Dooie honden en andere Weners

In eigen land is Oostenrijker Ulrich Seidl weinig geliefd. Genadeloos schildert hij zijn landgenoten af. Colporteurs zijn het, doorgeslagen beestenliefhebbers en vreemdelingenhaters....

'Een Oostenrijker wil vóór alles ''zijn rust hebben''. Daarom beziet hij het ongewone met wantrouwen en verzet hij zich tegen iets nieuws, ook al is het beter.' Dat stelde de Oostenrijkse schrijver Alfred Polgar, die in 1955 overleed, precies het jaar dat Oostenrijk loskwam van zijn bezetters - een erfenis van de Tweede Wereldoorlog.

Is er ruim vijftig jaar na Polgar veel veranderd? Niet op de Stephanplatz, met zijn besuikerde kathedraal, niet in het Lusthaus, waar de Wiener Schnitzel nog net zo wordt opgediend als in het Biedermeiertijdperk, niet in Café Central, waar al rond 1900 dezelfde Kaisermelange werd geschonken. Niet tijdens het Nieuwjaarsconcert, dat al talloze jaren op 1 januari over heel Europa wordt uitgezonden en waarvan zelfs doorgewinterde kijkers niet door schijnen te hebben dat het een herhaling betreft - zo vertrouwd is het.

En ook niet als je naar de films kijkt van Ulrich Seidl. Wie vooroordelen heeft over de Oostenrijkse maatschappij kan bij hem terecht. Hij werkt niet voor het nationale toeristenbureauen is weinig geliefd bij de meeste van zijn landgenoten, want die worden door Seidl geportretteerd zoals ze zijn en dat komt hun rust niet ten goede.

Dat hadden ze al meteen door, toen Seidl in 1990 bekendheid kreeg met Good News - Von Kolporteuren, toten Hunden und anderen Wiener. Die titel alleen al. En dat is zo gebleven tot en met zijn laatste film, voor het eerst 'echte' fictie: Hundstage, waarvoor hij in Venetië bijna de Gouden Leeuw kreeg, áls juryvoorzitter Nanni Moretti - fluwelen Jezus van buiten, Stalinistisch dictator van binnen - daar niet persoonlijk een stokje voor had gestoken. Werner Herzog, toen nog directeur van het Weense filmfestival Vienale, had Good News fel verdedigd en plaatste hem in 1999 tijdens het IDFA nog op zijn lijst van tien favoriete documentaires aller tijden. In deze portrettering van Weners viel onder meer de onthullig op dat de bezorging van de grootste Oostenrijkse krant, de Kronen Zeitung (oplage: drie miljoen, in een land van zeventien miljoen inwoners) in handen is van vaak illegale jongens uit Bangladesh en India, precies het soort jongens waar bepaalde Oostenrijkers weinig mee op hebben.

Mit Verlust ist zu rechnen (1992) kreeg op het IDFA de juryprijs, omdat hij volgens de jury 'aanleiding gaf tot vruchtbare en bezielde debatten'. De film speelt zich af rond de grens tusen Oostenrijk en Tsjechië, een streek met een verleden en weinig toekomst. Een slagboom scheidt een Oostenrijks dorp van een Tsjechisch: allebei even dood als het stuk niemandsland ertussen.

Verbindend element is het verhaal van de Oostenrijker Sepp, wiens vrouw bij haar overlijden genoeg voedsel achterliet in de vrieskast om een tijdje voort te kunnen. Maar het eten raakt op en Sepp heeft zijn zinnen gezet op een nieuwe vrouw, Paula. Die woont in het Tsjechische dorp, is ook weduwe en een Südeten-Duitse, dus spreekt zijn taal. Elke dag fietst Sepp naar de grens en stopt daar wat folders, waar hij toch niets aan heeft, voor Paula tussen de slagboom. Daarna tuurt hij met zijn verrekijker naar haar huis. Maar Paula zwicht niet en Sepp zal het moeten zoeken tusen de weduwen in zijn eigen dorp, die elkaar vertellen over hun gestorven mannen en wedijveren in gruwelijke herinneringen.

Het speelt zich allemaal af rond Oud en Nieuw, dus horen we uit een luidspreker: 'Dit is een mededeling van de burgemeester. Morgen is er gote schoonmaak in het dorp.' Het allerzieligst is nog de aanblik van kleine kinderen, rijp voor adoptie.

Af en toe poseren de mensen, die Seidl genadeloos maar toch niet zonder mededogen vastlegt. Zijn documentaire is gestileerd; in zijn werk schuift hij van 'zuiver documentair' steeds verder op naar fictie. Dat is ook te merken in Tierische Liebe (1995), over mensen die zielsveel van dieren (meestal honden) houden, meer nog dan van elkaar. Vrouwen, eentje tot in bed toe, nadat zij in bad is geweest en zich heeft opgemaakt, en mannen. Een van die mannen citeert onbewust Alfred Polgar, als hij zegt: 'Ik hou van een hond die je met rust laat.'

Seidl noemt zijn films 'zogenaamde documentaires'. Het zijn geknede registraties, die soms in scène zijn gezet en in een vorm zijn gegoten waarin de maker zijn visie verre van achterwege laat. Dat geldt ook voor Models (1999), over drie vrouwelijke modellen, die vriendinnen zijn en tevens elkaars concurrenten. Seidl: 'Dat komt al dicht bij fictie, maar het is documentair, want ik liet ze zichzelf spelen.'

Zijn documentaires combineren twee richtingen die dwars tegenover elkaar lijken te staan: cinema vérité en een grote zorg voor planning, wat te merken valt aan de nauwkeurige kadrering van de beelden. Seidl zegt te streven 'naar beelden als schilderijen'.

De stap naar echte fictie was dan ook niet zo groot. Een 'zuivere' weerspiegeling van de realiteit interesseert hem niet, hij wil zíjn werkelijkheid zien. In fictie kan hij maken wat hij wil, nog dichter bij het realisme komen dat hem voor ogen staat.

Voor Hundstage koos hij voornamelijk amateurs om personages te spelen die model staan voor kleinburgerlijke Oostenrijkers in een slaapstadje nabij Wenen. En hij maakte gebruik van een zorgvuldig uitgewerkt draaiboek. Voor zichzelf, niet voor de acteurs, die zo natuurlijk mogelijk hun personages tot leven moesten brengen. Zodat er ter plekke veel geïmproviseerd is en de film uiteindelijk nogal wat scènes bevat die niet zo geschreven waren. Pas in de montagekamer keerde Seidl terug naar zijn eigen verhaal en mengde de verschillende episoden waaruit de film bestaat.

Zijn volgende film wordt helemáál fictie, die speelt zich af in de Napoleontische tijd. Hoofdpersoon is een man die uit het leger wordt gezet omdat hij zich niet kan aanpassen. De vrijheid die hij zoekt, kan hij alleen in de criminalititeit vinden.

Haat Ulrich Seidl Oostenrijk? 'Oostenrijk is complex. Ik ben er opgevoed, ik maak er deel van uit. De mensen in mijn films hebben ook iets van mij, hoewel het zeker geen zelfportretten zijn. Mijn familie is anders. Mijn vader is dokter, en in mijn jeugd protesteerde ik tegen alles en iedereen. Mijn films zijn geen protesten, ze zijn wel kritisch. Ik ben geen patriot, heb geen nationalistische gevoelens. Ik hou van het leven en dat is veel mensens hier niet aan te zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden