Doodsvijand van dwingelanden

‘Ik acht alle mensen van wat verwe en natie en godsdienst zij ook mogen zijn, als mijn medemensen en broeders....

Opmerkelijke woorden in de tijd dat ze werden opgeschreven: een halve eeuw voordat de Max Havelaar van Multatuli verscheen. Het zijn de woorden van Jacob Haafner (1755 - 1809), een van Nederlands interessantste schrijvers van reisverhalen in zijn tijd.

Haafner, die bijna twintig jaar doorbracht in Zuid-Afrika, India en Sri Lanka, zou in het tegenwoordige discours over de spanning tussen culturen een multiculturalist genoemd worden. Hij was fel gekant tegen kolonialisme en christelijke zendingsdrang. Ook was hij een uitgesproken criticus van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), waarvan hij de laatste stuiptrekkingen meemaakte. De misstanden waarvan hij getuige was maakten van hem, in zijn woorden, een ‘doodsvijand van dwingelanden en wreedheid’.

De historicus Paul van der Velde schreef Haafners biografie aan de hand van fragmenten uit diens autobiografische werk. De uitgebreide citaten, die hij heeft ‘hertaald’ in modern Nederlands, verbindt hij met eigen teksten. Het maakt Wie onder palmen leeft tot een levendig verslag van de lotgevallen van een Nederlander in de tropen in de tweede helft van de 18de eeuw.

Al op 11-jarige leeftijd trok Jacob Gotfried Haafner (Duitse moeder, Franse vader) met zijn vader, scheepsarts, richting Azië. Onderweg naar Batavia overleed vader Haafner in Kaapstad, waarna de jonge Haafner vier jaar bij een pleeggezin in de Kaapkolonie bleef. Hij reisde door naar Batavia, maar keerde, na enkele maanden als privéleraar voor een VOC-functionaris te hebben gediend, terug naar Amsterdam.

In Nederland hield hij het niet uit – hij kon het reizen niet laten – en na een jaar trok hij, als leerling-matroos, weer naar de Oost.

Een carrière bij de hoofdvestiging van de VOC op de zuidoostkust van India werd geknakt door de vierde Engels-Nederlandse oorlog in 1781. Hij werd als krijgsgevangene een jaar vastgehouden in Madras. Na zijn vrijlating volgden diverse tochten door India en Ceylon, het huidige Sri Lanka. In 1787 was hij terug in Amsterdam, waar hij (weer) in financiële nood kwam.

Om aan geld te komen ging hij schrijven. Resultaat: diverse artikelen en vijf reisboeken, met treffende beschrijvingen van zijn omzwervingen, van mens en natuur, van Haafners liefdes en, niet in de laatste plaats, van zijn aversies. Deze boeken leverden de grondstof voor de biografie die mede dankzij de directe stijl van Haafner zeer leesbaar is geworden. Cor Speksnijder

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden