Dolende journalisten in een snelle wereld

De normen en waarden van journalisten fladderen alle kanten op, terwijl ze wegdrijven van hun publiek. Ze zullen zich meer moeten voegen naar de behoefte van de informatieconsument, zegt Mark Deuze, die promoveert op een profielschets van 'de' Nederlandse journalist....

NEDERLANDSE journalisten weten erg goed aan welke eisen hun vak moet voldoen, maar intussen drijven ze wel steeds verder weg van de moderne informatieconsument. Die wil snel en vooral inzichtelijk worden geïnformeerd, zegt communicatiewetenschapper Mark Deuze (32), maar kennelijk wordt die behoefte onvoldoende bevredigd.

Deuze promoveert komende woensdag aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift (Journalists in the Netherlands) waarin hij een profiel schetst van 'de' Nederlandse journalist. Hij voerde gesprekken met 1039 van de ongeveer veertienduizend journalisten in Nederland en ging ook na hoe journalisten met eigentijdse maatschappelijke ontwikkelingen omgaan, zoals multiculturaliteit, infotainment en internet.

Zijn belangrijkste bevinding is dat journalisten - van roddel- tot tv- en parlementaire journalisten - allemaal dezelfde eigenschappen toedichten aan hun vak, maar daar vaak een volstrekt andere betekenis aan geven en er soms zelfs tegendraads naar handelen. Het zijn eigenschappen als dienstverlenend, objectief, ethisch verantwoord, actueel, neutraal, onafhankelijk en kritisch, waarmee ze ook haarscherp kunnen aangeven waarom andere journalisten niet in het vak thuishoren. Deuze: 'Journalisten van het roddelblad Party, het tv-programma Koffietijd! en de parlementaire redactie van NRC Handelsblad waren het met elkaar eens dat ze hun werk onafhankelijk moesten kunnen doen, maar konden ook haarfijn uitleggen waarom de ander niet onafhankelijk was, bijvoorbeeld: de NRC-journalist zou voortdurend hielen aan het likken zijn bij de VVD, de Party-journalist zou dingen bij elkaar verzinnen, en die van Koffietijd! zou alleen maar producten verkopen van bedrijven als Unilever.'

Wat is het profiel van 'de' Nederlandse journalist? Hij is een man van 42, hij heeft een politiek links beeld van zichzelf, en is niet typisch loyaal aan zijn werkgever, met uitzondering van de regionale dagbladverslaggever die vaak zijn hele beroepsmatige leven bij één werkgever heeft doorgebracht. De omroepjournalist werkt in een relatief sterk gemêleerde omgeving (oud, jong, man, vrouw, allochtoon, autochtoon), de sport- en financieel-economisch journalist in een typische mannenwereld.

Sinds het begin van de jaren tachtig is er in de optiek van de dagblad- en tijdschriftjournalist weinig veranderd, ondanks de opkomst van de commerciële tv en de groei van de gespecialiseerde bladenmarkt. Bij technologische vernieuwingen op de redactie (internet) loopt de journalist achter. Hij heeft weinig tot geen contact met zijn publiek . De meeste tijd brengt hij door achter zijn pc. Alsof hij een gewone bureaubaan heeft.

Van de opleidingen voor journalistiek zijn vooralsnog weinig vernieuwingen te verwachten. Uit een deelonderzoek van Deuze onder vijfhonderd hbo-studenten journalistiek bleek dat er weinig animo bestaat voor nieuwe media (4 procent kiest voor internet) en helemaal niet om bij een regionale krant te gaan werken, ofschoon de behoefte bij het publiek aan lokaal/regionaal nieuws wel toeneemt. Publiekstijdschriften zijn bij de hbo-studenten het populairst, gevolgd door landelijke dagbladen en televisie.

Deuze toetste de waarden en normen van de journalisten aan de journalistieke praktijk, met de eerder genoemde multiculturaliteit, internet en infotainment als leidraad. 'Bijvoorbeeld: wat betekent nou objectiviteit als een journalist stukjes moet schrijven over allochtone Nederlanders? Is dat precies dezelfde objectiviteit als ergens anders? Nee, dat is dus niet zo. Wat je ziet bij gespecialiseerde journalisten die over multiculturaliteit schrijven, is dat ze voortdurend met zichzelf in botsing komen. Aan de ene kant zeggen ze: luister, ik ben geen belangenvereniging, dus ik ga niet op de bres staan voor mijn gekleurde medemens. Maar aan de andere kant zeggen ze: ik moet wel oppassen dat mijn stukje hen niet negatief stereotypeert. Daar staan hun waarden en normen lijnrecht tegenover elkaar. Bij internet zie je hetzelfde. Daar zeggen journalisten dat ze objectief willen zijn, maar op internet is elk stukje in principe anoniem en daarom moeilijk te verifiëren, dus hoe ga je daarmee om? Als je daarover met journalisten doorpraat, hoor je: geen idee, we doen eigenlijk maar wat.'

Dat was ook wat Deuze gaandeweg kon vaststellen: 'de' Nederlandse journalist, die overigens maar in weinig verschilt van andere westerse collega's, heeft geen doortimmerde visie op zijn vak, zeker niet in de context van de moderne, multiculturele, commerciële en gedigitaliseerde samenleving. De professionele verstrekker van nieuws en informatie fladdert met zijn normen en waarden alle kanten op. 'Dat maakt ze niet per definitie onbetrouwbaar', zegt Deuze. 'Maar ze worden er ook niet geloofwaardiger door. De burger wordt mondiger, hij verzamelt in toenemende mate zijn informatie zelf. Als hij dan een journalist nodig heeft die nieuws en informatie voor hem selecteert en ordent, wil hij ook weten hoe die zijn werk heeft gedaan. Daarom moet een journalistieke kwaliteitsdiscussie ook niet gaan over de inhoud van journalistieke producties, maar over het journalistieke proces. De journalist zal de consument bij alle fasen van dat proces moeten betrekken, zijn werk inzichtelijk moeten maken en dat moeten doen met onderwerpen die de consument interesseren, uit de regio, en uit zijn directe levenssfeer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden