'Dood in Venetië' met te simpele dansesthetiek

Theater..

Annette Embrechts

Wie een dansbewerking maakt van de beroemde roman van Thomas Mann (Tod in Venedig, 1912) en de even vermaarde film van Luchino Visconti (Death in Venice, 1971) ontkomt niet aan een interpretatie van het decor: de grachten en gondels van Venetië. Hoe haal je die het theater binnen?

Fabian Galama en Peter Kho Sien Kie bedachten een fraaie oplossing. Met dank aan de oude zaal van het Onafhankelijk Toneel waar ze te gast zijn met deze co-productie. Met OT-voorman Gerrit Timmers creëerde het duo verrijdbare pontons die als steigers aangemeerd liggen. Gefilterd licht suggereert een spel van zonnestralen, laag verwaaide rook roept de mist in herinnering die als een deken over het met pest bedreigde Venetië hing.

Door de samenwerking beschikt het choreografenduo over OT-senior Ton Lutgerink, met zijn grijze haren, tanige gentlemanslijf en peinzende blik een fraaie incarnatie van de artistieke vijftiger Von Aschenbach, die op strand en kade in de ban raakt van de bloedmooie jongen Tadzio en daarvoor een hoge prijs betaalt. Lutgerink heeft iets filmisch: niemand kan zo veelzeggend in de verte kijken, onderwijl lichtvoetig aarzelend over de te zetten stappen. Bovendien is hij niet bang zijn blote lijf te confronteren met de jeugdige souplesse van drie jonge dansers.

Rafael Zielinski - witte wijde blouse, hoog opgesneden short - lijkt met zijn halflange lokken op de engelachtige jongeling uit Visconti's film. Dat Lutgerink in deze Dood in Venetië eigenlijk de ouder geworden Tadzio verbeeldt, die teruggaat naar Venetië, en Zielinski symbool staat voor talloze nieuwe Tadzio's, is niet meer dan een spel van de makers om los te komen van het bronmateriaal. Twee dansers in zwart, Pawel Adametz en Ying Zeng, geven nog een paar anekdotische hints: soms dragen ze mondkapjes (tegen de cholerabesmetting), fluistert Adametz in het Pools (Tadzio's afkomst) of vlijt Zeng zich met een paar klassieke poses wijdbeens tegen Lutgerink (de gewiekste vrouwelijke verleiding).

Maar meer dan het verhaal leunt Dood in Venetië op de sfeer van film en roman. Dat verhult echter niet dat de voorstelling choreografisch en dramaturgisch mager uitpakt. Het soepele glijden, de achterwaartse draaien en de trefzekere sprongen van en rond de pontons zijn te eenvormig om vijf kwartier te boeien. Ook de enscenering (Lutgerink achter, dansers voor) kent weinig afwisseling. Zelfs de intense bastoon in de muziek voorkomt niet dat de bewegingen even snel vervliegen als de ingeblazen rook. De aanbidding-op-afstand van de schoonheid van de jeugd, die film en boek kracht verleent, blijft hier aan de oppervlakte door een te simpele dansesthetiek.

Annette Embrechts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden