'Doodgaan, ik vind het niks'

Johan Stekelenburg (61) vecht een bijna niet te winnen strijd tegen kanker. Het had niks gescheeld of de 'man van het volk' had zijn intrek kunnen nemen in het Torentje....

Door Pieter Broertjes en Frank van Zijl

Begin juli, Tilburg, aan de eettafel in de villa waar Johan Stekelenburg woont met zijn vrouw, Heleen Hoekstra.

'We staan op een redelijk cruciaal moment. Ik moet vrijdag door de scan. Die is bepalend voor wat er verder met me gaat gebeuren. Na de zes eerste chemokuren heb ik er ook een gehad. Toen bleek dat de uitzaaiingen gemiddeld met zo'n vijftig procent waren teruggedrongen.

'In het begin voelde ik absoluut die lever zitten. Je voelde de pijnlijke plekken. Nu niet meer. Ik voel alleen nog het zakken van voedsel. Je denkt dat je van boven tot onder vol eten staat. Ik zou er bij wijze van spreken met mijn vinger zo bij kunnen. Ik mag alles hebben, maar in kleine hoeveelheden. De maag is nog maar een kwart van wat hij was. Er loopt een rechtstreekse verbinding van keel naar maag. Dus dat voedsel stapelt zich op. Na een half uur verteert dat weer. De maagzuren doen hun werk wel.

'Het is een fysieke belemmering. Maar ach, het is niet echt lastig. Je moet eraan wennen. Je moet zorgen dat je ogen zich wat aanpassen. Ik ben altijd een liefhebber geweest van lekker eten. Een echte Bourgondiër. Maar ik geloof niet dat ik mezelf een verwijt hoef te maken. Roken doe ik niet. Verder lustte ik een stevig glas bier en een glas wijn, zoals ieder ander.

'Als vrijdag bij de scan blijkt dat alle chemo niet heeft geholpen, dan komt levensgroot de vraag op je af: hoe nu verder? Hoek (zijn vrouw Heleen, red.) en ik zijn naar Pinedo geweest, dé kankerspecialist van de VU. Hij zei: de kans dat het ooit uit je lichaam verdwijnt, is nihil. Dat zette me met beide benen op de grond.

'Ik heb een hele agressieve vorm: slokdarmkanker is dat überhaupt. Maar ik reken erop dat de uitzaaiingen verder zijn teruggedrongen. Het zat, of zit in mijn lever, in mijn buik, en naast die nieuwe slokdarm, die nieuwe buismaag. Dáár is het weg.

'In de lever is het dus zo'n vijftig procent verminderd, die voel ik niet meer. En van mijn buik heb ik eigenlijk nooit last gehad. Ik verwacht dat het minder is geworden. Mijn bloedfuncties zijn beter. Ik voel me wel wat vermoeid, maar eigenlijk nog heel goed.

'Het zijn natuurlijk paardenmiddelen die ze gebruiken. Ze spuiten gif in je en dat pakt de kwaaie, maar ook de goeie cellen. Ik ben zeventien kilo afgevallen. Maar ik word er niet ziek van. Ik blijf op de been. Merk wel dat ik op bepaalde dagen een verminderde conditie heb.

'Er zijn mensen die het verbijsterend vinden dat ik gewoon weer aan het werk ben. Ikzelf vind dat meer dan plezierig. Het helpt absoluut bij het omgaan met kanker. Nu wordt niet ieder moment van de dag bepaald door die ziekte. Er is een groot verschil tussen het weekeinde, en de week waarin je aan het vergaderen bent over bij voorbeeld de begroting voor 2004. Werken van 's ochtends tot misschien wel ver in de avond: dan ben ik in het ritme waarbij ik me lekker voel. Het pijntje dat je in het weekeinde voelt, de kortademigheid, die voel je niet als je werkt. Voor mij is het een prettige vorm van verdringing.

'Ik had het er toevallig deze week over met Hoek: zou een wereldreis nog een optie zijn? Maar dan berust je. Dan leg je je neer bij de dood. Want als je op de Atlantische Oceaan zit, kun je niet behandeld worden.

'Ik heb besloten terug te knokken. En maar zo lang mogelijk te blijven leven, op een kwalitatieve manier. Ik wil niet in situaties terechtkomen dat ik kwijlend ergens in een bed lig, met uitzicht naar buiten, in het besef dat je het niet langer dan een paar weken volhoudt. Ik zeg nu: in dat geval zal de kwaliteit van leven bepalend zijn.

'Ik ben aan het vechten, ja. Ik ken zoveel mensen die zo'n chemokuur hebben gehad, hem dan afsluiten, onder controle komen te staan en dan na een jaar of vijf zeggen: ik heb ooit nog eens een chemokuur gehad. Die leven door. Dat is voor mij zo goed als zeker niet weggelegd. Tenzij er wonderen gebeuren. Twintig procent van de mensen met slokdarmkanker en uitzaaiingen leeft na vijf jaar nog. Nu ja, waarom ik niet?

'Er gaat geen dag voorbij dat je er niet over praat. Je ontmoet mensen. Die vragen: burgemeester, hoe gaat het nu? Er gaat geen dag voorbij. Maar ik ben er gewoon. Ik heb het deze week aan een paar collegeleden gevraagd: horen jullie geroezemoes: ''De burgemeester is zielig; het kan niet lang meer duren?'' Er is wel een enkeling. Maar de meerderheid zegt: de manier waarop hij met zijn werk bezig is, geeft niet het gevoel dat het snel is afgelopen.

'Ik heb op maandagochtend 13 januari jongstleden om vijf over twaalf de mededeling gekregen dat het kanker was. Een tumor van zes centimeter. Ik werd uit de vergadering van B en W geroepen. Ik moest om vijf uur bij de internist zijn om verder te praten. Ik heb het mijn collega's pas na die vergadering verteld. Ik kon er niet zoveel mee.

'Goed, nog geen drie dagen daarvoor kwam er een vraag op me af. De PvdA stond fantastisch in de peilingen. De druk was groot om met een kandidaat-premier te komen. Ruud Koole (partijvoorzitter, red.) belde. Ik en Job Cohen moesten erover nadenken. Maar zowel Job als ik aarzelde.

'Ik ben 61 jaar, heb het hier goed naar mijn zin. Je maakt je kwetsbaar op het moment dat je je beschikbaar stelt voor iets dat er nog niet is. En ik wilde ook wel het gesprek aangaan met Wouter Bos. Hoe is straks onze verhouding? Mag ik straks als minister-president aan de partijleider komen vragen hoe het moet? Die vragen lagen nog op tafel.

'Natuurlijk voel je genoegdoening als je wordt gevraagd. Er is een generatiewisseling voor nodig geweest. Het geeft aan dat de nieuwkomers anders met politiek bezig zijn. Hoewel het mij nooit gezegd is, had ik het gevoel dat ik voor de partijtop eerste keuze was. Ik ben vanwege mijn leeftijd voor Wouter minder bedreigend dan Job Cohen.

'Ik moest afhaken toen die tumor kwaadaardig bleek. Ik heb de partijtop gebeld, en Job Cohen. Verder wisten alleen de wethouders ervan. Ik moest mijn mond houden. In het belang van de partij. We speelden in de publiciteit een bizar toneelstuk. Tot het allerlaatste moment.

'Later, na mijn operatie, toen alles goed leek, heeft Bos me nog gevraagd na te denken over een ministerspost. De provinciale-statenverkiezingen kwamen eraan. Ik werd met Albanese cijfers tot lijsttrekker van de PvdA voor de Eerste Kamer gekozen.

'Ik heb erover nagedacht en ben met Hoek tot de conclusie gekomen dat ik het niet moest doen. Al ware ik kerngezond geweest, dan nog niet. Ik heb het hier prima naar mijn zin, heb op landelijk niveau mijn inbreng en heb mijn commissariaten nog. Ik deed volop mee.

'Door de partij is met gevoel gereageerd. Meer dan ik had verwacht. Ruud Koole is zonder meer degene die heeft laten zien dat die kilte bij de PvdA niet nodig is. Hij is op bezoek geweest. Wouter heeft meerdere malen gebeld, hetzelfde geldt voor Ad Melkert en Wim Kok. Melkert belde vanuit Washington. We hebben lang gepraat, over mijn ziekte, over Washington, over Nederland. En Wim Kok, die in het verleden niet overliep van aandacht voor het persoonlijke, liet een aantal keren merken dat hij betrokken is.

'Goed, zij zijn geen persoonlijke vrienden van me. Maar vrienden in de politiek, dat is met elkaar in strijd. Ik heb maatjes. Thijs Wöltgens, Frits Castricum, Ruud Vreeman. Mensen die qua opvattingen dichtbij je staan. In de partij zagen Kok en Melkert mij als bedreiging. Johan Stekelenburg, de man van het volk, de man van buiten, die uit alle peilingen ijzersterk te voorschijn kwam.

'Bij de opvolging van Kok ben ik als kandidaat afgeserveerd. Als iemand met te weinig Haagse politieke ervaring en te veel commissariaten. Ik denk dat dat voor Kok en de partij de belangrijkste overweging is geweest mij er niet bij te betrekken. Tegelijkertijd: hij zat vast aan Melkert. En Kok is heel trouw. Hij was niet ontvankelijk voor een alternatieve kandidaat.

'In de Haagse politiek wordt zo naar elkaar geloerd. Dáár klonk ook steeds dat verhaal over mijn nevenfuncties. Dat is gebruikt om zichtbaar te maken dat ik geen echte sociaal-democraat ben. Dan wordt gezegd dat je een zakkenvuller bent. En dat raakt me.

'Het geld, ach, ik vaar er een leuke boot van. Maar ik heb er geen ander bestedingspatroon door. Rooie rotary, wordt dan gezegd. Wim Meijer, Wim Kok, Johan Stekelenburg. Voor mij maakt het verschil dat ik overal werknemerscommissaris ben. Als je door een ondernemingsraad wordt gevraagd om toezicht te houden, is dat iets anders dan een benoeming vanuit het old boys network.

'Jarenlang stond ik op alle Haagse lijstjes voor een ministerspost, of het burgemeesterschap van een hele grote stad. Het is er niet van gekomen. Toch voelt dat niet als een gemiste kans. Ik lonkte niet, vond het niet van het allergrootste belang, had me er allang bij neergelegd dat ik voor sommigen een outsider moest blijven. Het was niet mijn ideaal naar een Haagse politieke carrière te streven. Ik heb en had het in Tilburg uitstekend naar mijn zin.

'Met de opkomst van Fortuyn is weleens aan de orde geweest of niet meer van mijn populariteit gebruik moest worden gemaakt. Dat is door de campagnecommissie met Melkert in de hoofdrol systematisch afgehouden. Het kon niet zo zijn dat er in de campagne naast de lijsttrekker nog anderen een rol zouden spelen.

'Goed, misschien had dat wel gemoeten. Dan zou de politiek er weleens heel anders hebben kunnen uitzien. Maar ik heb het er nooit over gehad. En zeker niet met Kok. Bovendien vond ik Ad Melkert een goede opvolger. Ook ik had hoge verwachtingen van hem. Hij is een politiek dier, een ontzettend knappe kerel. Een strategisch denker.

'Wat Melkert betekende voor het Nederlandse volk, of wat hij niet betekende, dat bleek pas later, in maart, april, mei vorig jaar. Pas bij die beruchte tv-uitzending op 6 maart dacht ik: hij is de verkeerde keuze. Fortuyn toonde dat pijnlijk aan. Als Bos daar had gezeten, of ik, dan was Fortuyn gemarginaliseerd, of in elk geval gehalveerd.'

Een week later, in de achtertuin. Johan Stekelenburg is aangeslagen.

'Het zit verkeerd. De kanker in de lever is teruggedrongen. Maar er zit ook een nieuw plekje dat resistent is voor de chemokuur. Bij de aanhechting van slokdarm en keel zit bovendien een nieuwe tumor. Volgens mijn Tilburgse oncologe sluit die straks mijn luchtpijp en slokdarm af. Het moet bestraald, ik heb geen keuze.

'Zo langzamerhand krijg ik het gevoel: waar komt het de volgende keer? Het is zo agressief. Hier krijg je een verschrikkelijke opdonder van, dit werkt vreselijk door. Als ik me realiseer wat het betekent . . .

'Vóór de scan dacht ik: het is onder controle. Nu weet ik: het zit in mijn lijf en ik krijg het er nooit meer uit. Dit gevecht dreig ik dus te verliezen . . . Ik probeer mezelf voor ogen te houden dat het nog wel even kan duren. Maar ik weet het niet meer. Wat doet die bestraling met me? En wat gebeurt er daarnaast met mijn lever? Want chemokuren en bestralen gaan niet samen. Hier word ik niet vrolijk van.

'Het is niet reëel om nog te zeggen dat het allemaal wel mee zal vallen. Ik denk dat je nuchter moet vaststellen dat je kansen niet groot zijn. Het is lastig om uit te spreken, maar zo ligt het. Het besef was er altijd wel dat het echt kon mislopen. Maar ik was al bezig met mijn agenda voor volgend jaar, het ligt nu anders.

'Goed, we zullen het over de dood hebben. De emoties zijn nog heviger dan toen ik voor het eerst over mijn kanker hoorde. Als Hoek en ik samen zijn, praten we over het ordenen der zaakjes. ''De belastingconsulent komt volgende week, daar moet jij bij zijn, want dat spreken we dingen af die jij moet weten.''

'De uitvaart is geregeld. Dat hebben we de zaterdag na de allereerste chemokuur al gedaan. Dat geeft opluchting hoor, hele grote opluchting. Dat heb je dan maar gehad, daar ben je het dan over eens. Niemand hoeft zich er nog zorgen over te maken.

'Doodgaan, ik vind het niks, waardeloos. Ik ga die bestraling in met één doel; dat ik het daarna tot mijn 65ste volhoud als burgemeester. Ik moet het negativisme wegdrukken, om te voorkomen dat ik alleen maar met doodgaan bezig bent. Want dat helpt je heus niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden