Dood van broertjes Quinn doorkruist strategie Paisley

Maandag 13 juli zou volgens dominee Paisley 'de dag van de afrekening' worden. Een massa protestanten zou zich in Drumcree verzamelen en het vredesproces om zeep helpen....

Van onze correspondent

Bert Wagendorp

LONDEN

De vraag, maandagochtend tijdens de dagelijkse persbriefing van de woordvoerder van premier Tony Blair klonk cru, maar was daarom niet minder to the point: zou het kunnen dat de dood van drie jongetjes in Ballymoney het Noord-Ierse vredesproces van de ondergang had gered?

Het antwoord namens Blair was diplomatiek, maar duidelijk. 'Na die moorden is een zeer grote groep mensen zich gaan afvragen wat er eigenlijk stond te gebeuren. Het is natuurlijk verschrikkelijk dat dit nodig was om mensen voor te houden waar het mogelijk naar toe ging.'

Waar het naartoe ging, tot zondagochtend Richard (10), Mark (9) en Jason (7) Quinn omkwamen in de door loyalisten ontstoken vlammen, had de eerwaarde dominee Ian Paisley een paar dagen eerder op de tv al aangegeven. In bijbelse taal had hij het over 'Armageddon'. Gevraagd om meer duidelijkheid glimlachte de zelfbenoemde man Gods en zei: 'Gebruik uw voorstellingsvermogen.'

Maandag 13 juli had wat Paisley 'de dag van de afrekening' noemde moeten worden: de dag waarop de Noord-Ierse Assemblee om zeep werd geholpen, premier Trimble ten val werd gebracht en het hele vredesproces met hem.

Paisley's scenario stond vast. In de aanloop naar de viering van de glorious 12th of July had hij, met dagelijkse bezoeken aan Drumcree, de geesten rijp gemaakt voor de geplande climax: zondag en maandag zouden uit heel Noord-Ierland tienduizenden protestanten zich verzamelen in Drumcree. De dominee hoopte op een aantal van 85 duizend. Die immense massa - vreedzame Orangisten maar ook gewelddadige loyalisten - zou voor een onbeheersbare situatie hebben gezorgd.

En met al even aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid had de onvermijdelijke confrontatie gezorgd voor wat Paisley nodig had: protestantse martelaars. Eén dode Oranjeman in Drumcree was voldoende geweest om heel Noord-Ierland in een orgie van geweld te storten en zo een einde te maken aan de Assemblee, het vredesproces en David Trimble.

Nadat Paisley eerder de hervormingsgezinde unionistische premiers O'Neill (1969), Chichester-Clark (1971) en Faulkner (1974) ten val had gebracht, was het nu de beurt aan Trimble - de verrader van de unionistische heilige zaak en Ulster.

Dus vermoedelijk betreurde niemand de drie dode broertjes in Ballymoney - gelegen in zijn eigen kiesdistrict - meer dan Ian Paisley, zij het om een perverse reden. Richard, Mark en Jason Quinn waren voor Paisley drie doden te vroeg en van de verkeerde geloofsrichting. Met de drievoudige moord liep zijn zorgvuldig geplande strategie in het honderd.

Politici, kerkleiders en Orangistische voormannen zelf riepen zondag de orde op de protesten in Drumcree te beëindigen. Niet dat iedereen naar hen luisterde. Maandag waren nog steeds enkele honderden verstokte Oranjemannen in Drumcree aanwezig. Maar geen 85 duizend.

Van de strijdlustige, opgetogen, triomfantelijke sfeer in het Oranjekamp was maandag niets meer over. De Oranjemannen, die in de voorgaande dagen zo hun best hadden gedaan om de wereld te doen geloven dat zij slachtoffer waren van 'culturele apartheid' en die hun mars door Garvaghy Road hadden trachten te verkopen als een 'burgerrechtenmars', raakten door de moorden in Ballymoney hun argumenten en het laatste restje sympathie kwijt.

Velen onder hen beseften dat, en verlieten Drumcree gedemoraliseerd. Zondag hadden medestanders van de actievoerdersin Drumcree een 'Vrijheidskamp' bij de residentie van minister voor Noord-Ierland Mowlam al ontruimd, nadat zij een week lang hadden gezworen daar te zullen blijven tot de mars in Drumcree doorgang zou vinden.

In de protestantse wijk Sandy Row in Belfast hielden bewoners zondagnacht twee minuten stilte, voor de slachtoffertjes in Ballymoney, voor zij de brand staken in hun traditionele 12th of July-vreugdevuur. In heel Noord-Ierland marcheerden maandag tienduizenden Oranjemannen, onder een zwarte schaduw.

De gevreesde mars van maandag van de Oranje Orde in Belfasts Ballynafeigh, door de katholieke Lower Ormeau Road, verliep onverwacht rustig. Katholieke bewoners stonden zwijgend langs de kant, met zwarte vlaggen en borden waarop zij 'Parade van de Schaamte' hadden geschreven. Kinderen lieten zwarte ballonnen op. De Orangisten roerden slechts een sobere trom.

Paisley had het zich allemaal zo anders voorgesteld. Hij deed maandag zijn best te redden wat er te redden viel. Hij wees elk verband tussen Drumcree en de dood van de drie jongens af. 'Als de pers nog even een paar dagen wacht, zal zij erachter komen dat er heel weinig verband is tussen die doden en wat er is gebeurd in Drumcree.'

Een woordvoerder van de orde in Portadown vergeleek de brandstichters met Engelse voetbal-hooligans. 'Dat soort elementen heb je er nu eenmaal altijd bij. Maar het waren geen Oranjemannen.'

Bij het afgebrande huis in Ballymoney lag maandag een bos bloemen. Op een kaartje had iemand geschreven: 'Drie onschuldige kinderen, vermoord door de vijanden van ons allemaal.' Steeds meer Noord-Ieren geloven dat Ian Paisley en de onverzoenlijke Oranjemannen van Portadown tot die vijanden behoren; de gruwelijke dood van drie kinderen gaf het vredesproces een nieuwe, en misschien laatste, kans.

Richard, Mark en Jason Quinn worden vandaag begraven. 'Hun begrafenis moet een mars voor vrede worden', zei een protestantse bewoner van hun wijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.