'Donoren worden moe als ze geen vooruitgang zien'

Het Rode Kruis snapt dat westerse landen korten op ontwikkelingshulp, maar waarschuwt voor opportunisme.

VAN ONZE VERSLAGGEVER FOKKE OBBEMA

Het is een onverwachte combinatie: aan het hoofd van het Rode Kruis, met anderhalve eeuw geschiedenis de meest eerbiedwaardige humanitaire organisatie, staat een energieke veertiger die geen blad voor de mond neemt. Wellicht houdt die openhartigheid verband met het feit dat Yves Daccord, sinds 2010 directeur-generaal, ooit televisiejournalist was.

Een bureaucraat is hij allerminst, ook al leidt hij een organisatie met ruim 12 duizend medewerkers en een budget van ruim een miljard euro. Gepassioneerd zet hij uiteen hoe het humanitaire werk wordt geraakt door de economische crisis en hoe daarmee valt om te gaan. De 48-jarige Zwitser houdt donderdag in Amsterdam de Globaliseringslezing, een initiatief dat de Volkskrant ondersteunt.

U bent somber over 2013 vanwege de economische crisis. Welke invloed had deze de afgelopen vijf jaar op humanitair werk?

'We hebben direct de impact gevoeld. De mondiale voedselprijzen stegen in 2008 en zijn hoog gebleven, terwijl ze normaliter ook weer omlaag gaan. Dat heeft veel mensen geraakt die van de ene dag op de andere merkten dat ze brood niet meer konden kopen of de zaden niet meer konden betalen voor hun volgende oogst. Wij merken zoiets direct in de vraag naar hulp.

'Als je zoekt naar verklaringen voor de Arabische Lente, was dit in mijn ogen een belangrijke factor die we nog weleens uit het oog verliezen. Als het brood twee keer zo duur wordt, komt het punt dichterbij waarop mensen bereid zijn hun angst opzij te zetten en de straat op te gaan. Vrijheid is belangrijk, maar de prijs van voedsel ook. Het is altijd moeilijk in te schatten wanneer die angst verdwijnt - bij de Arabische wereld zag niemand het aankomen. Ik denk dat de broodprijs cruciaal was, de laatste druppel in landen met jonge bevolkingen en hoge werkloosheid.

'Ik sluit niet uit dat het ooit ook in Europa gebeurt, als je kijkt naar een land als Spanje en de combinatie van jeugdwerkloosheid en uitzichtloosheid.'

De crisis werkt ook door bij de traditionele financiers van de hulp, de westerse landen.

'Zeker, de crisis raakt de regeringen in Europa hard. In heel Europa wordt het mes gezet in sociale uitgaven. Juist op het moment dat de crisis de mensen raakt en ze meer steun nodig hebben, brengen regeringen vanwege hun schulden hun steun omlaag. In Spanje heeft het lokale Rode Kruis zijn plannen helemaal omgegooid. Zij doen nu veel meer dan voorheen aan ondersteuning van Spanjaarden, zowel op het vlak van voedsel als financiële ondersteuning. In Spanje bestaat - net als in Nederland met Serious Request - een actie met dj's. Alleen gaan hier de opbrengsten niet naar de rest van de wereld, maar naar landgenoten. Dat is voor het eerst deze eeuw in Europa.'

Meer betrokkenheid bij de eigen bevolking vermindert die bij de rest van de wereld. Is die het meeste slachtoffer van de crisis?

'Wellicht, ja. In mijn ogen ligt het grootste probleem van deze crisis op het psychologische vlak: het gebrek aan perspectief op verbetering. Dat ontbreekt nu en in de komende jaren. Als ik iets heb geleerd van mijn werk voor het Rode Kruis is het wel hoe ongelofelijk veerkrachtig mensen kunnen zijn, zelfs in de moeilijkste omstandigheden. Denk voor jullie land maar aan de tijd van de Duitse bezetting. Maar voor die veerkracht is wel nodig dat er uitzicht is op verbetering - misschien niet morgen, maar wel de dag erna. Dat perspectief ontbreekt in deze crisis vooralsnog. Aan wie je het ook vraagt, de voorspelling is dat het in de nabije toekomst niet beter, maar slechter wordt. Vandaar mijn sombere verwachting voor 2013.

'Over de bereidheid van mensen en regeringen om te geven bij een echt grote ramp zoals de tsunami of een aardbeving, daar maak ik me geen zorgen over, die blijft wel. Maar het ligt anders wanneer het om structurele bijdragen aan landen gaat. Daar neemt de bereidheid wel af. Somalië, Soedan, Afghanistan, heel moeilijke landen, waar je weinig vooruitgang ziet, mensen worden daar moe van. De kansen om daarvoor geld te werven nemen in Europa sterk af.'

De meeste Europese landen zetten nu het mes in de ontwikkelingshulp. Nederland kort één miljard euro. Bent u daartegen?

'Ik begrijp wel dat Europese regeringen die hun schulden willen aanpakken naar alles kijken - er is geen reden om dat geld als een heilige koe te beschouwen. Ik zou dat als burger niet begrijpen: waarom ontwikkelingsgeld niet en sociale uitgaven wel? Dat is niet uit te leggen. Overigens zien we dat de bijdrage van regeringen aan humanitaire hulp tot dusver buiten de bezuinigingen blijven, alleen Spanje is daarop een uitzondering.

'Waar ik wel moeite mee heb, is opportunisme: snijden op hulpgeld, maar dan wel veel geld uittrekken voor bijvoorbeeld Syrië. Dat zie je bijvoorbeeld de Franse regering doen. Omdat Syrië hot is, de publieke aandacht heeft, gaan daarvoor alle registers open en gelden de normale criteria van verantwoordingsplicht en effectiviteit niet meer. Terwijl intussen zwaar wordt bezuinigd op allerlei grote projecten die wel aan die criteria voldoen, maar minder sexy zijn. Dat vind ik niet professioneel, dat is niet serieus. Als je de oppositie wilt financieren, noem het dan geen humanitaire hulp. Want daarvoor moet je onafhankelijk opereren, op basis van een onafhankelijk oordeel over werkelijke behoeften. Een minimumvereiste voor een humanitaire actie.

'Maar dat men naar de effectiviteit van de besteding van dit soort gelden kijkt, vind ik prima. Ze moeten aan hun burgers en hun parlement hun keuzes kunnen uitleggen. Je kunt in mijn ogen bezuinigen en toch je betrokkenheid bij de wereld behouden.'

Maar het publiek denkt juist het omgekeerde als je een miljard van het budget afhaalt...

'Je zou je bijvoorbeeld kunnen onderscheiden door te specialiseren. Nederland is sterk op het vlak van gezondheidszorg, met een sterke gezondheidsindustrie, met onder meer Philips. Dat zou de regering kunnen benutten en uitleggen: het budget als geheel is lager, maar we bieden de wereld nu iets wat andere landen niet kunnen bieden. We focussen op gezondheidszorg, inclusief de bescherming van gezondheidswerkers onder vuur. Dat zou ik een interessante benadering vinden - een sterke betrokkenheid op een specifiek terrein tonen, ondanks de bezuinigingen.'

Traditioneel leveren Europese overheden de grootste bijdrage, nu nog 60 procent, aan het Rode Kruis. Als dat drastisch daalt, springen dan China en India in?

'Ik hoop het en ik denk daarbij ook aan landen als Rusland, Brazilië en Mexico. Dit jaar kregen we voor het eerst een bijdrage van China. Voor, interessant genoeg, Syrië. Twee miljoen euro, dus nog bescheiden, maar toch. De Chinezen zijn onder de indruk van de rol die we kunnen spelen als bemiddelaar. We hebben dit jaar 27 Chinese ingenieurs vrij gekregen die in Soedan waren gegijzeld. Dat vonden ze belangrijk, ze snapten dat vrijwel niemand anders zoiets kan.

'Verder vinden ze ons imago interessant. Het is belangrijk wederzijds begrip voor elkaars positie te krijgen. Wij moeten hun positie leren begrijpen en zij die van ons.'

De 37ste Globaliseringslezing, donderdag 10 januari 2013, Felix Meritis, Amsterdam. Aanv. 20.30 uur, € 13,50 (€ 10,00 met korting ), Reserveren: receptie@felix.meritis.nl / tel. 020-623 13 11. De Globaliseringslezing is een samenwerking van NCDO, de Volkskrant, VPRO/Tegenlicht, Felix Meritis, Lemniscaat, Lokaal Mondiaal en Sandra Rottenberg.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden