Donner zweeg bewust over fraude bij Vestia

DEN HAAG - Voormalig minister van Binnenlandse Zaken Piet Hein Donner (CDA) heeft de Tweede Kamer bewust nooit geïnformeerd over de miljardenfraude bij woningcorporatie Vestia. Pas toen Donner vicepresident werd van de Raad van State en hij in 2011 werd opgevolgd door partijgenoot Liesbeth Spies, kreeg de Kamer in het geheim van haar te horen dat de grootste corporatie van Nederland in diepe problemen zat.


Donner vertelde de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties maandag dat hij de Kamer niet informeerde over Vestia en aanvankelijk evenmin zijn collega-ministers. Hij vreesde dat de fraude dan algemeen bekend zou worden en de staat aansprakelijk zou worden gesteld voor de schade.


Begin september 2011 werd het de ambtenaren van Donner duidelijk dat een man die tot dan toe als 'genie' bekend stond bij Vestia voor een 'Nick Leeson-achtig scenario' had gezorgd. Met grootschalige miljardenspeculaties, afgedekt met fraude, liet effectenhandelaar Leeson in 1995 zakenbank Barings failliet gaan.


Met het 'genie' werd gedoeld op Marcel de Vries, die op zeer grote schaal speculeerde namens Vestia. Wat begon als het afdekken van renterisico's, ontaardde in geld met geld verdienen en resulteerde uiteindelijk in een schade van ruim 2 miljard euro. Totdat het misging, was De Vries voor de sector een 'goeroe' en het voorbeeld van de manier waarop een corporatie financieel geleid moest worden.


Donner nam tot december de tijd om te achterhalen wat er precies aan de hand was bij Vestia. Hij informeerde de Kamer niet toen op 26 september 2011 de borgsteller van de corporaties zich garant stelde voor ruim 1 miljard euro. In november drong de verantwoordelijke ambtenaar er bij Donner op aan de Kamer te informeren.


Donner weigerde dat. Hij beriep zich daarbij op het staatsrecht. Dat schrijft volgens hem voor dat de Kamer alleen geïnformeerd wil worden als een minister zegt: 'Dit is het probleem en dit kan ik eraan doen, of ga ik eraan doen.' Tot december 2011 was Donners positie naar eigen zeggen: 'Er is iets, maar ik weet niet precies wat en ik weet ook niet wat ik eraan moet doen.'


Donners opvolger Spies, die 16 december 2011 minister van Binnenlandse Zaken werd, wist wel wat ze moest doen, maar merkte dat haar handen gebonden waren. Ze wilde Vestia een aanwijzing geven wegens wanbeleid, maar leerde dat de banken dan alle tegoeden zouden opeisen waardoor Vestia meteen zou omvallen. Dat had volgens Spies de staat en de gemeenten Den Haag en Rotterdam voor een enorme schadepost gesteld.


Ze nam het besluit om een verlies van ruim 2 miljard te nemen, hoewel de enquêtecommissie die schadepost op circa 3 miljard euro taxeert. 'Een afschuwelijk groot bedrag.' De Vries, het financiële 'genie' van Vestia, leverde tijdens zijn verhoor felle kritiek op Spies' besluit. Volgens De Vries had ze niets moeten doen, waarna de verplichtingen vanzelf zouden aflopen.


Dat was onbespreekbaar voor de minister. 'Dan had je nog 40 tot 50 jaar onzekerheid gehad, zowel voor Vestia als voor de sector.' Gevolg daarvan was geweest dat de borgsteller van de sector niet meer goedkoop had kunnen lenen, waardoor de hele corporatiesector in de problemen was gekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden