Domme baas

Willem Mengelberg moest recht worden gedaan, bedachten Philo Bregstein en Martin van Amerongen. De 'muziekfreaks, archieffreaks en Shakespearefreaks' schreven een 'docudrama' over de collaborerende dirigent van het Concertgebouworkest....

Tussen licht en donker. 'Persconferentie' in het Concertgebouw anno 1937. De componist en journalist Vermeulen vraagt of Willem Mengelberg het niet 'aanstootgevend' vindt dat bruinhemden bij zijn concerten in Duitsland Sieg Heil roepen en het Horst Wessellied zingen. 'Ik zeg altijd, de zon der muziek schijnt voor elk mensenkind', luidt (historisch correct) het antwoord van de dirigent. 'Rood of zwart, bruin of blank, het kan mij niets schelen. U kunt het geloven of niet, maar weet u dat ik ooit in Amerika voor een zaal vol negers heb gedirigeerd?'

Maestro en hoogmoedswaanzinnige. Genie en vleesgeworden vergissing. Bij de schrijver en cineast Philo Bregstein heeft het fenomeen Mengelberg tot voor kort louter 'minachting' geoogst. 'Maar nu heb ik toch meer respect voor hem', zegt Bregstein, maker van romans, een speelfilm, een monsterdocumentaire over de dirigent Otto Klemperer, en documentaires over Nederlandse en Litouwse joden in de jaren voor de holocaust.

'Zijn verdienste is toch dat hij het Concertgebouworkest heeft gemáákt. En zijn tweede grote verdienste, dat zei Klemperer óók, is dat Mengelberg Gustav Mahler aan de wereld heeft gepresenteerd. Volkomen waar.'

'Zijn val was de val van een koning', zegt Bregstein, gesticulerend boven zijn zwarte koffie. Willem Mengelberg tussen licht en donker, heet het toneelstuk dat hij met Martin van Amerongen schreef, over de 'Baas' die vijftig jaar de scepter zwaaide over het Concertgebouworkest, tot hem in 1945 een dirigeerverbod werd opgelegd. Waarna de meester zes jaar aan de ontluistering mocht wennen, voor hij op een Zwitserse alp overleed.

Vijftig jaar na Mengelbergs dood, wordt het 'koningsdrama' van Van Amerongen en Bregstein maandag ten doop gehouden in een semi-geënsceneerde lezing in de Amsterdamse Balie. Featuring Philo Bregstein in de rol van Mengelbergs vakbroeder, de uit nazi-Duitsland verjaagde Otto Klemperer.

Tussen licht en donker. Klemperer: 'Verehrtester Herr Kollege! U bent een ausserordentlicher dirigent, maar u bent een even ausserordentlicher domkop. Daarvoor krijgt u nu de rekening gepresenteerd.'

Lokken

'Koffie? Gedverdemme', groet mede-auteur Van Amerongen, sierlijk de hoed lichtend. Tot de cafébaas: 'Doe mij maar jus d'orange.' Wijzend naar zijn uitgedunde lokken: 'Vroeger had ik hier van die grijze punten.'

Bregstein: 'Dat zouden mooie laatste woorden wezen, haha.'

Van Amerongen: 'Het gaat me goed, maar dan in afwachting van het moment dat de tumor zegt: ''Tot nu toe hebben we het uitstekend met elkaar kunnen vinden, maar nu ben ik de baas''.'

Van Amerongens rol in De Balie is maandag die van Rijkscommissaris SS-Obergruppenführer Seyss-Inquart. Een hem op het lijf geschreven personage: 'Heerlijk. Elke joodse of halfjoodse jongen heeft de ambitie ooit een keertje een nazi te mogen spelen.' Thuis heeft Van Amerongen nog een 'Oostenrijks jasje', ooit in België gekocht, 'groen afgebiesd en zo'. Nee, het aantrekken van de bijpassende kniekousen wordt niet in de overweging betrokken.

In een column in De Groene, het weekblad waarvan hij hoofdredacteur is, beschreef Van Amerongen eerder dit jaar de diagnose die hem was voorgehouden, een inoperabele tumor aan de slokdarm. De boodschap overrompelde behalve de wijdere lezerskring ook collega's en intimi. Maar het zou een vergissing zijn, zo blijkt, om in Van Amerongens bijdragen aan Willem Mengelberg tussen licht en donker zoiets als een afscheidswerkstuk te willen zien. 'Het stuk wás er al. Philo en ik waren er al in '97 mee bezig.'

Bregstein: 'We zijn muziekfreaks en archieffreaks, en allbei heel grote Shakespearefreaks.'

Van Amerongen: 'En nu zullen we ontdekken dat we ons stuk beter hadden kunnen wegleggen. We blijven tenslotte deerniswekkende amateurs.' Bregstein: 'Hoewel we besloten hebben dat ons stuk beter is dan Taking Sides, het toneelstuk van Ronald Harwood over Wilhelm Furtwängler.'

Van Amerongen: 'Nou nou, daarover was ik zeer te spreken.'

Moraliteit

Coïncidentie: sinds eind september is een theatergroep onder leiding van Lodewijk de Boer op tournee met Taking Sides of Het Verhoor. Een moderne moraliteit waarin Wilhelm Furtwängler, chef van Hitlers eigen Berliner Philharmoniker, zich na de oorlog moet verantwoorden tegenover een Amerikaanse majoor van het denazificatie-tribunaal.

Nog toevalliger: Bregstein is net terug uit Londen, waar zich alweer een ándere dirigerende sauriër over de bühne beweegt: Gustav Mahler, in het toneelstuk Mahlers bekering, van dezelfde auteur Harwood.

Machtigen van het podium, marchanderend met hun geweten (Mahler, van joodse familie, wist anno 1897 dat de Opera van Wenen zich pas zou laten veroveren als hij zich liet dopen). 'Er is een oplevende belangstelling voor dat soort antieke dirigenten', signaleert Van Amerongen. 'Kijk bij Concerto in de schappen en je ziet een halve meter Mengelberg, en een kwart meter Toscanini en een kwart meter Furtwängler - volgens mij niet alleen omdat ze bijzonder waren, maar vooral omdat ze goedkoop geprijsd zijn.'

Bregstein: 'Mengelbergs Vierde Mahler blijft toch recht overeind, net als die van Bruno Walter?'

Van Amerongen: 'Ik vind hem geen nietsnut. Maar de meeste dingen die hij heeft opgenomen, zijn geregistreerd in de periode waarin hij al een karikatuur was geworden van zichzelf, en ook altijd weer hetzelfde deed. De Eroica. De Vierde van Tsjaikovski. Er zijn maar een paar opnamen uit de jaren twintig en de vroege jaren dertig. Die zijn veel beter.'

Bregstein: 'Maar een achterhaalde figuur, nee. Hij heeft het orkest gemaakt toen Nederland nog een provinciaals gat was. Hij heeft zich voor Mahler ingezet toen iedereen Mahler nog wegschoof. Dat maakt hem tot de spil van een tragedie.'

Van Amerongen: 'Want hij heeft het orkest laten uitkleden, door er genoegen mee te nemen dat de joodse orkestleden werden ontslagen. En Mahler heeft hij verloochend.' Bregstein: 'Het stuk had ook Het verraad kunnen heten.'

Tussen licht en donker. Concertgebouw anno 1942. Hoog bezoek in de dirigentenkamer. Seyss-Inquart tot Mengelberg (koel): 'Ik dacht dat we de zaak hadden afgerond. Zestien joden in uw orkest, dat was in alle redelijkheid te veel.' Mengelberg (zwakjes): 'Maar al waren het er maar een paar. Het gaat mij er niet om dat het joden zijn. Ik praat uitsluitend over hun kwaliteit als musicus.' (Champagne wordt geheven.) Seyss-Inquart: 'Ik ben blij dat we het over dit onderwerp eens zijn geworden.'

Lear

Kan een domme personage een interessante hoofdrol opleveren? Van Amerongen: 'Nou ja, zo dom was hij ook weer niet natuurlijk.' Bregstein: 'Koning Lear van Shakespeare is ook dom.' Van Amerongen: 'Wat zeg je? Een ezel!' Bregstein: 'Het is het gevaar van de macht, die kwaliteiten vernietigt.'

Van Amerongen: 'Als je decennia lang alleen maar pluimstrijkers om je heen hebt, dat men zegt dat je Napoleon bent, dat je zelfs koningin Wilhelmina in populariteit voorbijstreeft, dan verlies je natuurlijk elke greep op de realiteit. Voeg daarbij dat hij Duits was qua afkomst, temperament en muzikale voorkeuren. Dan ben je haast gedoemd om te eindigen als muzikaal uithangbord van het nationaal-socialisme.'

Tussen licht en donker. Bezettingstijd. Muziek van Mahler is verboden. Seyss-Inquart: 'Ik ken uw zwak voor uw joodse vriend, maar ik heb nooit begrepen wat u in die eh. . . Mahler ziet.' (Gustav Mahler komt binnen, begint piano te spelen maar er klinkt geen geluid. Mengelberg verstijft. Seyss-Inquart merkt niets.) Seyss-Inquart, korzelig: 'Professor, heeft u mij gehoord?' Mengelberg, bedremmeld: 'Als u mij toestaat, zou ik dit onderwerp willen laten rusten, Herr Reichskommissar.'

Gustav Mahler als de geest van Banquo in Macbeth? Bregstein: 'Natuurlijk, we zijn Shakespearefans.' Van Amerongen: 'Chiem van Houweninge, die ik het stuk in zijn allereerste versie heb laten lezen, zei dat we dit conflict niet uit de weg moesten gaan. Maar ja, Mahler stierf in 1911, daar kun je in 1940 niks mee beginnen.' Bregstein: 'We laten hem als het kwade geweten van Mengelberg door het stuk dwalen.' Van Amerongen: 'Als de engel des doods.'

Het eind van de Baas komt pas na jaren. De zomervilla in Zwitserland is verworden tot een troosteloos ballingsoord, waar de ontspoorde onder een berenvel zijn laatste adem uitblaast. Zoals Shakespeare doet in Richard III en Shaw in zijn Jeanne d'Arc-stuk Saint Joan, zo komen in Tussen licht en donker de omringende personages nog eens naar voren om het slachtoffer in een postume discussie de maat te nemen. De zangeres Jo Vincent, van huis uit een anti-nazi, bedankt de 'lieve baas' voor het 'onvergelijkbaar prachtige dat hij ons heeft geschonken'.

De grijze Ellie Bijsterus Heemskerk, violiste en Mengelbergs factotum, noemt hem een 'kind', bestempelt zijn veroordeling als een 'schanddaad', en noemt zijn jagers 'hypocrieten, die hun eigen falen afwentelen op een oude man'. Vermeulen, Mengelbergs felste criticus, wil een 'lauwerkrans' leggen.

Vermeulen is de spreekbuis van het auteursduo. Bregstein: 'Ja, we willen Rechtvaardigheid.' Van Amerongen: 'Maar genade, daar doen we niet aan. Rechtvaardigheid is joods. Genade is christelijk.' Bregstein: 'We zijn natuurlijk moralisten.' Van Amerongen: 'Kinderen van Presser, in de ban van het contrast tussen goed en fout. Kortom, het stuk is in de beste traditie geschreven.'

Van Amerongen: 'Het was duidelijk dat Mengelberg niet meer voor het orkest kon. Maar dat ze zo'n ouwe man op het laatst nog zijn medaille afpakken en zijn paspoort, daar hou ik niet van.' Bregstein: 'Nou, ik vond dat wél goed. Voor hetzelfde geld was hij meteen weer gaan dirigeren bij het Philharmonia Orkest in Londen.'

Van Amerongen: 'Er bestaan nuances. Lodewijk de Boer zou de man hebben doodgeschoten. Philo vindt het wel goed zo. Ik vind: of het nou tachtigjarige SS'ers zijn die de zedenpolitie nog achter zich aankrijgen, of Mengelberg, laat die oude mensen met rust.'

Bregstein: 'Als je Chailly hoort praten over Mengelberg - hij begrijpt duidelijk niet waar het over gaat.' Van Amerongen: 'Ik vond het een ontroerend gebaar, dat die brave Chailly die grafsteen in Zwitserland schoon zat te krabben. Schei uit, daar ben ik geheel voor.' Bregstein: 'Ik neem het hem niet kwalijk, want het is een Italiaan. Maar hij begrijpt dus niet precies hoe de vork in de steel zit.'

Bregstein: 'Het is ook het verhaal van de Nederlandse collaboratie, en de verwerking van alles na de oorlog. Mengelberg is in zekere zin toch de zondebok geworden van een algemene Nederlandse collaboratie, die na de oorlog tientallen jaren onder tafel is geschoven. Al die bestuursleden om hem heen, die gingen vrijuit. Dat maakt de ethische vraag alleen maar nijpender.'

Van Amerongen: 'Als Nederland consequent was geweest na de oorlog, had men 75 procent van Nederland in de beklaagdenbank gezet, maar zo kun je helaas geen natie besturen.' Bregstein: 'Maar de opvatting dat er tussen de goeden en de fouten niet zoveel verschil was ''want we zijn allemaal mensen'' enzovoort. . .'

Van Amerongen: 'Dat is een godverlaten verloochening dat sommigen nog fatsoen in hun donder hebben. Zoals Marius Flothuis, de artistiek assistent die weigerde te tekenen voor de Kultuurkamer, en in het kamp terechtkwam. En die na de oorlog pas onder dwang van de wet is teruggenomen door het orkest.'

Flothuis, Vermeulen en hun antipode in het stuk, de Telegraaf-kontlikker Luger, komen evenzeer uit de werkelijkheid als de 'verblinde groopie' Bijsterus Heemskerk, volgens Van Amerongen het 'toonbeeld van de idolatrie die Mengelberg moreel heeft verwoest'. Bregstein: 'Maar ze had iets touchants.' Van Amerongen: 'Nou nou.' Bregstein: 'Zeker als ze zegt, ''Ze hebben je levend begraven''.'

Docudrama

Dialogen in de gedrukte tekst gaan vergezeld van ettelijke honderden verwijzingen naar geschiedschrijving en journalistiek. Het 'docudrama', geschreven tijdens weekendbezoekjes van Van Amerongen aan Bregstein (vast schema: 'Thalys, metro, slapen, elkaar ideeën toemopperen, confit de canard, gevarieerde schotel, concert Boulez of toneelstuk Schnitzler in het Frans, werken, metro') dankt zijn bestaan voor een aanzienlijk deel aan oude oral history-campagnes van Bregstein en aan Van Amerongens Mengelberg-knipselarchief.

Een map die hij zich op een rustige avond wist toe te eigenen, 'samen met het archief-Prins Bernhard', toen zijn vroegere krant Het Vrije Volk failliet ging, 'en men voor de vraag stond al die archieven in de gracht te dumpen of naar Rotterdam te brengen, wat haast nog erger is'.

Bregstein: 'Weet je wie écht verachtelijk was? Von Karajan. Zo slecht dat ik er respect voor heb. Ik ben jaren op zoek geweest, in heel Europa, naar een nazi-foto van Von Karajan. Er moeten duizenden foto's en negatieven zijn geweest. Hij heeft alles systematisch met zijn publiciteitsmensen laten vernietigen. Geniaal. Moeten we daar geen toneelstuk. . .'

Van Amerongen: Eén dirigent is meer dan genoeg.'

Wat voor acteur de dictator en drollige 'Onkel Hausfrau' Mengelberg moet belichamen, mocht het tot een productie komen - 'Een mooie stevige dame', meent Bregstein. Van Amerongen: 'Gedver, laat dat over aan moderne regisseurs.' Bregstein: 'Het hoeft geen look-alike te zijn.' Van Amerongen: 'Eerder Pierre Bokma dan een dikke man. Het gaat om de ideeën, en niet om het plaatje.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden