Dogon inspireerde Haan tot huizenlandschap

Herman Haan, ontdekkingsreiziger in Afrika, bouwer in Nederland. Arcam-galerie, Waterlooplein 213 Amsterdam, tot en met 15 april. Boek: Herman Haan door Piet Vollaard....

'Herman Haan had aan een leven niet genoeg', begint het boek over leven en werk van een architect die niet gerekend kan worden tot de kopgroep die na de oorlog het gezicht van Nederland heeft bepaald. Het heeft alles te maken met het driedubbele leven dat Haan leidde. Behalve architect, was hij ontdekkingsreiziger en archeoloog. Als hij niet in Nederland verbleef, trok hij door de binnenlanden van Afrika, waar hij stuitte op culturen waarvan het bestaan nog nauwelijks tot Europa was doorgedrongen.

Op 7 januari 1964 vertrok een expeditie die door Haan was georganiseerd naar het legendarische Tellem-volk in Mali. Heel Nederland was getuige van deze onderneming, omdat de NCRV de reportages semi-live uitzond op het enige net dat 'Hilversum' bezat. In de Arcam-galerie in Amsterdam, waar nu een expositie over Herman Haan is ingericht, zien we dat tv-verslag opnieuw. Regisseur Kees van Langeraad met een vuistdikke microfoon op de Maaskade in Rotterdam, die de koene ploeg aan het publiek voorstelt: fotografe Violette Cornelius met een soort Agfa Click als wapenuitrusting, de huisarts Herman Hefting, echtgenote Hansje Haan, architect Jan Rietveld, een paar antropologen en niet te vergeten schrijver Bert Schierbeek, die voor het Algemeen Dagblad over het avontuur zou berichten. Tot de bagage behoorde een enorme aluminium bol, waarin de archeologen zich tegen overhellende rotswanden omhoog lieten hijsen. Zo konden zij in de holen spieden waar zij resten van het oude Tellem-volk vermoeden.

De beelden roepen herinneringen op aan veel oudere ontdekkingsreizen. Hansje Haan moet vanwege een ernstige ziekte in de woestijn afhaken. Ze raken verzeild in een gewapend conflict op de grens van Algerije en Marokko. De Revue (tegenwoordig Nieuwe Revu) meldt naderhand dat 'ze door een hel zijn getrokken op hun speurtocht naar de grotten van de Tellem.' 'De barre tocht werd een succes. Maar voor zover ze waren moesten ze stof slikken, raadsels oplossen en waanzin weerstaan.'

Welke invloed hebben dergelijke verkenningen in het Dogon-gebied op de architectuur van Haan? Ogenschijnlijk geen enkele. De villa's die hij na de oorlog in en rond Rotterdam bouwt, volgen een ijzeren stramien van rechthoeken en vierkanten.

Oneerbiedig gezegd zijn het dozen die in elkaar schuiven, en die vrijwel altijd op een sokkel of op kolommen staan. De villa's lijken te zweven in een door-en-door Hollands landschap. En dan is het rotslandschap van Mali met de kegelvormige bouwsels ver weg.

Toch dringt later wel degelijk een element van de Dogon-bouwstijl door in de gebouwen van Haan, enigszins vergelijkbaar met de manier waarop ook Aldo van Eyck de Afrikaanse cultuur interpreteerde. Een huizenlandschap creëerden ze beiden, Van Eyck met het Burgerweeshuis in Amsterdam en Haan met de studentenwoningen op de campus van de Technische Universiteit Twente.

Haan stapelde daar begin jaren zeventig studentenwoningen in piramides en mastaba's, een vorm van gemeenschappelijk wonen die ook een zekere privacy liet.

Zowel die studentencomplexen als de villa's weerspiegelen een - verdwenen - tijdgeest. De kubistische huizen van Haan zijn één modernistisch manifest. Grote, vaak openschuivende ruiten noden de omringende wereld binnen waardoor er een diffuse overgang ontstaat tussen interieur en exterieur. Als contrast met zoveel transparantie gebruikt Haan ruwe gevelvlakken, waarin behalve natuursteen en hout zelfs hergebruikte straatstenen voorkomen.

Ook het interieur gooit Haan, met uitzondering van de slaapvertrekken, open: de hal verheft hij tot snijpunt in de kubussen, als verbinding tussen woonkamer en 'slaapdoos' of zelfs als verlengstuk van de woonkamer.

Haan scheidt niet, hij verbindt ruimtes, met de bedoeling om ook kleine woningen een ruimtelijke werking te geven. In kleine details penseelt hij de lijnen; trapleuningen die doorslingeren als balustrade, een vloer van flagstones (typisch jaren vijftig) die van buiten naar binnen loopt, en zwevende boekenkasten als semi-transparante scheidingswanden.

Een opmerkelijke man komt uit boek en tentoonstelling naar voren. Architect Joop van Stigt haalt herinneringen op uit de tijd dat Haan nog woonde in een brugwachtershuis van de Maasbruggen en voor zijn ochtenddouche uit zijn huis in de Maas dook.

Zijn expedities en zijn voorliefde voor de archeologie hebben een mogelijke sterstatus verijdeld, hoewel het de vraag is of er na 1965 nog veel rek zat in het rigide, minimalistische bouwen. Voor Haan bleef niet veel anders over dan te opereren in de schaduw van grootmeesters als zijn docent Willem van Tijen, Ben Merkelbach, Jaap Bakema, Herman Hertzberger en Aldo van Eyck. Dat neemt niet weg dat expositie en boek een soort eerherstel betekenen voor een man die blaakte van ondernemingsdrift.

Jaap Huisman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.