Doodstraf voor Bengaalse geestelijke

Een oorlogstribunaal in Bangladesh heeft maandag een moslimgeestelijke ter dood veroordeeld wegens misdaden begaan tijdens de afscheidingsoorlog van 1971. Het was het eerste vonnis van dit hof, dat volgens critici door de regering wordt misbruikt voor politieke doeleinden.

AMSTERDAM - De veroordeelde, Abul Kalam Azad, is een bekend prediker die regelmatig optrad in religieuze televisieprogramma's. Toen hij in april vorig jaar werd aangeklaagd, ontvluchtte hij het land. Aangenomen wordt dat hij in Pakistan verblijft. Bij het tribunaal werd hij verdedigd door een advocaat die de regering had aangewezen.


Het oorlogstribunaal acht Azad onder meer schuldig aan marteling, verkrachting en genocide tijdens de bloedige onafhankelijkheidsoorlog, waarbij Bangladesh zich losmaakte van Pakistan. Hij zou samen met Pakistaanse soldaten in het wilde weg hindoes hebben doodgeschoten en hindoevrouwen hebben verkracht. De rechter zei dat hij zich schuldig had gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid.


Azad was prominent lid van de islamistische partij Jamaat-e-Islami, die zich destijds verzette tegen de afscheiding van wat toen nog Oost-Pakistan heette. Hij behoorde tot de Razakar Bahini, een militie die collaboreerde met het Pakistaanse leger in de strijd tegen Bengaalse nationalisten. De Razakars waren berucht omdat zij meededen aan de wreedheden van Pakistaanse troepen tegen de hindoeminderheid.


Volgens de Bengaalse autoriteiten vielen tijdens de negen maanden durende onafhankelijkheidsstrijd drie miljoen doden en werden in die tijd vele tienduizenden vrouwen verkracht. Sommige wetenschappers denken dat er minder slachtoffers waren en schatten het dodental tussen de 300 duizend en 500 duizend. Circa 10 miljoen burgers vluchtten naar India.


De Bengaalse premier Sheikh Hasina gaf in 2010 opdracht tot oprichting van een speciaal tribunaal dat de misdaden van 1971 moet onderzoeken. Het berechten van oorlogsmisdadigers werd een van de belangrijkste doelstellingen van de regering-Hasina. De meeste aangeklaagden zijn leiders van de grootste oppositiepartijen Jamaat-e-Islami en de Nationalistische Partij van Bangladesh (BNP).


De elf verdachten die nog wachten op behandeling van hun zaak, ontkennen schuldig te zijn. Critici verwijten de regering het tribunaal te gebruiken om af te rekenen met de oppositie. Begum Khaleda Zia van de BNP, ex-premier en aartsrivaal van Hasina, noemde het tribunaal een 'farce'.Ook in het buitenland worden twijfels geuit over het tribunaal, dat niet wordt gesteund door de Verenigde Naties.


Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch is er sprake van een gebrekkige rechtsgang. Advocaten en getuigen à decharge klagen over bedreigingen. Er zou zelfs een getuige zijn verdwenen.


Hasina spreekt tegen dat haar regering bezig is met een politieke vendetta. Zij vindt dat Zia moet ophouden met het steunen van diegenen die in de onafhankelijkheidsstrijd aan de verkeerde kant hebben gevochten.


Een oud-strijder uitte zijn vreugde over de uitpraak. 'Er waren mensen die zich tegen onze bevrijding keerden. Het waren collaborateurs. Ze moeten worden gestraft.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden