Doel op zicht

Op stap met Jeroen Janssen in Doel, dorp aan de Westerschelde, dat in Vlaanderen bekend is vanwege de kerncentrale. 'Van lelijke dingen kun je een schone tekening maken.'

De weg naar het Vlaamse dorpje Doel gaat langs scheepscontainers en reusachtige kranen, tussen enorme elektriciteitsmasten en onder dikke kabels door, langs onafzienbare rijen oude vrachtwagens die klaarstaan om naar Afrika verscheept te worden. Dan weer kilometers en kilometers brandstofopslag; erachter varen zeeschepen over de Schelde. Het laatste stukje wordt gemarkeerd door een slagboom - volgens tekenaar Jeroen Janssen om de vandalen tegen te houden. Met weinig succes; er zijn weer meer ingegooide ruiten en graffiti dan toen hij hier voor het laatst was, ramen en deuren zijn met houten platen dichtgespijkerd. Na het weekend liggen die er weer uit. Janssen: 'Soms denken mensen als ze hier komen: hier mag alles. Hij wijst naar een enorme stier op de muur. 'Er zijn tekeningen van heel beroemde artiesten bij. Deze is van ROA, uit Gent. De spuiters komen uit heel Europa.' Aan twee kanten leunt het bijna verlaten dorp tegen hoge dijken, aan de achterkant strekken de polders zich uit. 'Tien jaar geleden waren daar nog boeren.' Iemand heeft voor elk boerengezin dat moest verdwijnen een beschilderd nestkastje tegen de gevel gespijkerd: 225 stuks. Verderop hangt een spandoek met de tekst: 'Wij gaan hier niet weg. Over ons lijk. Marina.' De neus van de auto draait naar rechts, in de spiegel blaast de kerncentrale dikke, witte pluimen uit.


Jeroen Janssen (50, golvend bruin haar in een staartje) was twee jaar de dorpstekenaar. Hij kwam hier om de week. Een rugzakje met tekenspullen mee, net als nu eerst een rondje door het dorp lopen, dan aan het werk. 'Als ik hier zou komen wonen, is het voor de stilte', zegt hij. Het geluid van de haven blijft achter de dijken. Je hoort je eigen voetstappen, heel af en toe een startende auto, rond de kerktoren krassen de kraaien. 'Ze hebben eerst de mooiste gebouwen neergehaald.' Hij vermoedt om bewoning te ontmoedigen. Op wat nu een grasveldje is stond een klassiek hotel, van het winkeltje van Marcella rest een hoop stenen. Er zit een kleine witte kat op. 'Haar zoon komt nog bijna elke dag om de dieren eten te geven.' Het winkeltje is afgebrand, Marcella woont nu in een bejaardentehuis, waar Janssen haar opzoekt. Een handjevol bewoners is er over, de rest is gezwicht voor de uitbreidingsplannen van de Antwerpse haven, die de verlaten panden opkoopt. Zijn de mensen toeschietelijk? 'Als ik erbij ben wel. Anders zullen ze een geweer bovenhalen.' Hij wijst op een van de zeldzame woningen die niet beklad zijn. 'Hier woont nog iemand. Soms paste ik op zijn huis.'


De dorpstekenaar, die zelf in Gent woont, moet afkicken. 'Die twee jaar hebben zich zo ingegraven dat ik niet kan zeggen: ik kom hier niet meer. Ik zal hier altijd terugkomen. Vooral om de mensen. Wie hier nog woont, kiest ervoor. Die hoeft niet hetzelfde zwembad in de tuin als de buren, niet te pronken. Ze hebben lak aan regeltjes. Niet dat ze geen respect hebben voor elkaar. Dat is iets anders. De mensen hier zijn zo authentiek - en dat dat kapot moet.'


In de afgelopen tijd zijn zijn inzichten flink veranderd: van Janssens vertrouwen 'in wat de staat en de politiek met ons voor heeft', is niet veel overgebleven. 'Er wordt te weinig naar de mensen geluisterd. Alle verandering tot nu toe is nergens goed voor geweest. Er zijn studies die aantonen dat de uitbreiding van de haven weinig werkgelegenheid zal opleveren. Men bouwt dromen op los zand en gaat ervan uit dat alles zal groeien. Maar misschien heeft in vijf jaar niemand in Europa meer werk , en geen geld om al die spullen uit China te kopen. Intussen zijn er mensen die veel geld verdienen aan de uitbreiding van de haven.' En fictie, zoals vroeger, zal hij niet snel meer tekenen. 'De werkelijkheid biedt veel betere verhalen dan die je kunt bedenken.'


Wonderlijke verhalen zijn het soms, zoals van de man wiens huis per ongeluk was afgebroken en die nu in het kleinste huis van Doel woont. Toch ziet het er niet heel bewoond uit. Janssen schudt zijn hoofd. 'Hij doet niet veel aan beveiligen. Hij heeft wel meegemaakt dat ze 's nachts in zijn huis stonden. Hij is daar nogal nonchalant in.' 'Altijd 't geld dat zwaarder weegt', heeft iemand ernaast op de muur geschreven. Bij Emilienne, die Engel van Doel wordt genoemd omdat ze de verschijning van een engel gezien heeft, staan allemaal pluchen beertjes voor het raam; hij schudt de hand van een man die naar eigen zeggen model heeft gestaan als hoofdfiguur in een Suske en Wiske. 'Het zou kunnen: ginds heeft iemand een Suske en Wiske-tuin ingericht.' Een gedichtenweide is er ook: het 400-jarige Doel heeft een traditie van dorpsdichters. Over de slagboom hangt er een sonnet van Hilde Van Cauteren.


PASCONTROLE


Voor onze veiligheid en tegen ongewenst bezoek


bij nacht, werd hier een slagboom aangebracht.


Afvaldumpers, glasbrekers, ordinaire inbrekers,


straatracers en raven die hier party's willen vieren:


Gelieve na de avondklok uw paspoort in te brengen.


Zo kunnen wij u achteraf bedanken, u brengt ten slotte


leven in de brouwerij. Want het wordt eenzaam


in dit kleine dorp dat niet verdwijnen wil, en stil.


En ach, zo'n slagboom brengt nog wat beweging,


op - te laat, neer - te zot, alles is hier bijna kapot,


hier valt voor vandalen nog weinig te beleven.


En toch, zo'n slagboom geeft ons iets van een attractie


in een park, of een air van koninklijk domein.


We moesten maar eens inkomgeld gaan vragen.


Dan langs Het Hooghuis, dat van de schoonvader van Rubens is geweest: 'Als ze Doel afbreken, moeten ze dit ergens anders weer opbouwen.' In de kerk ernaast wordt soms nog een begrafenisdienst of een mis gehouden, of organiseert de Bach-vereniging een concert. Ook het orgel is monumentaal en zal elders herbouwd moeten worden. Het klooster heeft Janssen nog gekend toen alle ramen er in zaten. 'Dat is niet zo lang geleden.'


Het verandert hier dagelijks, zegt hij. 'Niet alleen de seizoenen, maar ook een ruit die ingegooid is, of de mensen. Er zijn er verhuisd, er is iemand dood.'


Het verval gaat hem aan het hart, maar: 'Ook van de lelijke dingen kun je proberen een schone tekening te maken.' Hij heeft, gelooft hij, het goede vak gekozen: 'Als ik bezig ben, zie ik er altijd iets moois in.'


Jeroen Janssen werd geboren in Gent in 1963. Naar eigen zeggen was reeds vanaf de kleuterschool duidelijk dat hij voor weinig anders geschikt was dan voor tekenen. Hij Studeerde Vrije Grafiek aan het St-Lukas


Instituut te Gent.


Pas in de jaren '90 begon hij aan strips. Hij debuteerde met Muzungu-Sluipend Gif (1997).


Korte strips verschenen in Beeldstorm, Ink, Stripburger, Zone 5300, Incognito, en Kerozene. Hij werkt nauw samen met Pieter van Oudheusden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden