Doodsbang, moe, onzeker: dagenlang ontvoerd - en ineens is daar die nerveuze jongen met een pistool

Derk Bolt en Eugenio Follender zijn wel wat gewend na 25 jaar Spoorloos. Maar ineens is daar die nerveuze jongen met een pistool. Ze kunnen geen kant meer op.

Het Spoorloos-duo wordt vrijgelaten door de guerrillero's. Beeld ap

Zaterdagmiddag

'Geef me de camera', schreeuwt de jongen op de motor. Hij gedraagt zich zenuwachtig. Opgefokt. In zijn handen heeft hij een pistool.

Cameraman Eugenio Follender (58) kijkt de jongen vanuit de huurauto aan. Hij heeft net met zijn kleine camera straatbeelden gefilmd in het dorpje Versalles. Met presentator Derk Bolt (62) rijdt hij door het noorden van Colombia. Voor het tv-programma Spoorloos zijn ze op zoek naar de moeder van een geadopteerd meisje en vandaag willen ze naar het dorp El Tarra.

Bolt en Follender zijn niet snel bang. Al 25 jaar reizen ze voor Spoorloos. Ze hebben gevangen gezeten, pistolen tegen hun hoofd gehad, klappen gekregen. Tijdens deze zoektocht zijn ze al in het gevaarlijke Venezuela geweest. Nu moeten ze ongepland opnieuw een rode zone in: een gebied waar Buitenlandse Zaken reizen ontraadt.

Ze twijfelen. Van tevoren hebben ze rondgevraagd: de politie, chauffeurs, het leger. Sommigen mompelen dat het een moeilijk gebied is, maar niemand zegt onverholen dat ze niet moeten gaan. Bovendien stuurt een contactpersoon in het dorp hun een bericht: 'Je kunt dag en nacht naar El Tarra rijden.'

Aan de modderige weg lijkt geen einde te komen. In hun witte Renault Duster hobbelen ze voort. Een jongen die hen de weg wijst, zegt dat hij wel wil meerijden. 'Ken je het daar, is het veilig?', vraagt Bolt. 'Ja', zegt de jongen. 'Een paar jaar geleden zijn veel van mijn familieleden hier vermoord. Maar nu is er niks aan de hand.'

Het stelt hen gerust, iemand die het gebied kent. Maar als ze bij Versalles komen, glipt de lifter stilletjes de auto uit. Vreemd. 'Achteraf', zegt Follender, 'denk ik dat hij checkte wie we waren.'

En dan is daar ineens de motorrijder met het pistool. 'Verdomme', denkt Follender, 'een overval.' Achterin de auto liggen een drone en een peperdure camera. Bolt trapt het gaspedaal vol in. Maar de jongen haalt hen in en zet zijn motor dwars voor de auto. Hij richt zijn pistool op de voorruit.

'Wegwezen', roept Follender. Razendsnel keert Bolt de auto, terug naar het dorp.

UITRUSTING. Te krappe boxer, gekregen van de guerrillero's. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Ineens zijn er meer nerveuze jongens met pistolen. De auto staat stil, ze kunnen geen kant op. Met de handen omhoog stappen ze uit. 'Niet schieten', roept Bolt. 'Rustig, rustig.' Hij vertelt hun dat ze een televisieprogramma maken over adoptie, dat ze goed werk doen, dat ze voor een katholieke organisatie werken.

Maar de sfeer is gespannen. 'Het zijn Amerikanen', roept de een. 'Spionnen', schreeuwt de ander.

Een jongen wijst naar de parkeersensoren op de Renault. 'Kijk, er zitten allemaal camera's op hun auto', schreeuwt hij.

Met tape plakken ze de sensoren af. Achterin de auto vinden ze de drone. Later ontdekken ze de microfoon die Bolt altijd in zijn bloes verbergt. Dan weten de Colombianen het zeker: dit zijn spionnen.

Hun paspoorten en telefoons worden afgepakt. Een van de jongens probeert weg te rijden met hen op de achterbank, maar hij lijkt nog nooit een auto te hebben bestuurd. Met de achterkant van de Renault ramt hij een boom.

Ze rijden doelloos rond. 'Ik had het gevoel dat ze niet wisten wat ze met ons moesten. We dachten toen nog dat het om geld ging', zegt Follender.

Het schemert wanneer ze worden afgezet. Zes afgetrainde mannen wachten hen op. Allemaal hebben ze een geweer, aan hun broek hangen handgranaten. Bolt, die het best Spaans spreekt, denkt dat hij een van hen hoort praten over 'doden'. 'We gaan lopen', zeggen ze.

De mannen sturen hen een lange touwbrug over, de jungle in, het voelt alsof ze de bewoonde wereld verlaten. Later die avond krijgen ze een pamflet waarin ze lezen dat ze in handen zijn van de ELN, een linkse guerrillabeweging die hen weinig zegt.

'Is dit een ontvoering?', vraagt Bolt.

'Nee', zeggen de mannen. 'We houden jullie alleen in bewaring.'

Op andere vragen komt geen antwoord. Dit kan wel eens lang gaan duren, denkt Follender.

Tekst gaat verder onder de kaart.

Maandagmiddag

Daar zitten ze dan, in een wit plastic stoeltje tegenover hoofdcommandant Mateo. 'De ELN is een arme organisatie', zegt hij. Ze strijden voor een ideaal, voor de arme boeren. Bolt en Follender knikken begripvol.

'Ik ga hier flink wat geld uithalen', zegt Mateo. 'Ik denk zelf aan 5 miljoen dollar.' Hij lacht.

'Dat zijn we niet waard', zegt Bolt grijnzend. Maar eigenlijk schrikken ze. Waar gaat dit heen?

Al bijna twee dagen zijn ze nu in de jungle. Ze lopen, rusten, lopen. Midden in de nacht heeft de groep ergens in de bergen op een deur gebonkt. 'Hé vriend, doe open.' De familie kreeg orders eten te maken en kamers zijn in beslag genomen. Follender en Bolt slapen op houten planken. Van de guerrillero's hebben ze te krappe, rode Calvin Klein-onderbroeken gekregen.

Na het gesprek met Mateo worden ze terug naar hun slaapkamer gebracht. Follender knoopt een tas van de trainingsbroek die hij van de mannen kreeg. Ze hebben te horen gekregen dat ze tegen de schemering weer op pad moeten.

Onderling maken ze morbide grappen. 'We vroegen ons af of je het zou voelen als je doodgeschoten werd. Nee joh, zeiden we tegen elkaar, dat krijg je niet mee. Dat vonden we goed klinken. En daarmee was dat onderwerp dan ook weer afgehandeld.'

UITRUSTING. Trainingsbroek, verbouwd tot rugzak. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Sentimenteel worden ze niet. Ze mogen niet breken. 'Het enige wat we echt moeilijk vonden, was het thuisfront, onze kinderen. Ik heb drie zoons. Ik dacht eraan hoe mijn zoontje van 11 zich zou voelen. Hoe het voor hem zou zijn als ik er niet meer was. We spraken af dat dit ons op de been zou houden. Dat we door zouden gaan voor hen.'

Het is 4 uur 's middags als een guerrillero hun kamer instormt. 'Rápido, rápido', schreeuwt hij. Er ratelen helikopters van het leger boven hun hoofden. Als die hen zien, gaan ze er allemaal aan. Struikelend over hun benen rennen ze de berg af, achter de guerrillero's aan. Follender ziet hen een wildbegroeid ravijn in springen. Blind duikt hij er achteraan, glijdend, vallend, botsend.

Eugenio Follender: 'We spraken af dat we door zouden gaan voor de kinderen.' Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

Nu zijn ze in de jungle, uit het zicht, maar de heli's zijn er nog. De commandant legt uit voorzorg een boobytrap aan. Ze lopen, klauteren. Onderling praten Follender en Bolt nauwelijks meer. Ze zijn doodsbang. Pas als het helemaal donker is, verdwijnen de helikopters.

De guerrillero's kappen met hun machetes gaten waar ze doorheen kruipen. 'Dit is geen pad', zegt Bolt soms wanhopig. Maar de guerrillero's wijzen met een ledlampje de weg en snauwen korte commando's.

De afgronden die ze in moeten zijn zo steil dat ze zich alleen maar in de handen van de mannen kunnen laten vallen. Ze waden door rivieren, stappen zo diep in de modder dat Follender bang is dat zijn blauwe Decathlon-gympen erin blijven steken. Soms wordt er een touw om hun borst gespannen om te voorkomen dat ze het ravijn in vallen. Om hen heen is het zwart.

'Hé poppetje', zegt een van de guerrillero's een keer tegen Bolt. Hij beveelt hem zijn rugzak vast te pakken en trekt hem zo de berg op. Af en toe steken de mannen een arm naar Follender uit. Het voelt dan alsof hij een stuk staal vastheeft. 'Ergens ben je dan ook nog dankbaar dat je ontvoerders je zo helpen', zegt hij achteraf.

Bolt valt drie keer hard op zijn rug, heeft last van zijn ribben. Follender dondert op zijn zij. Zijn benen trillen, hij zakt er bijna doorheen. Maar als hij iets breekt, weet hij, is hij er geweest.

'We waren zo moe dat Derk zei: laat me hier maar liggen, laat me maar doodgaan', zegt Follender. Hij trekt Bolt overeind. Aan de dood mogen ze nu niet denken.

In hun hoofden is het dof, alsof ze dit niet echt meemaken. Pijn, regen, wonden, vermoeidheid, aanvallen van ongedierte, mieren, slangen, doorweekte kleren - het komt niet meer binnen. Het enige wat Follender denkt is: ik hoop dat dit een keer stopt. Maar telkens moeten ze verder. De guerrillero's zijn onvermoeibaar.

Na tien uur lopen bereiken ze een berghut, waar ze verdwaasd gaan liggen. Maar al een uur later schudt de commandant hen wakker.

'Vamos.'

De tocht duurt uiteindelijk achttien uur. Verdoofd zet Follender de ene voet voor de andere. In zijn herinnering is die nacht alleen maar zwart. Maar één keer valt het ledlampje toevallig op een rode bloem. Een heliconia. 'Ik weet nog dat ik dacht: hé, wat mooi dat ik nu zoiets zie.'

Dinsdagochtend

Versuft liggen Bolt en Follender in een hangmat bij het 'café' waar ze net zijn aangekomen: een golfplaten dak boven een betonnen vloer. Over hun aanwezigheid wordt hier niet geheimzinnig gedaan - de twee lange gringo's liggen in het volle zicht.

De gastvrouw heeft rijst met cassave voor hen gemaakt. 'Mogen we misschien twee witte T-shirts?', vraagt Bolt voorzichtig als ze langsloopt.

Het is Follenders idee. 'Als we onder schot komen, dan zwaaien we ermee', zegt hij. 'Als witte vlag.'

UITRUSTING. Het T-shirt dat moest dienen als 'witte vlag'. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

In de hoek staat een tv te brullen. Ze schrikken op uit de hangmat als ze iets horen over 'los Holandeses'. Op het journaal van RCN zien ze tot hun verbijstering hun eigen foto's voorbijkomen.

'Hé, dat zijn jullie', zegt een van de soldaten. Het lijkt de guerrillero's niet te interesseren, ze hangen verveeld op de grond. Maar voor Follender is dit het eerste bewijs dat iedereen het weet, dat er naar hen wordt gezocht. Hij stelt zich voor wat er nu bij hem thuis gebeurt, de paniek bij zijn vrouw Annelies, zijn zoons.

Voor zichzelf kan hij deze hele situatie ergens nog wel aanvaarden. Misschien heeft hij gewoon het verkeerde strootje getrokken. Maar dat zijn familie ook door deze idioten wordt meegesleurd in ellende en onzekerheid, maakt hem woest.

Woensdagochtend

Op de rug van een muilezel sjokken ze door de nacht. Dankzij de heldere sterrenhemel zien ze aan de donkere contouren dat ze over de hoogste bergkam in de omgeving trekken.

'Waar zijn we?', vraagt Bolt. 'En wanneer komen we vrij?' Hij probeert steeds gesprekjes aan te knopen, maar krijgt geen antwoorden.

Ze worden nu begeleid door nieuwe guerrillero's: ouder dan de eerste groep, afstandelijker en allemaal met een kalasjnikov. Eén draagt de hele route een makaak-aapje in zijn nek dat hij vertroetelt als een baby.

Als het licht wordt, heeft de jungle plaatsgemaakt voor een opener, frisgroen landschap. Ze zien glooiende cocavelden zover als het oog reikt. Elke voorbijganger draagt een zwaar wapen, dit is het hart van de lokale cocaïneproductie.

Dan houden ze ineens halt: er klinken weer helikopters. De guerrillero's raken in paniek, schreeuwen dat Bolt en Follender onder een boom moeten gaan staan.

Bijna tegelijkertijd laden ze alle zes hun kalasjnikov door. Klikklak. Is dit het dan? Zullen ze hen doodknallen hier als het misgaat? Follender scant doodsbang de omgeving. Kan hij zich achter een steen verschuilen?

Het duurt een eeuwigheid, misschien een half uur. Dan vervaagt het geluid van de helikopters. Ze kunnen verder.

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeld getty

Donderdagavond

De tropische regen klettert oorverdovend op het golfplaten dak van hun safehouse, urenlang. Bolt en Follender liggen op bed. De stroom is uitgevallen. Ze zeggen bijna niets tegen elkaar. De doodsangst van de dag ervoor is geweken. Voor het eerst is er iets meer ruimte om na te denken. Eugenio vraagt zich af wat zijn 11-jarige zoontje nu aan het doen is. Hoe zou de school omgaan met zo'n verhaal, zouden ze hem goed opvangen?

Na een nieuwe tocht zijn ze afgezet bij dit huis van een familie met jonge kinderen. De vader van het gezin is doodsbang. 'Als de militairen komen', zegt hij, 'dan schieten ze ons ook dood.'

Op tv hebben Follender en Bolt eerder vandaag gezien dat het journaal meldt dat de twee Nederlandse journalisten zijn vrijgelaten. Zou dat betekenen dat de zoektocht is gestaakt?

Ze hopen inmiddels niet meer. Ze hebben zich aangewend nergens op te rekenen. Dit kan nog maanden duren.

Vrijdagavond

Follender ziet vanaf de veranda van het safehouse een vreemde man via het pad omhoog komen. De bewakers sturen hen naar hun kamer. Ze proberen de deur dicht te doen, maar dat lukt niet: de eigenwijze papegaai van de familie heeft zijn poten stevig vastgeklemd aan de deurpost.

Ze horen vreemde stemmen. Ze staan, ze zitten, ze luisteren. Maar door het ratelende plattelandsaccent kunnen ze het gesprek niet volgen.

Na bijna twee uur vliegt de slaapkamerdeur ineens open. Daar staat hoofdcommandant Mateo. 'Achteraf', zegt Follender, 'vraag ik me af of we in cirkels hadden gelopen. Hoe kon hij daar weer zijn?'

Mateo is in vol ornaat: een camouflagepak met ELN-emblemen op de schouders en een roodzwarte sjaal. Hij zegt dat het vanavond gaat gebeuren: ze worden overgedragen.

Als ze hun tasje pakken, herinnert een van de guerrillero's zich ineens dat het Spoorloos-duo eerder deze week zo enthousiast was over de musica Elena, de strijdliederen van de guerrilla. De soldaat tovert een laptop uit zijn tas en een bos met usb-sticks. 'Ik maak voor jullie ieder een stickje met muziek, voor thuis', zegt hij vrolijk.

Drie kwartier later zit hij nog te worstelen. Schiet toch op, denkt Follender, laat ons gaan. Als het eindelijk is gelukt om één usb-stick te maken, geeft de soldaat het op. Hij geeft hem aan Bolt. 'Je móét voor hem een kopie maken', zegt hij.

UITRUSTING. De pet van de 'humanitaire commissie'. Beeld Jiri Buller / de Volkskrant

De pick-up die hen wegbrengt, stopt om de haverklap. Steeds moeten ze zekerheid krijgen dat de route vrij is, dat het leger zich op afstand houdt.

Ze bereiken de locatie waar de 'humanitaire commissie' hen opwacht in het blauw. Ze krijgen zelf ook een blauw petje op. De guerrillero's van de ELN rechten hun rug, doen de sjaals voor hun gezicht, houden hun wapens voor zich. Dan kunnen de camera's aan. Hoofdcommandant Mateo begint een plechtig verhaal over de misdaden van de staat. Schouder aan schouder poseren ze. Lachend.

Bolt zegt opgelucht in de camera dat hij zich nog nooit zo goed heeft gevoeld. 'Dit was een onvergetelijke week, iets heel raars, iets heel onverwachts.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Derk Bolt (links) en Eugenio Follender staan de pers te woord buiten hun hotel in Cúcuta, Colombia. Beeld anp

Drie auto's met witte vlaggen staan klaar. Bolt en Follender stappen in de middelste Toyota. In konvooi rijden ze langs een haag soldaten hun vrijheid tegemoet. Dit was het. En nu echt. In de auto schudden ze elkaar de hand. Aan omhelzingen doen ze niet.

Het is ongeveer acht uur rijden naar de stad en onderweg gaat de telefoon van de chauffeur voortdurend. Hij blijkt niet alleen lid van de humanitaire commissie, maar ook journalist van de regionale krant La Opinión. Terwijl hij rijdt stuurt hij zijn beelden van de vrijlating door, de auto raakt bijna van de weg. Gek genoeg praten de commissieleden voorin nauwelijks met hen. Nu de camera's uit zijn, voelt het alsof ze gewoon een pakketje zijn dat moet worden vervoerd.

Via de telefoon van de commissieleden krijgen ze eindelijk hun familie aan de lijn. Het is in Nederland zaterdagochtend, bijna half acht. Pas als Follender de stem van zijn vrouw hoort dringt langzaam tot hem door wat voor hel zij moet hebben doorgemaakt. Dan krijgt hij zijn zoontje aan de lijn. 'Dag pap', zegt het jongetje, voordat hij hartverscheurend begint te huilen. 'Jullie hebben vast een spannende week gehad', zegt Follender. 'Ik ook. Maar het is goed.'


Onzekerheid

Langzaam werd meer duidelijk.

Presentator Derk Bolt en cameraman Eugenio Follender zijn zaterdag 17 juni voor het tv-programma Spoorloos op pad in Colombia, als zij worden ontvoerd. Op maandag wordt hun verdwijning bekend bij hun familie. Direct wordt vermoed dat guerrillaorganisatie ELN ermee te maken heeft, maar de officiële bevestiging daarvan volgt pas donderdag. Volgens de ELN hadden de mannen zich niet zonder hun autorisatie in bezet gebied mogen begeven. Toen duidelijk werd dat het duo geen bedreiging vormde, werd met een 'humanitaire commissie' van het Rode Kruis, de kerk en een mensenrechtenorganisatie onderhandeld over de overdracht. Er zou geen losgeld zijn betaald voor hun vrijlating.

Lees meer

'In vrijheid is alles goed', zei Derk Bolt direct na zijn vrijlating. Maar hoe verwerk je een ontvoering? (+)

Guerrillabeweging ELN suggereert dat Bolt en Follender hun ontvoering aan zichzelf te wijten hebben. 'De journalisten hebben onaangekondigd een conflictgebied betreden.'

'Voor ons was het een opluchting dat ze ontvoerd waren.' Een interview met Spoorloos-eindredacteur Paul Vertegaal.

'Mijn zoontje zei: mam, zie je hoe groot dat geweer is?' Annelies van Toledo, Follenders vrouw, doet haar verhaal.

De ontvoering van de journalisten Bolt en Follender, bewijst opnieuw hoe fragiel de vrede in het land is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden