Doelman op leeftijd niet gek te krijgen

Hij is 35 en voetbalprof. Doelman Erik Heijblok, reserve bij AZ, weet hoe nuttig ervaring is in zijn wereld van glamour en poppenkast.

Zielsgelukkig was hij toen FC Haarlem hem op zijn 26ste de kans bood in het betaald voetbal te debuteren. Negen jaar later heeft Erik Heijblok, reservedoelman van AZ, nog altijd dezelfde ambitie, maar meer realiteitszin. 'Betaald voetbal is soms ook een door allemaal kleine bv'tjes gestuurde poppenkast.'


De 35-jarige boerenzoon uit Wieringen heeft zich de voorbije jaren vaak verwonderd, maar hij heeft zich nooit verveeld in het profvoetbal. Heijblok verbleef met FC Haarlem in de kelder van de eerste divisie. Hij rook met Ajax aan het beste van het beste. Bij De Graafschap keerde Heijblok terug in de realiteit van het degradatievoetbal en bij AZ leerde hij dat normaal doen een kwaliteit is.


'Als ik mijn carrière over zou mogen doen, had ik de stap naar het betaald voetbal graag eerder gemaakt om te weten waar mijn plafond had gelegen. Ik heb voortdurend een inhaalslag moeten maken. Zeker bij Ajax kwam ik veel wedstrijdervaring tekort. Elke training was voor mij een wedstrijd.


'Als mens ben ik blij dat het is gelopen zoals het is gelopen. Ik ken ook de andere kant van het leven, heb lang gestapt met mijn vrienden, heb mijn sociale contacten kunnen onderhouden en heb bij een 40-urige werkweek op een hoog amateurniveau gekeept. Ik kan daardoor alles in perspectief zien. Dat ontbreekt wel eens bij de jonge spelers die in dit milieu zijn opgegroeid.'


Heijblok wil als een van de oudste eredivisiespelers niet als 'de opa van de selectie' worden beschouwd, maar stelt wel vast dat het in het huidige métier lastig is als speler jezelf te zijn. 'De club is voor de voetballer de grootste gemene deler. De dagelijkse gesprekken gaan over de trainer, over de club en over elkaar. Als dat wegvalt, blijft er ontzettend weinig over wat bindt.


'Voetballers moeten schipperen om zich te handhaven. De kunst is dan dicht bij jezelf te blijven, dat wordt weleens vergeten. De meeste voetballers hebben nooit kunnen ontdekken wat het normale leven is. Het is normaal dat de club ze pampert en het vooruitzicht op een sterrenstatus biedt.'


Heijblok, lang en sterk, maar ook ontwapenend en met een gezonde dosis zelfspot, bleef zichzelf in het betaald voetbal. Hij bleef als vader van drie kinderen zijn thuisbasis in de kop van Noord-Holland trouw.


Erik Heijblok gold als een talent en kwam op zijn 18de bij de Hoornse hoofdklasser Hollandia terecht. 'De hele dag werken, eerst in de bollen, later op de administratie van een bedrijf. 's Avonds om half zeven aan de hutspot en drie keer in de week om half acht trainen. Maar daarnaast ook een biertje drinken en een potje zaalvoetbal spelen met vrienden.'


Belangstelling van het betaald voetbal was er, maar meer dan vluchtige contacten leverde dat niet op. Totdat het nu opgedoekte Haarlem hem negen jaar geleden benaderde en zijn leven op zijn kop zette.


'Ik woog meer dan 100 kilo, moest elke dag trainen, maar wilde ook parttime blijven werken. Die afleiding had ik nodig. Elke dag dat gezever over alleen maar voetbal leek me niks. Tegelijkertijd beschouwde ik het als mijn laatste kans. Ik was leergierig en bloedserieus en lag elke middag van pure vermoeidheid te slapen.'


Tot zijn eigen verrassing kwam vier jaar later Ajax op zijn weg. 'Ze wilden dat Vermeer, als eerste keeper, ervaring ging opdoen bij Willem II. Ik had bij een bekerwedstrijd van Haarlem tegen Ajax een goede indruk achtergelaten. Ik kon ook naar NAC, maar heb brutaalweg technisch directeur Martin van Geel gebeld met de vraag of het klopte dat Ajax me wilde hebben. Eerst zei hij dat ik voor NAC moest gaan, maar een halve dag later was ik rond met Ajax. Dat beschouwde ik als een kans uit duizenden.'


'Het werd een prachtige ervaring, bij een club die warmer was dan ik had verwacht. Waar ik de ene dag nog bij Haarlem in de hondenpoep op het trainingsveld dook, at ik de volgende dag bij wijze van spreken kaviaar bij Ajax.


'Soms had ik wel moeite met die ongekende luxe. Als ik op een nat veld had getraind en mijn schoenen op een tafeltje had gezet waren ze al gedroogd en gepoetst voordat ik goed en wel gedouched had. Dat ging me wel eens te ver.


'Ajax was een belevenis, in alle opzichten. Nog voordat ik mijn vrouw had kunnen zeggen dat ik een contact had getekend bij Ajax, had ik De Telegraaf al aan de telefoon. Alles ligt daar meteen op straat.


'Te veel mensen vonden zichzelf belangrijker dan de club. Ik geloof dat ze nu de goede koers zijn gaan varen. Maar het niveau en die klasse, ongelooflijk. Ik moest concurreren met Dennis Gentenaar die 400 eredivisiewedstrijden had gespeeld en ik nul. Dat was mijn makke, gebrek aan wedstrijden.


'Kijk nu bij AZ naar onze eerste keeper Esteban, die vorig seizoen na het vertrek van Romero 56 wedstrijden heeft gespeeld en geweldig is gegroeid. Die jongen is 22. Ik was bij Ajax al 30. Toen Van Basten coach werd, moest ik weg. Hij wilde Vermeer terug.


'Gelukkig kon ik naar De Graafschap en één seizoen later naar AZ. Dat vind ik een prachtige, stabiele club, laagdrempelig en met korte communicatielijnen. Toon is Toon en Earnest is Earnest (respectievelijk de directieleden Gerbrands en Stewart, red). De deur staat altijd open.


'De commerciële belangen zijn zo groot geworden dat ieder voor zichzelf opkomt. De prikkels komen van buiten, via iPad, Twitter of Facebook. 'Jonge voetballers staan al zo vroeg in de belangstelling. Dat laat ze niet onberoerd. Ik zeg niet dat dit goed of slecht is. Ik signaleer alleen maar een ontwikkeling in de wereld die zich gemakkelijk laat bedwelmen door de vermeende glamour en glitter van het betaald voetbal.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden