Donkere wolk boven het klimaatdebat

Roet speelt mogelijk een veel grotere rol bij de opwarming van de aarde dan werd aangenomen. De grootste vervuilers liggen daar niet wakker van....

PROF. DR. Jos Lelieveld, directeur van het Max Planck Instituut voor Chemie in Mainz, heeft net vanmorgen een satellietfoto van de Indische Oceaan binnengekregen. Via e-mail, van NASA, gemaakt op 21 maart 1999.

Vanuit het Indische subcontinent steekt een bruingrijze sluier naar het zuidwesten, richting Afrikaanse oostkust, als de rookpluim uit een schoorsteen. 'Met dat verschil', zegt Lelieveld, 'dat deze pluim dus wel even tweeduizend kilometer ver reikt. En dan te bedenken dat er daar nog een hele industriële revolutie aan zit te komen.'

De foto is een intrigerende illustratie van het fenomeen dat Lelieveld met tientallen andere onderzoekers de laatste jaren in het gebied in kaart heeft gebracht. Deze week publiceren ze in het weekblad Science (9 februari) de resultaten van het Indoex-experiment: met satellieten, ballonnen, vanaf schepen en vanuit vliegtuigen werd de pluim begin 1999 bestudeerd en bemonsterd. Conclusie: de luchtvervuiling van India heeft aanzienlijke gevolgen voor het wereldklimaat.

En die bijdrage is lang niet alleen terug te voeren op de uitstoot van kooldioxide, dat ontstaat bij de verbranding van koolstofhoudende brandstof - van steenkool tot mest en hout. Aanzienlijk is ook de bijdrage van aerosolen, zwevende stofdeeltjes in de atmosfeer. Op de Maladiven, eilanden op meer dan vijfhonderd kilometer van het Indiase vasteland, wordt gemiddeld zeventien microgram per kubieke meter opgevangen, afkomstig uit India. Dat is veel, midden op zee. Maar belangrijker is de samenstelling: in het stof zit relatief veel roet.

En dat roet, zegt Lelieveld, is geen goed nieuws. Normale aerosolen als sulfiden spelen een rol bij wolkenvorming, wolken die zonnewarmte terugkaatsen en zo nog een zekere koeling van de aardse broeikas met zich meebrengen. Maar roet is pikzwart, absorbeert alle zonnestraling die erop valt en houdt dus juist veel warmte vast hoger in de atmosfeer.

Alleen al daardoor komt er 15 procent minder warmte in het water van de Indische Oceaan terecht, schatten de onderzoekers. En de lucht hogerop wordt plaatselijk 0,4 graad warmer dan zonder roet. 'Daardoor nemen verticale verschillen in de atmosfeer af, en beïnvloed je dus ook wolkenvorming en neerslag in een groot gebied.'

Althans, dat zijn schattingen op grond van wat de onderzoekers denken te weten over roet in aerosolen. Maar dat is niet echt veel, memoreert Mark Jacobson van Stanford University uitgerekend in het weekblad Nature van 8 februari. Hij deed simulaties van het lot van roet in een omgeving van andere aerosolen. Jacobson: 'Doorgaans wordt aangenomen dat roetdeeltjes zich mengen onder de andere aerosolen, maar zonder veel chemische reacties aan te gaan.'

Zijn modellen wijzen anders uit. Volgens Jacobson klonteren in dergelijke mengsels andere aerosolen samen met roetdeeltjes. En zulke geklonterde stofjes, is uit te rekenen, houden per kubieke meter lucht tot bijna driemaal zoveel zonnewarmte vast als losse roetdeeltjes tussen andere aerosolen. Zodoende kan de bijdrage van de roetuitstoot aan het broeikaseffect zelfs groter zijn dan die van methaan uit aardgaswinning en natte rijstbouw, toch algemeen gezien als het op één na belangrijkste broeikasgas.

Een revolutionair inzicht? Lelieveld is op zijn hoede. 'Roet is belangrijker dan vaak wordt aangenomen. Dat ben ik met Jacobson eens. Maar hij laat zoveel atmosferische effecten buiten beschouwing dat ik niet begrijp dat dit zomaar is gepubliceerd in Nature. Bovendien is zijn factor drie nu ook weer niet zo dramatisch.'

Ook aerosol-deskundige prof. dr. Sjaak Slanina van Energie Onderzoek Centrum (ECN) in Petten, heeft hoorbaar moeite met Jacobsons abstracte rekenwerk. 'Hij neemt heel veel aan: over de stralingseigenschappen, over de concentraties, en vindt dan dramatische conclusies. Daar is zeker over te stoeien.'

Zelf ziet hij in het Amerikaanse artikel vooral een nieuw pleidooi om nu eindelijk eens serieus werk te maken van de rol van roet in het klimaatvraagstuk. 'We weten daar gewoon te weinig van. Roet ontstaat lokaal, met mondiale gevolgen. Er wordt niet systematisch en omvattend gemeten. En dus kan iedereen zijn eigen getallen noemen. Marges van 100 procent zijn bij dit thema helemaal geen uitzondering.'

Dat, erkent hij, compliceert in zekere mate de debatten over een adequaat broeikasbeleid. Veel nadruk ligt daarin op kooldioxide. Maar vorig najaar al wees de Amerikaanse broeikasveteraan James Hansen van het NASA-Ames instituut op de aanzienlijke rol van non-CO 2

-broeikasgassen (Proceedings of the National Academy of Sciences van 29 augustus 2000). En hij wees vooral op de mogelijkheden, sommige van die gassen voortvarender aan te pakken dan ooit zal lukken voor kooldioxide. Milieubeschermers namen Hansen zijn 'alternatieve scenario' niet in dank af, de kolenlobby des te meer.

Hansen noemde expliciet roet. Al was het maar omdat die smog in grote steden veroorzaakt, die rechtstreekse invloed heeft op de volksgezondheid. Maatregelen tegen roet hebben dus een grote meerwaarde, aldus Hansen destijds.

Daar kan ECN-man Slanina het roerend mee eens zijn. Zelf is hij, net als in Utrecht, deeltijd-hoogleraar aan de universiteit van Peking. Twee keer per jaar zit hij daar en het mondiale klimaat, zegt hij uit eigen waarneming, 'interesseert de Chinezen geen kloot, vergeef me dat ik het zeg'. 'Maar de luchtvervuiling van de grote steden begint zelfs de Chinese normen te overschrijden. Daar komt het begin van verandering vandaan, daar ben ik van overtuigd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden