Door de geschiedenis bezocht

Wekelijks op VKGeschiedenis.nl: een column van Volkskrantredacteuren over het verleden. Vandaag Sander van Walsum over getuigen van de geschiedenis.

Wekelijks op VKGeschiedenis.nl: een column van Volkskrantredacteuren over het verleden. Vandaag Sander van Walsum over getuigen van de geschiedenis.

Als babyboomer – jaargang 1957 – heb ik vanaf de prille aanvang van mijn historische belangstelling het formidabele aanpassingsvermogen bewonderd van mensen die omstreeks de vorige eeuwwisseling werden geboren. Zeker als ze deel uitmaakten van volkeren die frequent en indringend door de geschiedenis zijn bezocht.

Hoeveel lotswendingen en grote historische gebeurtenissen hebben bijvoorbeeld Duitsers die in 1900 werden geboren niet moeten verwerken. In de nazomer van 1914 hebben ze, misschien verteerd door spijt dat ze er zelf niet bij mochten zijn, de soldaten uitgeleide gedaan. 'Jeder Tritt ein Britt, jeder Stoss ein Franzos, jeder Schuss ein Russ’, scandeerden ze. Een ‘frisse, vrolijke oorlog’ zou het worden. En voor de bladeren waren gevallen, zouden de soldaten weer thuis, in het dankbare vaderland zijn.

Op de zegepraal van het begin volgden de onbesliste veldslagen. De annonces van gevallenen in de kranten. De ‘koolraapwinter’ van 1917. De revolutie – die voor ordelievende Duitsers vooral zo angstaanjagend was omdat ze met ‘Russische toestanden’ werd geassocieerd. De val van de monarchie. De ‘worgvrede’ van Versailles. De onvolmaakte democratie van Weimar. De Kapp Putsch. De verwoestende inflatie¿ En toen moesten Hitler, de Tweede Wereldoorlog, de hongerwinters van 1946 en ’47, de Duitse deling en de socialistische dictatuur nog komen. En wie het twijfelachtige geluk had om de 90 te halen, zou ook nog getuige mogen zijn van de val van de Muur.

Geschenk
Het hele spectrum van menselijke gevoelens was door de geschiedenis bespeeld. Uitgeput van zoveel indrukken zouden de ooggetuigen de dood als een welkom geschenk aanvaarden. Dat was het beeld dat ik had van de generatie 1900. Dezelfde generatie die ook nog gelijke tred heeft moeten houden met de versnelling van het levenstempo, en die heeft moeten leren omgaan met apparaten die het gemak heetten te dienen. Als iemand die, om Helmut Kohl te citeren, ‘de genade van de late geboorte’ heeft ondervonden, veronderstel je dat elk aspect van het leven van mensen die tot onfortuinlijker generaties behoorden, werd getekend door crisis, oorlog en ellende – of door de gegronde angst daarvoor.

Tegen beter weten in, verbaas ik mij er nog steeds over dat er in de jaren dertig mensen waren voor wie de crisis van dat moment geen tastbaar verschijnsel was. Die ‘wereldvreemdheid’ werd jaren geleden treffend geïllustreerd door een hoogbejaarde maar vitale Doornse meneer met wie ik, ter voorbereiding van een publicatie, sprak over zijn ervaringen als lid van de Commissie van het Utrechtsch Studenten Corps (USC) in crisistijd. Wat merkte hij van de nood der tijden, vroeg ik hem. En hoe beïnvloedden de tijdsomstandigheden de stemming binnen het corps – dat toch nauw gelieerd was aan de gevestigde orde. Hij erkende – tot zijn late maar oprechte spijt – dat de crisis voor hem en zijn ‘vriendjes’ geen thema was. En al helemaal geen bron van ongerief. Natuurlijk: hij zag ook dat er bittere armoede werd geleden. Maar was dat geen maatschappelijk gegeven? En kon elke man die zijn handen uit de mouwen stak niet de kost verdienen?

Baat bij de crisis
Als lid van de Commissie van het USC, een gremium dat toezag op een ordentelijke bedrijfsvoering, had hij zelfs baat bij de crisis, zei hij. ‘Onder invloed van de uitval van de vraag waren onze wijnleveranciers veel toeschietelijker dan toen het hun nog goed ging.’ Zo bood een van hen de Commissie begin jaren dertig een lunch aan op ‘de gemeentelijke luchthaven van Amsterdam’ waarbij wijnen uit alle Franse landstreken werden geschonken. ‘Na afloop werden we rondgevlogen in een Fokker. Ik kan me herinneren dat we nog over de tuin van mijn ouders zijn gescheerd. En weet u wat zo lollig was? Als je dronken bent, heb je helemaal geen last van die loopings!’

Zo’n dertig jaar later, op 22 november 1963, stelde mijn vader, die toen veearts was in het Overijsselse Bathmen, dat de grote historische gebeurtenis van die dag zeer uiteenlopende reacties kon oproepen. De radionieuwsdienst had hem net geïnformeerd over de moord op John F. Kennedy toen hij voor een spoedgeval werd ontboden. De betrokken boer bleek nog niet de hoogte van de actualiteit, en was er evenmin van onder de indruk toen mijn geschokte vader hem erover vertelde. ‘Wat doet die man dan ook zo laat op straat’, was zijn enige reactie.

Sander van Walsum
De auteur is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden