dat horloge toen beleend aan Yves Saint Laurent. 800 gulden was toen redelijk veel geld. Maar 800 piek gaat ook op. Ik leefde in een soort roes. Ik was net van plan een plan te bedenken, toen de politie mijn hotelkamer binnenviel. Mijn visum was een week verlopen.

Met de handboeien om werd ik afgevoerd naar het bureau en de volgende dag overgebracht naar een gevangenis. Daar moest ik tussen veertig andere gevangenen in een cel zien te overleven. Ik mocht niemand spreken. Niet met een advocaat en niet met iemand van het consulaat. Na een week werd ik als ongewenste vreemdeling het land uitgezet. Op het vliegveld deed een diplomaat mij uitgeleide. "Zo vent, je hebt geluk gehad. In deze landen zijn ze niet zo gemakkelijk met knapen als jij."

"Ik heb niks gedaan. Alleen mijn visum is een week..."

"Er is vast meer aan de hand. Hier zit niemand voor niets in het gevang. Werkelijk kerel, je hebt reuze geluk gehad."

Dat heb ik vaker meegemaakt. Diplomaten zijn vaak nog rechtser dan het regime van het land waar ze zijn gestationeerd.

Een paar uur later stond ik op Schiphol. Mijn moeder had een warme jas voor me meegenomen. Ik zou het wel koud hebben. "Koud?", zei ik. "Ik gloei van woede."

Ik mocht vijf jaar Marokko niet meer in en dat horloge is uit mijn gedachten verdwenen. Ik ben andere dingen gaan doen. Ik heb gedanst in een restaurant in St. Tropez, ik ben kok geweest, kelner, ik heb altijd wat handel gedreven, ik heb veel geblowd, geslikt en ook gezopen. Ik heb in Tunesië gewoond, in Londen, Los Angeles, Parijs. In feite heb ik nooit carrière gemaakt. Dat vond ik niet nodig, want er kwam altijd wel wat op mijn pad. Ik logeerde bijvoorbeeld in Parijs in een hotelletje bij Saint Germain des Prés. Ik had geen rooie cent meer en vijf nachten niet betaald. Op het laatst ging de vrouw in haar eeuwige peignoir in het portiershokje met de police dreigen. Ik dacht: als ik eerst maar wat te eten krijg, dan kan ik ten minste nadenken. Suf van de honger ben ik met de lift weer naar boven gegaan. Daar ben ik op de verkeerde verdieping uitgestapt en liep ik een kamer binnen. Het was zo'n hotel waar je ook kamers per uur kon huren en er hadden twee mensen liggen rampetampen. De lakens lagen door elkaar, maar op de grond lag een portemonnee. Ik ben op 7 juli 1943 geboren. Zeven is mijn geluksgetal.

Met die portemonnee ben ik langs de vrouw achter het gordijntje van haar hokje naar buiten geslopen. Ik ben eerst wat gaan eten. Daarna heb ik een bioscoopje gepikt. De volgende dag zei ik tegen die vrouw dat er op het postkantoor een cheque voor me klaar zou liggen. Die ben ik zogenaamd gaan incasseren en van het gevonden geld heb ik het hotel betaald. Een uur later stapte ik op Gare du Nord in de trein naar Nederland.

Zo is het bijna altijd gegaan. Ik woonde eens in Parijs bij Maurice Jaquin jr, de zoon van de producent van de films van Louis de Funés. Ik organiseerde voor hem feesten met veel hasj, drank en pillen, maar in wezen was Maurice een depressieve, destructieve jongen. Op een zeker moment zette hij mij de deur uit. Zomaar, zonder me een cent mee te geven. Op straat kwam ik Marie-France tegen, een hele lieve travestiet. Met haar heb ik een nacht lang door Parijs gelopen en maar kletsen, want als je pep gebruikt, kun je vaak heel goed improviseren en denk je dat je alles kunt. 's Ochtends werd ik wakker en zag ik mezelf naast die kleine travestiet liggen. Ik dacht: waar ben ik mee bezig? Ik heb toen Maurice gebeld en gezegd dat hij dit écht niet kon maken. Hij moest me wat geld geven, zodat ik een vliegticket naar Marokko kon kopen.

Dat heeft hij gedaan. De volgende dag stond ik in Marrakech met alleen een adresboekje en een koffer kleren. Ik ben in een hotel gaan wonen en ben oude kennissen gaan bellen. Met een van hen, Bill Willis, een beroemde binnenhuisarchitect, maakte ik een afspraak en ik vertelde hem dat ik met projecten en plannen bezig was, maar dat ik op het moment geen geld had om ze te ontwikkelen. Ik had wel een koffer kleren.

"How much do you want for it?"

"Five thousand."

"It's a deal."

Hij nodigde me ook uit zolang bij hem te komen wonen. Van het geld heb ik het hotel betaald en ik had nog 3000 gulden over.

Dat heb ik nu niet meer. Ik leef van een minimumuitkering en ik wil dat mijn vriend Surip gelukkig wordt. Daarom zit ik nu ook zo achter dat horloge aan, want met dat geld kan Surip schildermateriaal kopen. Hij komt uit een dorpje in Indonesië en wil hier kunstschilder worden. Daarvoor moet hij naar de kunstacademie. Dat kost geld. Bovendien wil hij ook alles zien wat ik heb gezien, want hij is heel assertief.

Zo sta ik als het ware aan het begin van mijn carrière, al ben ik 57. Door mijn nonchalance heb ik kansen laten lopen, maar aan de andere kant ben ik ook niets kwijtgeraakt. Ik voel me 19. Ik ben 19. Het kan nog alle kanten op. Zo is het altijd gegaan, en zo gaat het straks ook, al hebben we het financieel nu even moeilijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.