Door de ambassadeurs het goede doel niet zien

Oneindig veel bekende Nederlanders zetten zich in voor een goed doel. Is het erg dat het publiek nauwelijks nog doorheeft wie van hen nou eigenlijk officieel ambassadeur is? 'Voor mij is het belangrijker dat een half miljoen kijkers zien dat we geld nodig hebben.'

Halverwege de benefietuitzending voor het Ronald McDonald Kinderfonds gieren de zenuwen door het provisorisch ingerichte callcenter, op de eerste verdieping van het Zaantheater in Zaandam.

Er zijn geen bellers.

Dat wil zeggen: de bellers zijn er wel, maar ze komen er niet doorheen. Zijn net Louis van Gaal, Chiel Montagne en Gerda Havertong aangeschoven om nieuwe donateurs te verwelkomen, hebben ze niks te doen.

Terwijl Annemarie Jorritsma, voorzitter van het Ronald McDonald VU Huis, driftig het 0800-nummer van deze avond op haar mobieltje intoetst om zich ervan te vergewissen dat contact inderdaad niet mogelijk is, grijpt Havertong naar haar headset. Beet. Ze voert een gesprekje met een meneer die uit hetzelfde dorp komt als zij. Die zelfs - hoe kan dat nou? - hetzelfde telefoonnummer heeft als zij; 100 euro wil hij schenken. Nou, heel hartelijk bedankt, beëindigt ze na een paar minuten het gesprek.

Even later zegt ze lachend: 'Schat, heb je me aan de telefoon gezien? Weet je wie mij belde? Mijn man! Hij zat gewoon 2 meter van me vandaan. Ik dacht al toen ik mijn nummer hoorde: iemand zit me te zieken. Dus die 100 euro heb ik maar niet ingevoerd.'

Sinds 2003 is Gerda Havertong ambassadeur van het Ronald McDonald Kinderfonds. Een paar keer per jaar wordt ze opgeroepen om voor te lezen in een van de Ronald McDonald Huizen, een gala te presenteren, dagvoorzitter te zijn of, zoals vanavond, met een kinderkoor te zingen tijdens een benefietuitzending van RTV Noord-Holland. Helemaal goed voorbereid was ze niet. Omdat pas laat werd bedacht dat het leuk zou zijn als ze met kinderen zou zingen, hebben zij en De Kickers uit Purmerend maar een keer kunnen repeteren. 'Ieder foutje van mijn lip ziet de camera', zegt ze, 'dus je begrijpt, ik wil het zo goed mogelijk doen.'

Bonte avond

Havertong is vanavond niet de enige die zich belangeloos inzet voor het goede doel. Dries Roelvink zingt In dat Spaanse café, dansen wij twee aan twee - in feestelijk glitterpak. BZN brengt een medley van hun grootste hits, en Annemarie Jorritsma zingt mee. Sjaak Swart, Bryan Roy, Sonny Silooy en Simon Tahamata spelen tafelvoetbal. Het is, kortom, een bonte avond met activiteiten.

Maar er is ook inhoudelijke informatie. Presentatoren Hans van Willigenburg en Yvon Jaspers - de laatste is ook ambassadeur van het Ronald McDonald Kinderfonds - interviewen vrijwilligers en praten filmpjes aan elkaar. Dat het om ernstig zieke kinderen gaat, beste kijkers, die vaak lang in een ziekenhuis verblijven, en dat dankzij het Ronald McDonald Kinderfonds de ouders van die kinderen in een speciaal huis dicht in de buurt kunnen zijn, en dat het geld besteed zal worden aan drie nieuwe Ronald McDonald-projecten, dus geef!

Inflatie

Sterrenactivisme heet het: bekende Nederlanders die zich inzetten voor het goede doel. Honderden ambassadeurs telt Nederland inmiddels. Marco Borsato en Paul van Vliet. Caroline Tensen, Maartje van Weegen, Ruud de Wild, Sylvana Simons, Anky van Grunsven, Inge de Bruijn, Paul Haarhuis, Victor Reinier, Jaap de Hoop Scheffer, John de Mol.

Maar weet u voor welk goed doel zij zich inzetten? Marco Borsato, ja, die is van Warchild. En Paul van Vliet van Unicef. Veel mensen weten dat wel. Maar wist u dat Aukje van Ginneken zich sterk verbonden voelt met de doelstelling van Villa Pardoes? Dat Hans Kazan zich inzet voor Kind en Brandwond? Loes Luca voor WEB. Foundation? En als het antwoord nee is, is dan de stelling gerechtvaardigd, dat het fenomeen ambassadeur van goede doelen zo aan inflatie onderhevig is, dat die goede doelen zich de moeite kunnen besparen op zoek te gaan naar een Bekende Nederlander die bij hen past?

Nee, zegt Annemiek van Bentum van Simavi, een stichting die zich inzet voor het voorkomen van ziekten in Azië en Afrika, onder andere door de aanleg van watervoorzieningen. In 2005, het jaar van hun tachtigjarige jubileum, werd Sylvana Simons ambassadeur. Waarom? 'Omdat we onze directeur wel naar een nieuw project in Tanzania kunnen sturen, maar daar is niemand in geïnteresseerd. Maar gaat Sylvana mee, dan gaat er ook een televisieploeg, en gaat er een televisieploeg, dan komt er een uitzending, en naar die uitzending kijken een heleboel mensen die we anders niet zouden bereiken.'

Nee, zegt ook Marjolein Lankhout, communicatiemanager van SOS-Kinderdorpen, dat overal ter wereld weeskinderen opvangt in gezinsverband, bij een eigen SOS-moeder, met 'broertjes en zusjes', in een eigen SOS-dorp. In het woud van goede doelen, zegt zij, met een moordende concurrentie om de donateur, kan een kleine organisatie als SOS-Kinderdorpen niet zonder ambassadeurs.

Negen hebben ze er inmiddels: Jan Smit, Henk Savelberg, Hans van Breukelen, Ruud van Nistelrooy, Yvonne van Gennip, Gerda Havertong, Ilse Media en, sinds 2005, Anky van Grunsven. Een beetje veel, geeft Lankhout toe, maar ze denkt er niet over met een van hen de samenwerking te verbreken.

'Onze ambassadeurs zijn enorm betrokken, en ze bedienen stuk voor stuk een ander segment van onze achterban. Van Breukelen wordt veel gevraagd door het bedrijfsleven, Van Nistelrooy spreekt natuurlijk de voetbalfans aan. Jan Smit was er voor de moeders, maar die heeft nu ook een jonger publiek. Anky van Grunsven hebben we aangetrokken voor de vrouwen van 35-plus met een gezin. En Gerda Havertong doet het heel goed bij de kleintjes.'

Wat SOS-Kinderdorpen van haar ambassadeurs verwacht? 'Dat ze een paar dagen per jaar beschikbaar zijn om de doelstelling van SOS- Kinderdorpen helder over het voetlicht te brengen.'

Veren en glitters

En dus is Gerda Havertong op een van haar schaarse vrije ochtenden aanwezig in een hangar op Schiphol, om met een paar vrolijke lappen twee oude vliegtuigstoelen van Martinair te bekleden. Pimp my chair is de activiteit gedoopt, en het is duidelijk dat Erik van Doeselaar van Martinair zich nog een beetje ongemakkelijk voelt met deze term. 'Ik had nog nooit van pimpen gehoord', zegt hij tegen de genodigde BN'ers - onder wie kunstenares Patty Harpenau, modejournaliste Fiona Hering en illustrator Piet Paris - 'maar ik heb me laten vertellen dat het reuze modern is.'

Pimp my chair was een idee van Martinair. Door de introductie van de nieuwe 'comfort class' zaten ze met een overschot aan oude stoelen, en, bedachten ze op de afdeling communicatie, was het nou geen aardig idee om die stoelen te laten pimpen en vervolgens te veilen voor een goed doel?

SOS-Kinderdorpen kwam in beeld 'omdat Martinair ook op landen vliegt waar zij actief zijn', maar welke dat zijn, daar kan Van Doeselaar zo snel niet opkomen. 'Eh, de Dominicaanse Republiek, en, o ja, Sri Lanka.'

Achter hem storten de bekende Nederlanders zich op de tafel met pimp-benodigdheden: veren, glitters, spuitbussen en stofjes - alles van een bedenkelijke kwaliteit. De glamour is in ieder geval ver te zoeken.

Is het vreemd dat daarom de verzamelde pers de indruk krijgt dat het Martinair er vooral om te doen is zijn eigen comfort class te promoten? Tussen elk stoelenpaar staat een manshoog advertentiebord, straks zichtbaar op elk plaatje dat de fotografen naar hun kranten sturen. Op de deur van de hangar hing ook al een enorme poster van Martinair, daarnaast een kleintje van SOS-Kinderdorpen. En waarom was er een persbericht uitgegaan waarin Fiona Hering als eerste werd genoemd, in plaats van ambassadeur Gerda Havertong?

'Dat persbericht was van Martinair', zegt Marjolein Lankhout. 'Vanmiddag gaat er een van ons uit, en daarin draaien we de volgorde om.'

Gerda Havertong werkt intussen gestaag door aan haar stoelen. Ze is een ochtend 'lekker creatief bezig' voor de stichting waarmee ze, toen ze nog in Suriname woonde, voor het eerst in aanraking kwam. Waarom ze ambassadeur is geworden? 'Wat kun je beter doen dan kinderen die hun ouders hebben verloren weer een thuis te geven, met een moeder die voor ze zorgt? Ik ben zelf opgegroeid in een warm gezin, met allebei mijn ouders, ik weet hoe belangrijk dat is. Een beetje van die warmte kan SOS-Kinderdorpen weer geven.'

Ze was vrijwilligerswerker voor ze bekende Nederlander werd. 'Ik klop aan bij bejaardentehuizen, zo zit ik in elkaar. Maar dat is veranderd sinds ik bekend ben. Ik heb het te druk om dingen te doen, puur vanuit de behoefte om een ander te helpen. Voorlezen in een ziekenhuis doe ik alleen nog maar in mijn functie als ambassadeur. Dat vind ik weleens jammer.'

En dan foetert ze weer even op de 'assistentes' van SOS-Kinderdorpen die de stof naar haar mening te slordig op haar stoelen hebben gespeld. 'Meisjes, een beetje netter alsjeblieft. We willen toch zo veel mogelijk geld binnenhalen?'

Aanfluiting

Een week later, op de site van SOS-Kinderdorpen. Wie doorklikt naar de veiling van de gepimpte stoelen, wordt verrast door het tot nog toe geboden bedrag: 1800 euro, voor het wereldwijde werk van SOS-Kinderdorpen. Nee, zegt Marjolein Lankhout, dat is inderdaad niet veel. Maar zonde van al het werk vindt ze het niet. 'We zijn blij als een bedrijf het initiatief neemt om met ons iets te doen. De ene keer pakt dat beter uit dan de andere keer.'

Een aanfluiting, zegt Gerda Havertong, geconfronteerd met het bedrag. Ze heeft haar ongenoegen daarover al geuit: dat je geen BN'ers kunt vragen een ochtend creatief bezig te zijn, om vervolgens als startprijs voor een stoel 25 euro op te geven. 'Dan nemen ze mij niet serieus, en het publiek neemt de actie niet serieus. En dat kan toch niet de bedoeling zijn.'

Maar 's het Nederlandse publiek wel zo betrokken bij wat ambassadeurs en goede doelen zoal samen ondernemen? Deze en andere vragen stelde Patrick Mulder, partner in het Hilversumse evenementenorganisatiebureau N-Sign, in een poging de wereld van de 'charity-events' in het algemeen, en die van ambassadeurs in het bijzonder, transparant te maken. 'Immers', zo verwacht hij, 'hoe meer het Nederlandse publiek weet wat ambassadeurs voor hun fondsen doen, hoe positiever ze over het fenomeen denken.'

Onlangs gaf hij opdracht aan onderzoeksbureau Scompany, dat vierhonderd Nederlanders in de leeftijd van 20 tot 65 jaar een vragenlijst voorlegde. Opvallendste conclusies uit het onderzoek, dat later dit jaar - samen met nieuws en achtergronden over de rol en verantwoordelijkheden van ambassadeurs - wordt gepubliceerd in een door N-Sign geïnitieerd Charity Ambassadors Jaarboek: negen van de tien ondervraagden zijn bekend met het fenomeen ambassadeur, maar meer dan 40 procent heeft geen idee welke taken hij of zij heeft. Drie van de tien ondervraagden zijn van mening dat de bekende Nederlander alleen maar ambassadeur is om de eigen bekendheid te vergroten, maar daartegenover staat 60 procent die juist denkt dat de inzet van ambassadeurs oprecht is, en meer dan 80 procent denkt dat een ambassadeur over het algemeen een positieve bijdrage levert aan het goede doel. De algemene conclusie is volgens Mulder dan ook dat het voor een fonds wel degelijk zin heeft een bekende Nederlander in te zetten, maar hij tekent daarbij aan, 'dat fonds én ambassadeur dan wel meer hun best moeten doen om zichtbaar te maken wat hun relatie is, en wat ze samen ondernemen'.

Helder profileren

Juist daar lijkt het bij het Nederlandse Rode Kruis de laatste weken mis te gaan. Want wie zien we in de 'fondsenwervende' programma's 10 Sterren Restaurant en Hotel Big Brother (beide van Talpa) geld inzamelen voor het Nederlandse Rode Kruis? Niet Irene Moors, en ook niet Floortje Dessing. Samen met Humberto Tan (in 10 Sterren Restaurant spaarzaam in beeld) zijn zij namelijk het gezicht van het fonds.

Wie in 10 Sterren Restaurant wel vloekend en ruziënd door het beeld bewegen zijn Patty Brard, Willibrord Frequin, Gordon en nog zeven andere bekende Nederlanders. Zij moeten in twee dagen een viersterrendiner koken en opdienen voor een publiek van honderd man, en de opbrengst van het diner gaat naar het Rode Kruis. 'Zeg, kan ik niet gewoon geld storten', roept Gordon halverwege de uitzending. 'Of weet je wat, ik koop het hele diner uit, dan hoef ik tenminste niks te doen.'

Nog los van de vraag of het voor een keurig fonds als het Nederlandse Rode Kruis verstandig is haar naam te verbinden aan die van sterren van bedenkelijk allooi, dringt zich nog een andere vraag op: hoe moet het Nederlandse publiek in deze jungle van BN'ers nou weten wie de ambassadeur is? Was dat niet juist de bedoeling van het aantrekken van een bekende Nederlander: je helder te profileren?

'Ik begrijp de vraag', zegt Ruud Tombrock, manager fondswerving en communicatie van het Nederlandse Rode Kruis. 'Maar wij maken zelf een sterk onderscheid tussen een ambassadeur en een andere bekende Nederlander die ad hoc iets voor ons doet.'

Maar het publiek ziet dat onderscheid toch niet? Dat denkt, als het Giel Beelen bezig ziet in 3FM voor Congo - óók Rode Kruis: hé, dan zal hij wel ambassadeur zijn. Dat denkt ook, als Caroline Tensen de twee genoemde Talpa-programma's presenteert: hé, de goededoelenkoningin heeft er weer een fonds bij.

'Ik denk dat u daar een punt heeft', zegt Tombrock. 'Dit kan verwarrend zijn. Overigens hebben wij niets te maken gehad met de keuze voor de sterren in zowel 10 Sterren Restaurant als Hotel Big Brother. Dat was de verantwoordelijkheid van Talpa.'

Of hij er zelf content mee is? 'Wat ik er persoonlijk van vind doet niet zo ter zake. Voor mij is het belangrijker dat een half miljoen kijkers zien dat we geld nodig hebben. Ik realiseer me dat we voorzichtig met onze ambassadeurs moeten omgaan. Dat we zelf verwarring zaaien door met andere bekende Nederlanders te werken. Maar om daar nou mee te stoppen? Dat vind ik te ver gaan. Sowieso zal het Nederlandse Rode Kruis niet in haar eentje het tij keren. Dat moeten de goede doelen gezamenlijk doen.'

Sterrenactivisme

Meest genoemde goede doelen:

Kankerbestrijding 35 procent

WNF 22 procent

Unicef 21 procent

Hartstichting 20 procent

Giro 555 18 procent

Rode Kruis 13 procent

Nierstichting 10 procent

Greenpeace 9 procent

War Child 9 procent

Amnesty 8 procent

Van de ondervraagden kon 23,5 procent geen enkele ambassadeur noemen, 76,5 procent kon minimaal 1 ambassadeur noemen, 53,7 procent kon er minimaal 2 noemen en 33 procent 3 of meer.

Meest genoemde ambassadeurs:

Marco Borsato 39 procent

Paul van Vliet 26 procent

Caroline Tensen 20 procent

Monique van de Ven 8 procent

Henny Huisman 8 procent

Ruud Gullit 6 procent

Inge de Bruijn 6 procent

Ali B. 5 procent

Prins Bernhard 4 procent

Wendy van Dijk 3 procent

Spontane koppeling ambassadeur en goede doel:

Marco Borsato en War Child 33 procent

Paul van Vliet en Unicef 20 procent

Caroline Tensen en Postcode Loterij 11 procent

Monique van der Ven en Unicef 5 procent

Henny Huisman en Postcode Loterij 3 procent

Resultaten uit het onderzoek van Scompany in opdracht van N-sign.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden