Dolende zielen onder een koeienkop

Toch, misschien tegen beter weten in, blijf je je afvragen wat er is voorgevallen in die familie; wat er ooit is gebeurd dat deze verzameling dolende zielen zo heeft aangetast....

Maar dit is Harold Pinter - De Thuiskomst - en opheldering komt er niet.

De sfeer is beklemmend. Een arbeidersmilieu, in Londen bij Pinter, niet per se aan een plek gebonden in de enscenering van Aike Dirkzwager bij de Haarlemse toneelgroep Het Volk. De oude, krasse vader Max tiranniseert zijn huisgenoten: zijn zonen Lenny en Joey, en zijn vrijgezelle broer Sam.

Je vermoedt een zekere routine achter de talloze woordenwisselingen. Iedereen kent hier zijn plaats en beseft de reikwijdte van de verwensingen. Er wordt wat afgescholden en gevloekt, soms zit er een uitschieter tussen, maar het hoort er allemaal bij. Het is verstikkend, en af en toe dolkomisch tegelijk.

Dan komt broer Ted op bezoek en hij brengt zijn vrouw Ruth mee: over deze thuiskomst gaat het. Ted is de enige die zich heeft ontworsteld aan het uitzichtloze bestaan van slagerszoon (een groteske koeienkop boven aan het dressoir herinnert nog aan Max' vroegere metier). Hij is naar de VS verhuisd en filosofiedocent geworden.

Succesvol, dus. Maar met zijn thuiskomst neemt de soms toch al onwerkelijke situatie daar een absurdistische wending.

Het Volk, voor deze productie versterkt met een aantal gastspelers, weet wel raad met de Pinteriaanse wereld - in De Thuiskomst teruggebracht tot de paar vierkante meter die de grijsgrauwe huiskamer van de familie beslaat. Dirkzwagers aanpak is sober, nuchter haast, waardoor komische scènes iets terloops krijgen, en daardoor iets extra grappigs. Tegelijkertijd blijven de personages daardoor wat op afstand, maar storend is dat bijna nooit.

Wigbolt Kruijver is goed op dreef als de opgewonden pater familias die vloekt en spuugt als een oordeel - een oude kribbenbijter met toch zo af en toe kwetsbare trekjes, die even later zo maar weer in gevaarlijke neigingen kunnen omslaan. Geen wonder dat er aan de zonen - Bert Bunschoten als de merkwaardig flegmatieke Lenny, en Bas Heerkens die de stotterende amateurbokser Joey gestalte geeft - een steekje los zit.

Met de komst van een vrouw in huis komen alle frustraties pas echt naar de oppervlakte. Toch reageren de broers (Ted incluis) nooit volgens een 'normaal' verwachtingspatroon; steeds wanneer je denkt doorgrond te hebben hoe het nu zit met deze rare jongens, verrassen ze weer.

Logische redeneringen of redenen zijn niet voor handen. Pinter plaatst zijn personages pardoes in een bepaalde positie. En dat blijft intrigeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden