Door de Knollemanshoek

het zwaard klooft, het meisje kust. . .'..

'Eis dat het schip vaart, het schild beschut

Edda Havamal, Liederen van de Hogen 82

Na het ontbijt verlaten we de Witte Swaen met haar Wedgwood, Limoges, Regout, Rosenthal en Rörstrand. We varen terug naar Montfoort voor een nieuwe poging om binnendoor Woerden te bereiken over de Montfoortse vaart die ons dan bij Linschoten alsnog op de Korte Linschoten zou brengen. Vergeefse moeite: ook deze sluis is al meer dan een jaar dicht. De oude sluiswachter woont naast de sluiskolk en verzekert ons dat als zo'n verlaat zo lang niet gebruikt wordt, er een pak modder achter ligt dat alleen al het openen verhindert. Dan maar een rondje Montfoort, weer zo'n voormalig vestingstadje waar men niet van de stress lijkt om te komen.

Huizen en poortjes zoals Vermeer ze schilderde, alleen was het in zijn tijd ook nieuwbouw. Toen de Poolse filmer Andrecz Wajda werd gevraagd of hij het werk van Vermeer kende, antwoordde hij ontkennend. Dat was vreemd gezien het licht van zijn films. Ondanks aanhouden bleef Wajda bij zijn ontkenning tot er ook bij hem een licht opging: 'Vèrmer, Vèrmer the painter', riep hij.

Logeren kan men niet in Montfoort, uitgebreid eten en drinken wel. Verder hoor ik niet bij hen die het moslim-fundamentalisme als een bedreiging van onze samenleving zien, maar feit is dat er bij Montfoort al een kameel in de weide graast. Nederland, let op uw zaak!

Varend komen we langs een enorme containercollectie, soms door coniferen aan het oog onttrokken. Een koet voelt zich opgejaagd, stijgt watertrappend en met iets te kleine vleugeltjes voor ons op, landt dertig meter verder, en zo door, totdat ze besluit op de wal ons voorbijgaan af te wachten. Waarom eerst vier maal opvliegen?

De Hollandse IJssel meandert verder en opent onverwachte vergezichten, zoals dat op een geheel uit flessen samengesteld tuinhek. Interessanter is de nu plotseling opdoemende verandering in het landschap: in plaats van lager land achter dijkjes ligt de omgeving als een bult aan de oever. Stuwwallen uit de Saale-ijstijd maken dat het land eindelijk weer eens is zoals het hoort: hoger dan het water. Ooit moeten dat imposanter heuvels zijn geweest. Nederland zakt, volgens geologe Ina Klaasen, op zuid-Limburg na, zo'n centimeter per jaar. Dat is dus sinds het begin van onze jaartelling alleen al bijna twintig meter! De Saale-ijstijd was 160 duizend jaar geleden. Zouden de wallen toen 1600 meter hoog zijn geweest? Door het land oorbaar te maken versnellen we dat verzakkingsproces. We verhinderen dat rivieren overstromen. Ze kunnen dan dus ook geen slib en andere afzetting kwijtraken om de verzakking te compenseren. Dus zakt het land sneller waardoor we weer lager komen te liggen. Daarom moeten we de grondwaterspiegel steeds verder verlagen, hetgeen weer extra bodemdaling met zich meebrengt. Dat komt, schrijft Klaasen als voorwoord in het beroemde Het Nederlands Landschap van Bijhouwer, omdat veen en klei als ze water verliezen, een kleiner volume krijgen en de bodem dus 'zakt'. Zo zakken we, nog afgezien van het opgepompte aardgas, gestaag verder in de modder. Dat oorbaar een term uit de landcultivatie was, wist ik ook niet. Zo verbaas ik me ook steeds over de vlucht van de watervogels. Zwanen hebben een lange startbaan nodig, met veel kabaal. Koeten rennen ook al pletsend een eind, aalscholvers huppen vanuit hurkzit over het water alvorens op te stijgen. Het is dan ook een mirakel om twee gewone plomp ogende eenden synchroon en zonder enige aanloop vrijwel recht omhoog uit het water op de wieken te zien gaan.

Tussen Achtersloot en IJsselstein is er pad noch weg langs de rivier, maar de zuidelijke grasstrook lijkt beloopbaar voor wie het aandurft. In de weide loopt een zwart kaalkopschaap met een zwartleren gezicht zonder baard. Recht vooruit rijst een hoge heuvel op, een stortplaats. Wellicht is dàt onze toekomst als het land blijft dalen: afvalterpen waar dan de stank uit opstijgt. Langs de oevers worden fabrieksterreinen bewaakt door boosaardige honden van het weerwolftype. Waar de weide nog vrij is, brengen mestinjectoren de gier direct naar het grondwater.

Het vee-aanbod wordt steeds gevarieerder. Vroeger waren er drie soorten koeien: de Friese zwartbonte, het roodbonte IJsselvee en de Groninger blaarkoppen. Die gaven eerst melk, sommigen wel zo'n honderdduizend liter (!) en pas na een jaar of tien hun vlees, huid en haar. Maar de migratie zet zich ook hier door en meer en meer buitenlandse vleeskoeien vestigen zich op onze weiden. Gemiddeld worden zij minder oud. Vaak worden ze al als kalf, al dan niet gekist, gekeeld en weinigen worden ouder dan twee jaar. Wel mogen ze meestal hun horens houden. Zo zie je de dikbillige Charolaiskoeien met dubbele kontspieren waarmee ze twee keer zo veel biefstuk aanmaken. De prijs van die ingeteelde afwijking is dat ze nauwelijks hun eigen kalveren kunnen baren. Je ziet langhoorns en harige runderen uit de Schotse hooglanden, Franse Limousins en Engels Herefordhoornvee. En daar weer kruisingen van. De kans dat iemand over vijftig jaar nog een schilderij van Potter kan duiden, wordt steeds kleiner.

Intussen stijgt de zon en wordt het landschap een groot gezang. Totdat de nieuwbouw van IJsselstein hard roze inzet. Uit de haak en enigszins scheef zoals architect Albers van de NMB-bank bouwt. Verderop bouwkunst uit de banketbakkersschool. We gaan een epoque van boogramen met kwart- en halfronde onderdorpels tegemoet, let op mijn woorden. Sinds 1945 is de omvang, niet de kwaliteit, van de Nederlandse woningbouw vervijfvoudigd en dat is te merken. Met reuze happen wordt het groene hart uit Hollands lijf gerukt. Maar het kan nog erger.

Langs een betonnen watertoren komen we Nieuwegein binnen. Ondanks de naam vergaat je het lachen. Eerst passeren we de zoveelste woonerven-nederzetting. Dan komen we in een geheel uit stophoest opgetrokken centrum. Het is zondag en tussen de grijsbruine deportatie-architectuur galmt wegstervend motorgeknetter. Er blaft geen hond, er woont geen hond. Wat overblijft, is de verlatenheid van een door de neutronenbom ontvolkte spookstad. Maar door de week is het misschien wel een gezellige drukte tussen de city-kantoren, je weet maar nooit. In de noordelijke buitenwijken staan torenhoge silotanks met vetzuur, sokalon, dehidal en natronloog; bij elkaar een vrolijke keuken.

Aan de andere oever gaat Nieuwegein ongemerkt over in Jutphaas. Zo komen we op het Merwedekanaal langs het schitterende Rijnhuizen in de verademing van een parklandschap. Wat verder dalen we in de Zuidersluis een meter af naar het Amsterdam-Rijnkanaal. Daar zijn we niet alleen. Heel dwingend aanwezig is het Motorschip Europa, dat in 24 uur uit Bazel naar Amsterdam komt gevaren en daarbij een hekgolf opbrengt die de Zeeraaff volkomen beduust. De stalen oevers kaatsen de baren nog woeliger terug en mengen ze met weer andere brekers, die het bootje stompen en slaan. Hijgend halen we de overkant en beuken in afwachting van de Noordersluis tegen de damwand. Na een kwartier horten en stoten mogen we de sluiskolk in, op weg naar Utrecht. Meteen buiten de sluis vraagt de skiffeuze van de Foep Jan Knor ons vaart te minderen. Voor haar is de Zeeraaff een soort Europa. Langs de oever staan de restanten van de Draadindustrie Neerlandia. In een dakloze muur drijft de wind een verlaten ventilator aan. We zien wat schroterige schepen liggen, bevolkt met studenten die geen kamer konden vinden of geen hospita verdragen. Met de bruggen is het kantjeboord, maar we bereiken het centrum voor de avond en de nacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden