Doolhof van argwaan

In Tinker Tailor Soldier Spy ziet het spionnenbestaan eruit als een kantoorbaan. Geen collega is te vertrouwen. 'Het moest ruiken naar bureaucratisch zweet en vochtige tweed.'

Het is die ene dag in het jaar dat de vrouwen - op hun allermooist natuurlijk - mee mogen naar de zaak. De sigarettenrook hangt dik in de versierde kantine; iemand giet nog een halve fles wodka in de bowl. Collega's glimlachen vriendelijk naar elkaar. Een kerstborrel als alle andere dus.


Alhoewel? Welke plaat wordt daar gedraaid? 'He is not the first', zingt Sammy Davis Jr., 'but he is the second best agent in the whole wide world.' De mannen zingen, onderuitgezakt, mee.


Dit bedrijfsfeestje van de Britse geheime dienst MI6 beschrijft John le Carré niet in zijn boek Tinker Tailor Soldier Spy. Maar wat past het goed in de film: het gebruikelijke gegluur onder collega's krijgt meteen een andere lading, net als de valse gezelligheid. De lulligheid van de borrel ontmaskert precies wat het spionnenbestaan hier is: een kantoorbaan.


Het feestje is overigens geen compleet verzinsel van scenarist Peter Straughan. Tijdens een van hun besprekingen vertelde schrijver en ex-spion Le Carré over een kerstborrel van MI6. 'Die was zo uit de hand gelopen dat de politie eraan te pas kwam. Ik vond het meteen een vreemd idee, zo'n feestje van spionnen. Bovendien was het een prachtige manier om alle personages in één kamer te krijgen, voordat verraad ze uit elkaar dreef.'


Het is niet de eerste keer dat een scenarist zich aan de John le Carré-klassieker waagt over een mol in de bureaucratische top van MI6. De gelijknamige televisieserie uit 1979, met Alec Guinness in de rol van de gepensioneerde spion George Smiley, is al net zo legendarisch als het boek. Tamelijk imponerend, vonden Straughan en zijn co-secenarist en inmiddels overleden echtgenote Bridget O'Connor. Maar de schrijver zelf vond dat een frisse blik, ongeveer dertig jaar na de val van de Muur, heel interessant kon zijn. 'En wie zijn wij dan om daar tegenin te gaan?'


Bovendien waren ze na een ontmoeting met regisseur Thomas Alfredson - een Zweed nota bene, die zich over deze oer-Britse materie zou buigen - helemaal gerustgesteld. 'Hij leek op Smiley, net zo kalm en rustig. Als iemand het kan, dan is hij het, dachten we toen. Vervolgens hebben we veel gepraat, en dan kwam hij met vreemde invalshoeken. 'Als dit een sprookje is', zei hij dan, 'hoe zou je het dan vertellen?' Op een dag kwam hij met een doosje schaakstukken aanzetten. Wie is wie?, vroeg hij. Dat is vrij letterlijk in de film gekomen.'


Wat Alfredson het moeilijkst vond, was het vinden van een geschikte Smiley. 'Hij wordt beschreven als een man die niet opvalt. Zoiets is vrij ingewikkeld voor een filmmaker: een hoofdpersoon hebben die je eigenlijk meteen weer moet vergeten. Maar toen ik Gary Oldman zag, was ik er meteen honderd procent van overtuigd dat hij het kon.'


Het is niet het enige dat de verfilming van dit boek ingewikkeld maakt. De plot is ingenieus, en vertakt zich over verschillende landen. Dat ligt aan de manier van schrijven van John le Carré, aldus Alfredson. 'Soms weet hij zelf ook nog niet hoe het afloopt als hij begint. En dat is ook de charme van zijn werk, het gevoel dat het verhaal zich voor je ogen ontvouwt'. De film heeft dat ook, vindt Straughan. 'Net als Smiley word je in een soort doolhof gedropt en moet je je weg naar buiten vinden. Maar het is helemaal niet belangrijk dat je elke wending begrijpt, of snapt hoe alles in elkaar grijpt. Veel belangrijker is de emotionele laag eronder, het verhaal over loyaliteit en verraad.'


Meer dan een whodunit is Tinker Tailor Soldier Spy dus vooral een melancholische film: de personages zijn 'wanhopig eenzame mannen' aldus Colin Firth, die een van de verdachte spionnen speelt. 'Zij komen erachter dat alles waarin ze dertig jaar lang hun ziel en zaligheid hebben gelegd, verrot is.'


Verwacht dus geen spectaculaire schietpartijen of indrukwekkende actiescènes. Deze spionnenwereld staat mijlenver af van die van James Bond, Jason Bourne en Ethan Hunt. Deze mannen hangen niet aan afgronden, maar dolen rond in een wereld van dossierkasten en archiefmappen.


Nog lastiger: de hoofdpersonen zijn types die getraind zijn het in verborgen houden van hun emoties. De spanning moet dus ergens anders vandaan komen; geen wonder dat regisseurs zich zelden aan films over deze bureaucratische elite durven wagen.


En geen wonder dat regisseur Alfredson zich er juist door aangetrokken werd. In zijn doorbraak, de coming-of age vampierfilm Let the Right One In, portretteerde hij al wonderschoon de eenzaamheid van buitenbeentjes. En ook hier leunt de film zwaar op sfeer.


'Als wij voor het eerst praten over een film, hebben we het helemaal niet over beelden', aldus de Nederlandse cameraman Hoyte van Hoytema, met wie Alfredson ook Let the Right One In maakte. 'We praten over geluiden, muziek, geuren. Thomas wil meer dan een alleen een visuele stijl: geurcinema bestaat niet, maar wij willen proberen daar wel zo dicht mogelijk bij te komen. Zo kun je een driedimensionale wereld creëren.' Hoe Tinker Tailor moest ruiken? 'Naar krappe kamertjes, waar te veel gerookt wordt. Naar bureaucratisch zweet. En zoals Thomas het omschreef: naar de geur van vochtige tweed.'


Met camerawerk versterkt Van Hoytema ook het gevoel van die permanente achterdocht. De camera filmt door ramen, langs obstakels. 'Intensiteit creëren zonder daarvoor emoties uit te melken. Zo wil je paranoia verbeelden: hier wordt altijd naar je gegluurd, je bent nooit veilig, niemand valt te vertrouwen.'


Ook de decors passen daar goed bij. Met het oog voor detail van een knappe spion, en een waas van sigarettenrook en groezelige kleuren die benadrukken hoe ondoorzichtig en vuil die wereld ook is.


Typische schreeuwerige jarenzeventigprints vermeed art director Maria Djurkovic. In plaats daarvan koos ze voor een tapijtkleur die door Alfredson 'dead foreskin pink' werd genoemd. 'Het kleurenpalet drong zich meteen op toen ik alle geresearchte foto's aan de muur hing.'


'Je begint met de details', vertelt Thomas Alfredson. 'Hoe zag een taperecorder er toen uit? Wat voor kleur had die, wat voor batterijen werden er gebruikt, hoe is een en ander versleten? Als je genoeg liefde en aandacht in dat soort details stopt, gaat het ademen. En dan komt die wereld tot leven, voor de acteurs en voor de kijker.'


Alleen: hoe MI6 er precies uitzag, is onduidelijk - foto's zijn er niet. Djurkovic: 'De verhalen van John le Carré leverden het geraamte. Die vertelde over de vuilnisbakken die elke dag geleegd werden, de bureaus die leeg achter gelaten moesten worden, de glazen plaat die op het bureau lag om te voorkomen dat tekst zou doordrukken bij het schrijven. 'Spyshit', noemden we dat.'


Verder bezochten Djurkovic en Alfredson al vrij vroeg de Churchill War Rooms ter inspiratie, voor dat rommelige, bunkerachtige gevoel. 'Daar zagen we die enorme landkaarten aan de muur, met die foto's en elastiekjes.'


Er is een ding dat echt niet klopt: het 'Circus' bestaat niet uit een grote hal gevuld met bureautjes, zoals te zien is in Tinker Tailor Soldier Spy. Dat zou volstrekt onhandig zijn. 'Maar het is veel te saai zijn om alleen gangen met deuren te laten zien', aldus Alfredson.


Daarom moesten er ruimtes worden ontworpen waarin de echt geheime dingen besproken konden worden. Een soort portakabins moesten dat zijn. 'Tomas verzon dat die van de grond af moesten komen; ik kwam vervolgens met het idee van dat oranje geluiddempende foam voor aan de muur. Het is een radicale keuze, zeker zo zonder ramen of schilderijtjes aan de muur.


'Maar ik ben er vooral heel tevreden over omdat het er niet alleen mooi uitziet. In die wereld voelt het logisch', zegt Djurkovic.


Cameraman Hoyte van Hoytema studeerde aan de Poolse filmschool, nadat hij in Nederland was afgewezen voor de filmacademie. Vervolgens wist hij zich via via in Zweden op te werken als cameraman van veelgeprezen tv-series en films. Internationaal brak hij door met zijn werk voor Thomas Alfredsons veelbekroonde Let the Right One In en zijn camerawerk voor The Fighter, die onder andere vorig jaar twee van de zeven Oscarnominaties wist te verzilveren. Van Hoytema werkt nu afwisselend in Stockholm en Los Angeles.


De Aston Martin van George Smiley? Dat is zijn bril, vond Gary Oldman. Daar kon de acteur zich dus niet gemakkelijk vanaf maken: honderden brillen heeft hij gepast, maar de juiste zat er niet bij - iets dat regisseur Tomas Alfredson op de grens van wanhoop bracht. Totdat hij ontdekte dat medespeler Colin Firth zijn iconische vintage bril uit A Single Man had gevonden in Old Focals in Pasadena - waar ze maar liefst 30 duizend paar hebben liggen. En daar lag Het Paar. 'Je weet het gewoon, op het moment dat je ze opzet', aldus Oldman.


THE FUTURE IS FEMALE. Dat staat ergens op de muur gekalkt in Tinker Tailor Soldier Spy. Online wordt veel gesteggeld over de betekenis: een feministisch statement of een verwijzing zijn naar Eliza Manningham-Buller die in 1974 directeur werd van MI5? Nee, het is een grapje van artdirector Maria Djurkovic. 'Op de set in Londen was een witte muur die schreeuwde om grafitti. Ik had de opdracht gegeven daar 'The future is female' op te schrijven: het klopte met de periode en ik dacht dat het grappig zou zijn in zo'n door mannen gedomineerde film. Tegelijkertijd was het een kleine knipoog naar Thomas (Alfredson, regisseur) en Hoyte (van Hoytema, cameraman) in mijn afwezigheid.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden