Dood wordt troost

Het moet ’n keer gebeurd zijn: een concertganger die na het eerste stuk de zaal verlaat, niet uit onvrede, maar uit een teveel aan geluk....

Er zijn natuurlijk ook zittenblijvers. Zij verwerken het conflict tussen twee stukken in stilte. Ik heb weleens gehad dat ik het eerste stuk zo indrukwekkend vond dat ik het tweede nauwelijks gehoord heb. Misschien is het de invloed van de grammofoonplaat en de cd. Beide hebben de enkelvoudige luisteraar gevormd. Muziek verdringt in de kamer geen andere muziek, men maakt er geen programma’s, welke raffinementen ook mogelijk zijn, hogere lessen ook.

Hoe programma’s in een concertzaal gestalte krijgen, weet ik niet. De ‘mogelijkheden’ van de dirigent zullen in veel opzichten bepalend zijn, zijn voorkeuren ook. (‘Hij is veelal’, zie het boek Dirigenten van Ronald de Beer ‘een wereldreiziger in voorkeuren’.) In programmaboekjes lees je veel over afzonderlijke stukken, maar niets over de gedachte om juist die stukken samen te brengen. De concertganger zal zelf een poging moeten wagen, als hij tenminste een eenheidschepper is. Welke kunststukken kunnen niet uit die eenheidsdrang ontstaan!

Het concert dat ik bijwoon, begint met het voorspel van de opera Die Meistersinger von Nürnberg van Richard Wagner. De opera over een zangwedstrijd is de lichtste die Wagner schreef en het voorspel misschien wel zijn opgewektste stuk. Als altijd legt hij lopers van klanken uit, maar ze missen deze keer zwaarte. Het is allemaal zeer verleidelijk. Maar een geheel andere componist wacht met een vergroot orkest. Hij heet Alban Berg en hij schreef in 1914-1915 Drie Orchesterstücke. Hij herzag ze in 1929, mijn geboortejaar. De muziek blijkt minder versleten dan ik. Het eerste stuk heet Präludium, ook al ‘voorspel’ dus. Het is na Wagners Voorspel heel ernstig. De eenheidmaker in mij hoort het ook als een bezinning na de luchtigheid van Wagner. Na het licht een zich langzaam ontvouwende schaduw. Het tweede deel is een rondedans, we komen weer in het licht. En verlaten het weer in het ongeëvenaarde geweld van het derde stuk dat Marsch heet. Het voorspel van Wagner en dat andere voorspel van Berg worden weggevaagd. En ik als luisteraar ook. Na de explosie van het einde ben ik verdwenen. Ik zit leeg op mijn plaats. Waarom hebben ze dat voorspel van Wagner geprogrammeerd? Om het weg te laten blazen en trommelen door Berg? De eenheid is onbereikbaar.

Met een leeggehaalde geest loop ik de pauze in, de leegste tijd die bestaat. In de zaal wordt op het podium het slagveld opgeruimd. Er wordt plaats gemaakt voor de lichte droefheid van Tsjaikovski’s zesde symfonie Lichte droefheid: de vele dood die erin zit, het wellicht wat uitgerekte verdriet ervan worden tegelijk door de muziek vertederd en overwonnen. Dood wordt troost. Ik was op grote afstand van alle andere net gehoorde muziek gekomen. Na het schitterende laatste deel voelde ik mij ‘bedroefd en goed’.

Maar iets van samenhang? Van samenspel tussen drie componisten? De willekeur, van de voorkeur het gevolg, had gewonnen. Als bijna altijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden