Door het oog van de naald

Het mag een godswonder heten dat er op 30 april 1980 tijdens de rellen in Amsterdam rond de inhuldiging van koningin Beatrix niet met scherp is geschoten. Door

De Nieuwe Kerk is woensdagmiddag 30 april 1980 om 14 uur volgestroomd met hoogwaardigheidsbekleders voor de verenigde vergadering der Staten-Generaal. Zij luisteren naar de Krönungsmesse van Mozart als de laatste verdedigingslinie dreigt te bezwijken. Om de hoek, in de Damstraat, voeren de oproerkraaiers een felle strijd met de ME. Over een dik uur zal koningin Beatrix de eed afleggen.


Binnen de dikke muren van de Nieuwe Kerk dringen gillende politiesirenes en het geronk van helikopters door. Medewerkers buigen zich over burgemeester Wim Polak en fluisteren hem de laatste berichten van het front in het oor. Polak zit sowieso niet lekker, hij heeft het niet op uniformen vanwege zijn ervaringen in de oorlog. Zijn ouders werden vermoord en hijzelf zat ondergedoken.


Wolter Lemstra, zijn gemeentescretaris: 'Polak, die alleraardigste, buitengewoon sympathieke Amsterdammer was wars van geweld, dat vond hij on-Amsterdams. Dat de overheid het zwaard soms moest hanteren, drukte zwaar op hem.'


Polak dribbelt naar een telefoon in de hoek van de kerk. Wethouder Jan Schaefer is aan de lijn vanuit het hoofdbureau van politie. Een compagniecommandant die al meer dan 40 gewonden heeft, wil toestemming voor een salvo karabijnvuur over de hoofden van de belagers heen. 'Nee', zegt Polak beslist.


Amsterdam staat op ontploffen in het voorjaar van 1980. Nog geen twee maanden voor de inhuldiging is het leger ingezet in de Vondelstraat om de barricades van krakers te slechten. Meer dan 50 duizend woningzoekenden telt de stad, naar schatting 15 duizend Amsterdammers wonen in een gekraakte woning. De goed georganiseerde kraakbeweging verdedigt haar bolwerken met hand en tand.


'Met uw royale reet'

'Geen woning, geen kroning', is de leuze van de krakers, die woest zijn dat in deze tijd van woningnood koninklijke paleizen genereus worden gerenoveerd. Met kreten als 'Oranje van Nassauwe, kom op met je gebouwen' en 'Met uw royale reet op honderd kamers breed' geven zij lucht aan hun weerzin.


Thijs van Leeuwen, woordvoerder van burgemeester Polak, staat die ochtend om 8 uur met de grootmeester van de koningin op de Dam, als Hare Majesteits De Ruyter 101 saluutschoten over het IJ lost. 'We vonden het nogal zwakke plofjes, vergeleken met het bulderend geschut dat we gewend waren op Prinsjesdag. We wisten dat het spannend zou worden, maar we hadden geen idee wat ons te wachten stond.' Verkenners van de politie worden later met een handvol kwartjes op pad gestuurd om bij onraad te kunnen bellen vanuit een telefooncel. Er is geen beginnen aan, zal blijken.


Er is die 30ste april 1980 op twee momenten geschoten. De tweede keer vuurt de Rijdende Artillerie saluutschoten af als de nieuwe koningin van het Paleis naar de Nieuwe Kerk gaat. Dat het daarbij is gebleven en er niet met scherp is geschoten, mag een godswonder worden genoemd. Gemeentesecretaris Lemstra: 'Het was oorlog. We zijn door het oog van de naald gekropen.'


Wat is begonnen als een protest van krakers, ontaardt in een veldslag waarin een uiteenlopende horde zich tegen Het Gezag keert. Al dan niet politiek gemotiveerde relschoppers en voetbalhooligans rukken klinkers uit de straten en smijten ze naar de ME. Hells Angels zijn de enigen die de kant van de politie kiezen. Als hun motoren dreigen te worden beschadigd in het strijdgewoel, timmeren zij enkele actievoerders de gracht in.


's Ochtends staat de Dam vol met aanhangers van de monarchie. Speciaal gerekruteerde representanten van de twaalf provincies maken zich op voor een aubade met het Wilhelmus en Oranje Boven.


Lemstra krijgt van een motorordonnance het bericht van politiecommissaris Cees de Rhoodes dat het spannend is bij de Blauwbrug. Daar is 's middags pas een demonstratie, maar een kleine groep bezorgt de politie al handenvol werk. 'Houd ze in godsnaam nog een half uur bezig. Er moet gezongen worden', smeekt Lemstra. Met die boodschap racet de motorordonnance terug naar de commissaris.


Lemstra is verantwoordelijk voor de civiele kant van de operatie. Hij zetelt in het coördinatiecentrum in het stadhuis op de Oudezijds Voorburgwal. Via een telex van het ministerie van Defensie, boodschappers met walkietalkies en motorordonnances houdt hij zich op de hoogte van 'de toestand bij de checkpoints'.


'Een rijtoer durfden we uit veiligheidsoverwegingen niet aan. Een rondvaart is niet aan de orde geweest. We hebben gekozen voor zo veel mogelijk binnenskamers.' Juliana maakte na haar inhuldiging in 1948 wel een rijtoer - 'The greatest show in Europe after the war', schreef een Amerikaanse correspondent.


Een ander noteerde: 'De koningin werd niet moe te wuiven en te knikken en glimlachend die overweldigende hulde in ontvangst te nemen, die Amsterdam haar bereidde.' De 6 kilometer lange tocht van Juliana voerde over het kruispunt Kinkerstraat/Bilderdijkstraat, waar in de ochtend de eerste gevechten uitbreken.


Amper verstaanbaar

De balkonscène is 's ochtends om 11 uur. Juliana, even daarvoor afgetreden en weer prinses, moet om stilte manen en kan zich amper verstaanbaar maken. De mensen uit de provincies zingen en juichen. Een rookbom ontploft, uit de Damstraat klinkt boegeroep. Als de balkondeuren sluiten, worden de zangers naar de Beurs geloodst. Daar nuttigen ze soep en een broodje, waarna ze huiswaarts keren.


Lemstra: 'Thuis zagen ze op het Journaal een rokend Amsterdam. Ze wisten niet wat ze zagen, ze hadden gewoon gezongen. Dat was het grootste compliment dat we konden krijgen. Het programma is tot op de minuut uitgevoerd.'


Om 13.30 uur staan op het Jonas Daniël Meijerplein een paar duizend man aan de voet van de Dokwerker. Velen met helm en stok, 'Helm hoofdzaak' staat op de affiches waarop de demonstratie is aangekondigd.


De ME heeft de Blauwbrug afgegrendeld om te voorkomen dat de demonstranten oprukken naar de Dam. Iets voor tweeën ontbrandt de slag om de Blauwbrug. Op het aanpalende Waterlooplein wrikken actievoerders klinkers uit de stoepen.


Het traangas dat de ME afvuurt, drijft terug in de richting van de schutters. De ME voert charges uit, ME-bussen stuiven het plein op, politiepaarden galopperen zonder ruiter. Na drie kwartier moet de ME de Blauwbrug opgeven. Actievoerders hebben dan al andere wegen gevonden om naar de Dam op te trekken.


Het voorstel van de politie om de bruggen tussen het Waterlooplein en de binnenstad uit voorzorg op te halen, had Polak afgeschoten. Opgehaalde bruggen had hij al een keer meegemaakt: in 1941 toen de SS de bruggen om de oude jodenbuurt had opgehaald als inleiding tot de eerste grote razzia.


Terwijl in de Damstraat hevig wordt gevochten, roert Beatrix een paar honderd meter verderop in haar toespraak tot de verenigde vergadering de tegenstellingen 'binnen de veelvormige en vrije Nederlandse gemeenschap' aan. 'Voor de oplossing is onontbeerlijk de tegenstander niet te zien als vijand, doch als drager van een andere mening.'


Op het Rokin wordt het gebonk van stenen tegen de bussen van de ME overstemd door het geknal van traangasgranaten. In de Nieuwe Kerk zingt de Maastrichter Staar, op voorspraak van premier Van Agt erbij gehaald, een lied uit de rooms-katholieke kerk: Domine salvam fac reginam nostram. Heer, zegen onze koningin.


In het Sarphatipark, ver van de schermutselingen, neemt Freek de Jonge, van top tot teen gehuld in gerafeld ondergoed, de koninklijke familie op de hak. Hij zegt er begrip voor te hebben dat Bernhard zijn vertier buitenshuis zoekt. 'Op een ouwe postzegel raak je wel eens uitgelikt.'


In andere delen van de stad, ook om de hoek van de gevechten, drinken mensen een pilsje in het milde lentezonnetje, onderwijl flarden traangas wegwuivend.


Het feestende Rokin is veranderd in een slagveld. Straatstenen, stoeptegels, ijzeren staven, verkeerspalen, afgepunt betonijzer, molotovcocktails; de ME krijgt een regen van projectielen over zich heen. Winkelruiten liggen aan diggelen, etalages zijn leeggeroofd.


Bij het standbeeld van koningin Wilhelmina te paard staan de leden van het muziekkorps Crescendo uit Ruinen beteuterd bij elkaar. Ze hebben nog geen noot gespeeld en dat zal er ook niet van komen. Rondvaartboten zijn leeg vertrokken uit de vuurlinie.


Er zijn een dikke zesduizend politiemensen op de been, onder wie 1.800 ME'ers uit het hele land. Veel agenten komen van buiten Amsterdam en weten niet wat hen overkomt, gewend als ze zijn dat de demonstranten verdwenen zijn zodra de deuren van de ME-bus openklappen.


De politie is op het eind afgemat, de suikerklontjes in het lunchpakket tegen het flauwvallen zijn ontoereikend. Een uitgeputte ME'er die achter de linies op verhaal komt, verzucht: 'Zo'n klootzak die met een stuk ijzer op je af komt, ik sloop hem graag met de wapenstok, maar schieten nee.' Aan het front rammen zijn collega's er op los. Sommigen keilen stenen terug. 'Een politieman laat zich niet eeuwig op zijn bek slaan', zegt commissaris Cees de Rhoodes een dag later.


Dikke wolken traangas hangen boven het Rokin. ME-bussen slalommen tussen brandende barricaden van onder de voet gelopen feestkraampjes en omver getrokken bouwketen.


Op het informele wandelfeest in het Concertgebouw, aan het begin van de avond, kijken burgemeesters van de grote steden bezorgd. Hun manschappen worden gestenigd. De enige die stralend rondloopt alsof er niets aan de hand is, is vicepremier Hans Wiegel.


Pas na achten luwt de strijd op het Rokin en in de Damstraat. Elders in de stad komt het tot nieuwe confrontaties. 'Het was een escalatie van geweld die zijn gelijke niet kende, maar het kwam niet uit de lucht vallen', zegt Gerrit-Jan Wolffensperger, destijds wethouder herhuisvesting. 'Amsterdam stond bol van de spanning. Er was ook spanning tussen het gemeentebestuur, politie en justitie. Die namen het ons kwalijk dat we het krakersbolwerk de Groote Keyser niet ontruimden.'


Ontvoeren

Wethouders werden persoonlijk bedreigd, 21 aanslagen zijn op Wolffenspergers huis gepleegd, eenmaal is geprobeerd hem te ontvoeren. 'Daar heeft de politie niet al te veel werk van gemaakt. De houding was toch een beetje: jullie doen niet wat de rechtsstaat van jullie verlangt, dan gaan wij ons niet het vuur uit de sloffen lopen voor jullie.' Wolffensperger haast zich te zeggen dat dat niet geldt door die 30ste april 1980. 'Maar het tekent de sfeer van die tijd.'


Als Wiegel 's avonds laat vertrekt bij het crisiscentrum, bestormt een woeste menigte zijn auto. Dankzij het koelbloedige optreden van zijn chauffeur weet de minister te ontsnappen. Die zet de dienstauto vliegensvlug in zijn achteruit, keert en scheurt weg.


De laatste schermutselingen zijn in de buurt van het Leidseplein. Om 1 uur 's nachts vraagt een commandant van de ME toestemming om zich tactisch terug te trekken. Dat mag. Een tweede verzoek om een 'salvootje', omdat het anders niet zal meevallen 'snel pleite te gaan', wordt niet ingewilligd.


Polak is zes jaar burgemeester van Amsterdam geweest. Wethouder Enneüs Heerma zegt bij Polaks afscheid in 1983 dat het op diens conto is te schrijven dat er die jaren geen doden zijn gevallen. Wolffensperger: 'Ik denk dat het waar is. Hij moest de politie in de klauwen houden. Die had de neiging er harder op te meppen dan Polak en de rest van het gemeentebestuur verantwoord vonden.'


Wim Polak overlijdt in 1999. Zijn werkkamer thuis in Ilpendam is nog intact. Op zijn bureau staat een foto van Beatrix in een noppenjurk met Claus aan haar zijde. Ingelijst in groen leer, met een goudkleurig kroontje. 'Met grote waardering voor alles wat u voor Amsterdam heeft gedaan, samen met uw vrouw', heeft Beatrix op de foto geschreven.


Kroningsrellen


Wethouder Jan Schaefer belt met burgemeester in de kerk. Polak zegt: 'Nee'.


Deze reconstructie is mede gebaseerd op de biografie Wim Polak, Amsterdammer en sociaal-democraat (2003), samengesteld door Menno Polak en Gerrit van Herwijnen, Een dag om nooit te vergeten (2012) van Annejet van der Zijl en artikelen uit de Volkskrant, NRC Handelsblad, Utrechts Nieuwsblad en Vrij Nederland van mei 1980.


Mede op basis van boeken en artikelen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden