Dood & Troost in Poëziecentrum

Dankzij het nieuwe onderkomen voelt het Gentse Poëziecentrum zich eindelijk serieus genomen. Het centrum bergt een enorme hoeveelheid dichtkunst in allerlei verschijningsvormen....

Vroeger werden er huiden gevet door leerlooiers, nu staan de zalen vol met het poëtisch erfgoed van Vlaanderen en Nederland: meer dan twaalfduizend dichtbundels, vijfhonderd literaire tijdschriften en ontelbare knipselmappen. Twee weken geleden verhuisde het Gentse Poëziecentrum naar het vijftiende-eeuwse 'Toreken' aan de Vrijdagmarkt.

Oprichter en directeur Willy Tibergien is er buitengewoon blij mee: 'Op dit pand heb ik al twintig jaar terug, onmiddellijk na de restauratie, mijn oog laten vallen, maar toen wilde de gemeente het ons niet geven. Het werd eerst aan een bank verhuurd, daarna heeft de stad Gent het zelf als receptieruimte in gebruik genomen. De afgelopen vijf jaar heeft het in feite leeggestaan.'

Dankzij het succes van de in 1976 voor het eerst verschenen Poëziekrant (inmiddels 1800 abonnees, waarvan zo'n 400 in Nederland) werd in 1980 het Poëziecentrum opgericht. Vanaf 1985 hield het centrum kantoor op twee kleine verdiepingen aan de Hoornstraat. Daar brak drie jaar geleden een grote brand uit, die weliswaar niet de bibliotheek, maar wel de gehele winkel in de as legde.

Tibergien: 'Dat was het moment waarop we hard aan de alarmbel zijn gaan trekken. Maar het was niet alleen die brand. Eerder al hadden we door ruimtegebrek een groot deel van onze collectie elders moeten opslaan. Bovendien kwam onze vooral onder scholieren populaire Gentse Poëzieroute stil te liggen. In het kleine leeszaaltje op de Hoornstraat konden we geen klassen meer ontvangen. Het instortingsgevaar was te groot.'

Tibergien ging het gevecht aan met zijn drie subsidiegevers, de stad Gent, de provincie Oost-Vlaanderen en het Vlaams Fonds voor de Letteren. De boel leek te stagneren toen niemand de subsidie wilde verhogen als de anderen dat niet ook deden. Ook werden er onmogelijke voorwaarden gesteld, zoals het afstoten van de uitgeverij en het opsplitsen van de bibliotheek en het archief.

Tibergien dreigde met zijn gehele verzameling naar Nederland te vertrekken. Contacten met Poetry International en Stichting Schrijven waren er al. Ook kwam er een serieus aanbod van de stad Antwerpen om deel uit te gaan maken van een 'boekenstraat'. Dat schrikbeeld deed de Gentse bestuurders als eerste over de brug komen. Het Poëziecentrum moest voor Gent behouden blijven en het Toreken werd alsnog ter beschikking gesteld.

Daarna kwamen ook de andere subsidiegevers over de brug: het Vlaams Fonds voor de Letteren verhoogde de structurele subsidie met bijna 40 procent en verleende een projectsubsidie voor de verhuizing. De Provincie zag de noodzaak in van een extra medewerker om de bibliotheek te digitaliseren en beloofde hiertoe voor de komende drie jaar een extra projectsubsidie.

De bijna zestigjarige Tibergien is een tevreden man: 'Het is een cliché zo hoog als deze toren, maar voor mijn gevoel worden we nu voor het eerst echt serieus genomen. Het Vlaams Fonds voor de Letteren heeft nu ook wel ingezien dat het Poëziecentrum in zijn geheel verder moet kunnen gaan, inclusief de uitgeverij en de manifestaties, zoals het kinderpoëziefestival dat we willen organiseren.'

Het nieuwe pand is vijf keer zo groot als het vorige en biedt veel meer comfort. De monumentale zolder is voor presentaties en voordrachten geschikt gemaakt. Daaronder bevindt zich het documentatiecentrum dat naast het knipselarchief en de tijdschriften ook een non-book-collectie omvat met allerlei voorwerpen waar poëzie op terug te vinden is, zoals de met dichtregels bedrukte suikerzakjes van de Rotterdamse vuilnisophaaldienst.

De beroemde poëziebibliotheek staat nu in een prachtige ruimte met middeleeuws houtsnijwerk en Japans aandoende kroonluchters, overgebleven uit de tijd dat men hier een restaurant wilde beginnen. Nagenoeg alle in het Nederlands verschenen bundels vanaf 1945 zijn er te vinden. Niet alleen de grote namen, maar ook de in-eigen-beheer uitgaven, veelal te herkennen aan de nietjes in de rug. Tibergien: 'Iedere bundel die wordt opgestuurd, nemen we op in de collectie. Er wordt niks, maar dan ook niks weggegooid.'

Ook is er een bijzondere verzameling Zuid-Afrikaanse poëzie en zijn er kasten met vertaalde poëzie, biografieën, chansons en cabaretteksten. Uiteraard kan men ook thematisch zoeken, van 'Gevoelens algemeen' via 'Handicaps' en 'Derde leeftijd' tot de omvangrijke afdeling 'Dood & Troost'.

Tibergien: 'Het is geen bibliotheek in de zin van uitlenen, maar tegelijk zijn we buitengewoon laagdrempelig. Iedereen is welkom en bezoekers hoeven geen formulieren in te vullen of pasjes aan te vragen. En wie geluk heeft, treft Gerrit Komrij die bij ons al meerdere malen onderzoek heeft gedaan voor zijn bloemlezingen. Hij zei letterlijk dat hij hier nog dingen vond, die hij in Nederland nergens meer kon vinden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden