REPORTAGEJeugdbescherming

Door fouten van jeugdzorg leefde dit gezin 2,5 jaar van elkaar gescheiden: ‘Zonder onderzoek hadden mijn zus en broer nog op het internaat gezeten’

Anastasia en Nikolai met moeder Jelena en halfbroer Ilja. ‘De jeugdzorg heeft ons echt wat aangedaan’, zegt Anastasia.Beeld Linelle Deunk

Een moeder en twee kinderen eisen voor de rechter een schadevergoeding van het Leger des Heils omdat de kinderen onterecht uit huis zijn geplaatst. Tunnelvisie bij de jeugdbescherming, stelde een onafhankelijk onderzoeker vast. ‘Zulke fouten worden veel vaker gemaakt.’ 

Nog elke dag denkt Anastasia (17) aan de tijd dat ze in een internaat zat. ‘Alsof die herinneringen zich blijven afspelen in mijn hoofd, ze zijn onderdeel van mij geworden’, zegt ze met haar zachte stem. Haar tweelingbroer Nikolai weigerde in de jeugdzorginstelling lange tijd zijn tas uit te pakken, omdat hij hoopte snel weer thuis te zijn. ‘Het was verschrikkelijk’, vat hij samen.

Uit de ogen van moeder Jelena ­Antonova spreekt verdriet, als ze haar kinderen hoort praten over de ­tweeënhalf jaar dat ze niet bij haar mochten wonen. Nu zijn ze weer ­samen, in de rijtjeswoning in Culemborg, met ook hun oudere halfbroer Ilja (32). Maar ook met de littekens van de uithuisplaatsing op 23 maart 2012.

Halfbroer Ilja filmt die dag wat er gebeurt. Jeugzorgmedewerkers trekken de dan 9-jarige Anastasia mee, terwijl ze haar tweelingbroer uit huis dragen. Twee politiemensen kijken toe. ‘Nee, nee, ik wil niet weg bij mama’, gilt Anastasia huilend. Het blog Geenstijl plaatst de beelden online.

Anastasia heeft de filmopnamen niet nodig om de scènes voor zich te zien. ‘Opeens waren er veel politieagenten. Daarna sleepten onbekende vrouwen me tegen mijn wil naar een auto.’

Rechtszaak tegen Leger de Heils

Anastasia en Nikolai vinden dat zij, op die dag in 2012, onnodig uit huis geplaatst zijn. Hun moeder was en is prima in staat om voor hen te zorgen. Deze maand, de exacte datum moet nog worden bepaald, staat advocaat ­Johan Oosterhagen namens het gezin voor de rechter om een schadevergoeding te ­eisen van de jeugdbeschermingstak van het Leger des Heils. Met de Jeugd­bescherming Gelderland zijn ze vorig jaar al tot een schikking gekomen. Het bedrag maken ze liever niet bekend.

Het langdurige procederen drukt op de tweeling. Maar het moet, vinden ze. ‘De jeugdzorg heeft ons echt wat aangedaan’, zegt Anastasia. ‘Het voelde alsof ze vooral bezig waren met zichzelf. En niet met de gevolgen van hun acties voor de kinderen en de families die ze uit elkaar rukten.’ Nikolai: ‘Als deze zaak is afgerond, hoop ik deze periode achter me te kunnen laten.’

Anastasia en Nikolai.Beeld Linelle Deunk

‘Er worden nog te veel kinderen uit huis geplaatst’, zegt Jeugdzorg Nederland, de branchevereniging waaronder ook de jeugdbeschermingsorganisaties vallen. ‘Om dat aantal omlaag te krijgen, moet het aanbod van hulp aan gezinnen thuis, beter worden.’ Dat is een taak voor de jeugdzorgorganisaties en de gemeenten. De gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg, maar kampen met grote tekorten.

‘Nederland is kampioen uit huis plaatsen’, stelt journalist Hélène van Beek. Zij schreef daarover het boek ­Kinderen van de staat – jeugdzorg in ademnood. Het leest als een aanklacht. Tegen een systeem waarin veel ouders zich machteloos voelen tegenover de jeugdbeschermers die moeten beoordelen of zij in staat zijn hun kind op te voeden. Maar die vervolgens rapporten schrijven die volgens veel ouders niet waarheidsgetrouw zijn. Op basis waarvan een kinderrechter hun kind uit huis plaatst. En eenmaal verzeild in een jeugdzorginstelling komen kinderen daar nog moeilijk uit. Velen houden er een levenslang trauma aan over.

De jeugdbeschermingsorganisaties zijn bezig het feitenonderzoek voor de rapportages te verbeteren, zegt de woordvoerder van Jeugdzorg Nederland. Maar de organisaties beklemtonen ook dat het vaak niet goed gaat in de gezinnen waar zij komen. Er is huiselijk geweld. Er zijn ouders die kampen met psychische problemen of verslavingen. ‘Omdat wij weten dat het traumatiserend kan zijn, zien wij een uithuisplaatsing als een uiterst middel’, aldus de woordvoerder.

Lastig is dat jeugdbeschermings­organisaties niet hun beweegredenen uitleggen in cases als die van Anastasia en Nikolai, waarin hun handelen ter discussie wordt gesteld. Om privacy­reden praten zij niet over hun cliënten.

In de zaak van Anastasia en Nikolai is wel te reconstrueren hoe het kon misgaan. Een onafhankelijk deskundige heeft een psychologisch onderzoek gedaan naar het gezin. De kinderrechter koos voor onafhankelijk onderzoek, toen moeder Jelena en de jeugdbescherming lijnrecht tegenover elkaar bleven staan in een lange reeks rechtszaken.

Moeder Jelena houdt een foto van haar tweeling als jonge kinderen vast.Beeld Linelle Deunk

Die gezondheidspsycholoog oordeelde eind 2014 dat de jeugdbeschermingsorganisaties aan tunnelvisie hebben geleden. Mede door de slechte relatie van de gezinsvoogden met de moeder zijn de kinderen uit huis geplaatst. Door deze frictie raakten de voogden ervan overtuigd dat de moeder niet in staat was haar kinderen op te voeden. Het advies van de gezondheidspsycholoog is helder. De kinderen kunnen prima bij hun moeder wonen. En dat gebeurt.

Het begin: de vechtscheiding

Zoals in veel jeugdbeschermings­zaken begint het met een vechtscheiding. In de zomer van 2009 scheidt moeder Jelena Antonova, van Letse afkomst, van de Kazachse vader van de tweeling. De ouders worden het niet eens over een omgangsregeling voor de kinderen. De rechter plaatst de tweeling onder toezicht van Jeugdbescherming Gelderland. Dat betekent dat het gezag van de ouders wordt beperkt en een voogd meekijkt in het gezin.

De gezinsvoogden kunnen het beter vinden met de vader. Ze vinden de moeder lastig en ergeren zich eraan dat ze Russisch spreekt met haar kinderen. Ook vinden de voogden halfbroer Ilja te dominant in het gezin. Een gezinsvoogd vermoedt dat de moeder met haar kinderen naar Letland wil vertrekken. Daarop besluit Jeugdbescherming Gelderland in maart 2012 tot de spoeduithuisplaatsing van Anastasia en Nikolai.

De verhoudingen verslechteren verder. Moeder Jelena verzet zich tegen het plan om Anastasia naar het speciaal onderwijs te sturen. Dat tekent haar starre houding, oordeelt de jeugdbescherming. Een later uitgevoerd intelligentieonderzoek wijst uit dat Anastasia helemaal niet thuishoort op het speciaal onderwijs.

Als het niet langer gaat, draagt Jeugdbescherming Gelderland het dossier eind 2012 over aan de jeugdbeschermingstak van het Leger des Heils. Zonder zelf onderzoek te doen, gaat de nieuwe gezinsvoogd door op de uitgezette lijn: dat het onverantwoord is de kinderen thuis te laten wonen. Totdat de onafhankelijk gezondheidspsycholoog een vernietigend oordeel velt over de inzichten van de jeugdbescherming. Zij beschrijft de vader als een onbetrouwbare intrigant die de kinderen geen stabiliteit kan bieden. De moeder beschikt wel degelijk over de capaciteiten om haar kinderen op te voeden, oordeelt zij. ‘Er is te weinig vanuit meerzijdig onpartijdig perspectief naar de problematiek gekeken.’

Terugkerende fouten

‘Als de kinderrechter niet de opdracht had gegeven voor dit onafhankelijke onderzoek, hadden Anastasia en Nikolai wellicht nog in een internaat gezeten’, zegt hun halfbroer Ilja.

‘Ik zag mijn moeder nauwelijks. Als ze dan bij ons was, moest er een jeugdzorgmedewerker bij zijn’, vertelt Nikolai.

Anastasia: ‘Ik kreeg toen te horen dat mijn moeder slecht bezig was, later bleek daar niets van waar te zijn.’

Moeder Jelena: ‘Nog steeds schrik ik soms wakker: heb ik dit echt meegemaakt? Ik had niet gedacht dat dit kon in een land als Nederland.’

‘Zulke fouten worden veel vaker ­gemaakt bij uithuisplaatsingen’, zegt Harry Berndsen, van huis uit pedagoog. Met zijn stichting Onafhankelijk Onderzoek Jeugdzorgketen staat hij tientallen ouders bij in conflicten met jeugdbeschermingsorganisaties. Het centrale probleem volgens hem: de manier waarop jeugdbeschermers rapporteren.

‘De rapporten zouden moeten melden: wat is er feitelijk vastgesteld, door welke gekwalificeerde deskundige, hoe vaak en wanneer?’, zegt Berndsen. ‘Maar ze bevatten vaak subjectieve informatie. Zeker als de ouders in een vechtscheiding zitten waarin ze elkaar van de verschrikkelijkste zaken betichten. En als zo’n niet-gestaafde beschuldiging eenmaal in een rapport staat, nemen ­andere schakels in de jeugdzorgketen die vaak klakkeloos over. Op basis van zo’n rapport kan de kinderrechter ­tegen een ouder zeggen: u bent ongeschikt als opvoeder.’

Ook de verantwoordelijke ministeries, die van Volksgezondheid en Justitie en Veiligheid, vinden dat dit feitenonderzoek beter moet. ‘Zeker omdat het om vergaande ingrepen gaat voor kinderen en ouders. Het feitenonderzoek wordt niet altijd goed uitgevoerd en het kan beter’, schrijft minister Dekker van Rechtsbescherming in juni 2018 aan de Tweede Kamer. Hij stuurde het Actieplan verbetering feiten­onderzoek in de jeugdbeschermingsketen mee, namens de jeugdbeschermingsorganisaties mede opgesteld door Jeugdzorg Nederland. De bedoeling is dat zij de basisbeginselen beter naleven, zoals het toepassen van hoor- en wederhoor en het verwijderen van niet-kloppende passages uit de rapporten. ‘Er wordt hard aan gewerkt, maar er is wat vertraging door de coronacrisis’, zegt de woordvoerder van minister Dekker. Eind 2021 volgt een evaluatie.

Moeder Jelena: ‘Nog steeds schrik ik soms wakker: heb ik dit echt meegemaakt? Ik had niet gedacht dat dit kon in een land als Nederland.’Beeld Linelle Deunk

‘We moeten beter leren wegen’, zegt kinder- en jeugdpsychiater ­Peter Dijkshoorn. ‘Er zijn kinderen die beter worden van een uithuisplaatsing. Maar veel ook slechter, dan moeten we het niet doen.’ Dijkshoorn is sinds september landelijk ambassadeur voor de verbetering van het jeugdzorgstelsel, onder meer voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Met de jeugdbeschermingsorganisaties neemt hij nu het proces van uithuisplaatsingen onder de loep.

Hulpverleners moeten volgens Dijkshoorn niet in angst leven dat ze, als het misgaat, worden beschuldigd van nalatigheid. Ook zouden ouders zich weer vrij moeten voelen om met, bijvoorbeeld de huisarts of het wijkteam, te bespreken dat er soms klappen vallen in huis. ‘Nu denken ouders dat dan hun kind meteen bij hen wordt weggehaald.’

Veel kinderen kunnen volgens Dijkshoorn thuis blijven wonen als er eerder en beter hulp wordt geboden aan de ouders. Jongeren met een lange hulpverleningsgeschiedenis hebben vaak ouders met een trauma, blijkt uit onderzoek. ‘Als je die ouders helpt met de verwerking ervan, of bijvoorbeeld tijdelijk het hele gezin opneemt voor een gerichte behandeling, kan een uithuisplaatsing worden voorkomen. Met een beter hulpaanbod ben je dan ook nog eens veel goedkoper uit.’

Nikolai en Anastasia

Nikolai gaat dit schooljaar havo-eindexamen doen. Hij verzamelt dvd’s en en kijkt graag films, met zijn zus, zijn halfbroer en zijn moeder. Anastasia doet een mbo-opleiding voor financieel-administratief werk. Als ze trots haar collectie platen en cd’s toont van onder andere Aphex Twin en The Smashing Pumpkins, is ze even niet ­timide; dan glinsteren haar ogen.

Nu haar werk in de horeca is stilgevallen, geniet moeder Jelena van de gezelligheid thuis. Als de datum van de uithuisplaatsing, 23 maart, dichterbij komt, krijgt ze het soms te kwaad. ‘Dan hoor ik haar soms de hele nacht huilen’, zegt Ilja. ‘Dan ga ik naar haar toe en houd ik haar hand vast.’

43 duizend kinderen

Zo’n 43 duizend kinderen ontvangen jeugdzorg met verblijf, wat betekent dat ze in een pleeggezin of in jeugdzorginstelling wonen. Ongeveer de helft van hen woont vrijwillig niet bij de eigen ouders, de overigen zijn gedwongen uit huis geplaatst.

De Nederlandse overheid is wettelijk verplicht om in te grijpen in gezinnen als het onveilig is voor een kind of als het kind in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Bijvoorbeeld in het geval van gewelddadige of verslaafde ouders. Dat is de taak van de jeugdbescherming. In het uiterste geval volgt een uithuisplaatsing.

De zaak-Savanna wordt vaak genoemd als een keerpunt. In september 2004 stikte dit meisje in een prop die haar moeder in haar mond had gestopt om haar stil te krijgen. De peuter bleek stelselmatig te zijn mishandeld. De gezinsvoogd kreeg toen het verwijt dat zij het meisje niet uit huis had geplaatst, terwijl zij was gewaarschuwd dat Savanna gevaar liep. Na die zaak steeg het aantal uithuisplaatsingen. Sinds 2015 is het aantal kinderen onder de jeugdbescherming dat in een instelling of in een pleeggezin woont, ongeveer constant, rond de 21 duizend.   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden