Doodgravers Spanje trekken ten strijde tegen gemeente

De stoet lijkwagens schuift stapvoets door het centrum van Madrid. Een immense stoet, die door de voorbijgangers met verbazing wordt gadegeslagen....

CEES ZOON

Van onze correspondent

Cees Zoon

MADRID

Ze hebben een flink deel van hun gezamenlijke stal laten uitrukken. Een kleine duizend voertuigen in alle soorten en maten, van het achttiende eeuwse rijtuig tot het laatste model Mercedes. De protestoptocht is echter niet leuk bedoeld.

Noem het een schot voor de boeg, met als perspectief het volledig opschorten van alle begrafenissen in Spanje: 'Als onze eisen niet worden ingewilligd, dan kondigen wij een landelijke staking af.'

Privatiseren is het modewoord in Spanje, en privatiseren is kortweg wat de demonstrerende begrafenisondernemers eisen. Iedereen dient het recht te hebben zich ter aarde te laten bestellen door wie hij wil en niet overgeleverd te zijn aan de 'mafia' van het gemeentelijk bedrijf.

Dat is goed voor de ondernemers en dat is goed voor de burgers. Het monopolie van de gemeente heeft er immers toe geleid dat Madrid de duurste stad van het land is om dood te gaan. Een gemiddelde begrafenis in de hoofdstad kost bijna zesduizend gulden, en de privé-jongens van elders willen het doen voor vierduizend.

De Spaanse regering verordonneerde afgelopen zomer per decreet de privatisering van het begrafeniswezen. Maar een aantal grote steden, Madrid voorop, heeft met een reeks rigide voorschriften de concurrentie buiten de deur weten te houden. Het Gemengde Bedrijf voor Begrafenisdiensten, waarin de gemeente een meerderheidsbelang heeft, draait lekker op een markt die nooit inzakt. Vorig jaar werd een winst geboekt van 20 miljoen gulden netto en die zal nog groeien dank zij de aangekondigde tariefsverhogingen. Maar dan moet het monopolie wel behouden blijven.

Wie in Madrid aan de slag wil als begrafenisondernemer, moet aan een aantal voorwaarden voldoen die onhaalbaar en absurd zijn, aldus demonstratieleider Carlos Rodriguez Ballesteros, voorzitter van de Spaanse bond van begravers. Zo moet hij beschikken over een opslagplaats 'met een minimum voorraad van 15 procent van het gemiddelde aantal lijkkisten dat jaarlijks in de hele gemeente wordt gebruikt'. Vertaald betekent dit dat elke begrafenisondernemer ten minste vierduizend doodkisten in de schuur moet hebben staan voor hij een vergunning krijgt.

Voorts dient elke onderneming over minimaal dertig voertuigen te beschikken, vier geblindeerde auto's en twee koelwagens. De voorschriften laten derhalve alleen het bestaan van grote ondernemingen toe. Zoals die van de gemeente.

'Ronduit smakeloos', oordeelt burgemeester Alvarez over de massale optocht van lijkwagens. 'Als er problemen zijn, breng je die in bij onderhandelingen, maar je gaat met deze voertuigen niet demonstreren.'

'Schokkend', mompelt een voorbijganger, die echter een glimlach niet kan onderdrukken. 'Ik ben het helemaal met ze eens', roept een oude man. 'Die van het gemeentebedrijf zijn aasgieren, die er alleen op uit zijn de familie van een overledene uit te kleden. Het is hoog tijd dat dit verandert.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden