Doek!

V brengt een saluut aan de kunstinstellingen - Carver, Tropentheater, Engelenbak - die verdwijnen. Om vast te leggen wat verloren gaat en als eerbetoon aan de makers.

Ze waren jarenlang vaste waarden in de Nederlandse kunst en cultuur, de groepen als Nieuw West en 't Barre Land, podia als het Tropentheater, instellingen als het Muziek Centrum Nederland en het Theater Instituut. Jarenlang, tot het kabinet-Rutte I besloot tot grootscheepse bezuinigingen. Vanaf 1 januari geeft het Rijk per jaar 200 miljoen euro minder uit aan kunst en cultuur. Die miljoenen verdwijnen niet zonder dat sommige van die vaste waarden verdwijnen. De redactie van V brengt er een aantal nog een keer in beeld. Om vast te leggen wat verdwijnt en als eresaluut aan de makers. Ze staan symbool voor die tientallen instellingen wier naam vanaf 2013 niet of nauwelijks meer zal klinken. Er blijft veel kunst en cultuur over in Nederland, maar de vraag is toch of er door de bezuinigingen onherstelbare schade zal worden aangericht. Dat geldt in elk geval voor de instellingen die ophouden te bestaan. Of de veerkracht van de Nederlandse kunst en cultuur als geheel groot genoeg is om de klap van de bezuinigingen op te vangen, zal de komende jaren moeten blij


Wat: Muziek Centrum Nederland


Sinds: 2008


Subsidie: jaarlijks 4 miljoen


De positie van de Nederlandse professionele muziek in al zijn geledingen hier en in het buitenland te versterken - het was het mission statement van het Muziekcentrum Nederland (MCN) dat in 2008 werd opgericht. En voor dat doel kwamen kennisinstellingen samen onder één Amsterdams dak. De sector had geen boodschap meer aan hokjes en schotjes. Iedereen die iets wilde weten over professionele muziek in Nederland van welke aard dan ook - klassiek, wereldmuziek, jazz of pop - moest terecht kunnen op één adres: Rokin 111.


Dus uitgeverijen en kennisinstituten als Donemus en Gaudeamus (beide voor hedendaagse muziek), de Kamervraag (klassiek), de Dutch Jazz Connection, de Jazzorganisatie, het Nederlands Jazzarchief en het Nationaal Pop Instituut gingen per 1 januari 2008 samenhokken. Het MCN, met zijn archief en zijn uitgebreide bibliotheek, werd het zogenoemde sectorinstituut van muziek in Nederland. De logische plek waar iedereen met zijn vragen terecht kon. Meer nog dan een passieve vraagbaak fungeerde het centrum ook als spin in het web van het Nederlandse muziekleven. MCN organiseerde onder meer de Gaudeamus Muziekweek en verrichtte met name voor de popsector waardevol werk. De stichting beheerde onder meer Music Xport, de financiële regeling voor buitenlandpromotie waarmee de gothic rockband Within Temptation een gevestigde naam werd in Duitsland en bracht een serie succesvolle Unsigned verzamelcd's uit, met daarop veelbelovend ongetekend talent. Opgezwolle, Moss, Sabrina Starke en het Nederlandse publiek hebben er profijt van gehad. En dan was er nog het monsterproject dat een logisch gevolg was van het feit dat zoveel informatie onder een dak huisde: Muziekencyclopedie.nl, het grootste online naslagwerk van Nederlandse muziek.


Het gaat met het verdwijnen van het MCN gelukkig niet allemaal verloren. Alleen, geheel tegenstrijdig met de eerdere gedachte dat alles centraal moest, worden archief en activiteiten als weeskinderen over verschillende pleeggezinnen verspreid. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum ontfermt zich over Muziekencyclopedie.nl. De 1,5 kilometer aan pop- en jazzarchief verhuist naar de Afdeling Bijzonder Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Een deel van de internationale promotie-activiteiten wordt overgenomen door de stichting Promotie Podiumkunsten en Donemus en Gaudeamus gaan weer op eigen voet verder.


Daarmee betekent het verdwijnen van het MCN deels een terugkeer naar de situatie van voor 2008. Er is geen kaalslag, eerder versnippering. Dat is minder erg. Maar dan nog is het afwachten of dat dezelfde slagkracht oplevert die het MCN in vier jaar al had getoond.


Pablo Cabenda


Wat: Tropentheater


Sinds: 1975


Subsidie: jaarlijks 1,9 miljoen


Al in de jaren tachtig, toen wereldmuziek hier voet aan de grond kreeg en Nederland voor het eerst aan West-Afrikaanse muziek begon te snuffelen, was het Tropentheater al aan het pionieren met artiesten. Het Tropentheater signaleerde en programmeerde. In de mooiste museale zalen van Nederland kon je je overgeven aan een proeverij die minder werd gedreven door commerciële motieven dan door artistieke kwaliteit. En als het even kon werden bruggen gelegd tussen tradities en culturen. Tijdens het International Gamelan Festival in 2010 lieten jonge componisten hun stukken voor het traditionele Indonesische instrument horen en werd er gelinkt naar de minimal music van Steve Reich. Het Tropentheater vervulde daarmee een unieke functie in Nederland en maakte internationaal deel uit van een netwerk waar ook instituten als het Cité de la Musique in Parijs en het Barbican in Londen toe behoren. Hier was het theater ingebed in een breed opgezet programma van het Koninklijk Instituut voor de Tropen.


Naast het Tropentheater huisvest het KIT ook het volkenkundige Tropenmuseum, biomedisch onderzoek naar infectieziekten en een informatie- en bibliotheekdienst. Om versnippering van subsidiegelden tegen te gaan werd gekozen om de overheidsfinanciering van het KIT via ontwikkelingssamenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken te laten verlopen, zij het dat er destijds speciaal voor het Tropentheater geld werd overgeheveld van OC&W. De harde bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking nu maakten het Tropentheater deelgenoot in de misère met hun vakbroeders in de culturele sector.


Hoe hard komt de klap aan? Andere podia zouden een deel van de programmering kunnen overnemen, toch? Bij de politiek is de wens de vader van die gedachte. In het klimaat van de huidige bezuinigingen en het op safe moeten spelen is het allerminst zeker dat andere podia, zoals Rasa in Utrecht, het commerciële risico willen nemen om nog onbekende acts hier te introduceren.


Want dat is wat het Tropentheater deed; introduceren. Het ontdekken van acts voordat ze doorbraken en opgepikt werden door andere (pop)podia. Voordat Youssou N'Dour een wereldster werd stond hij al aan de Amsterdamse Mauritskade en in het pre-Shanteltijdperk, voordat een tsunami van balkanbeats de poppodia overspoelde, had het Tropentheater de rijkdom van Oost Europese zigeunermuziek al ontdekt. De avontuurlijke muziek-, film- en theaterliefhebber, die verder kijkt dan zijn eigen continent groot is, zal het verdwijnen van het Tropentheater als een behoorlijke verarming ervaren.


Pablo Cabenda


Wat: Nederlands Instituut voor Mediakunst


Sinds: 1978


Subsidie: jaarlijks 1 miljoen euro


Alarmerend persbericht eerder deze maand: 'Het Nederlands Instituut voor Mediakunst sluit'. Het is een van de weinige instellingen en musea die te kennen hebben gegeven dat het de deuren dicht doet. Definitief. Per 31 december. Daarmee dreigt een einde te komen aan een 34 jaar oude geschiedenis. Opgericht in 1978 in Amsterdam onder de naam Montevideo. In 1993 gefuseerd met Time Based Arts en samen als Nederlands Instituut voor Mediakunst doorgegaan, in een statig Amsterdams grachtenpand. Tot nu dan.


Een rijke geschiedenis had het zeker. Opgezet als een typisch product van de jaren zeventig, toen de videokunst zich niet alleen in de mondiale kunst had gevestigd, maar er ook door kunstenaars genoeg materiaal was gemaakt om het te conserveren. Zoveel, dat musea zich er geen raad mee wisten. Laat staan dat ze de goede klimatologische omstandigheden konden bieden om de videobanden te bewaren. Want dat was de opdracht die het instituut zichzelf stelde: het opslaan van museale collecties videokunst, het distribueren van de beelden en, later, dat ook tentoonstellen. Kwam bij dat ook veel individuele kunstenaars de weg naar het NIMk wisten te vinden, zoals Jan Fabre en Marina Abramovic, om er hun werk verder te laten exploiteren.


Nu dat wegvalt, valt er een gat. Expertise zal verdwijnen, en de musea moeten hun eigen verzamelingen gaan beheren en uitventen. Waar het materiaal van de afzonderlijke kunstenaars zal blijven is de vraag. Drie of vier ontslagen medewerkers van het instituut zullen bij zusterinstelling Smart Project Space in Amsterdam nieuw emplooi krijgen. Een fusie van krachten die in het nieuwe jaar New Art Space Amsterdam (NASA) gaat heten. Terwijl Gaby Wijers, het hoofd Collectie, bezig is een nieuwe stichting op te richten, LIMA. Haar doel: de verzameling videowerk van kunstenaars en musea te beheren zoals het NIMK dat heeft gedaan. Maar zover is het nog niet. Wel zeker: de deuren van het NIMk aan de Keizersgracht in Amsterdam gaan dicht.


Rutger Pontzen


Wat: Toneelgroep Carver


Sinds: 1989


Subsidie: jaarlijks 419.798 euro


In de herinnering was het een boterham - maar dat doet er eigenlijk helemaal niet toe. De scène van René van 't Hof is nog even meesterlijk als ruim twintig jaar geleden. Met minuscule bewegingen en in opperste concentratie richt hij zich op het uitpakken en oppeuzelen van een stuk koek. Ieder vouwtje van het papier waarin het is verpakt krijgt aandacht, geen kruimeltje ontsnapt, smaak en consistentie worden met zorg ontleed en als dat allemaal is gebeurd, moet alles op dezelfde manier zoveel mogelijk worden teruggebracht in de oorspronkelijke staat.


Er zitten meer fantastische scènes in Café Lehmitz (1991), maar deze was al die tijd blijven hangen. Een fijn weerzien was het dan ook een paar weken terug: Carver hernam de succesvoorstelling, met grotendeels dezelfde mensen voor en achter de schermen. Dat wil zeggen de kernleden Beppie Melissen, Leny Breederveld en Van 't Hof, in (gast-)regie, net als toen, van Mirjam Koen. Tegelijkertijd had het ook iets dubbels: de weemoed van die voorstelling, over kleinmenselijk lief en leed in een kroegje aan de Hamburgse Reeperbahn, werd nog versterkt door de wetenschap dat Carver geen subsidie meer krijgt en moet stoppen; net als Koen overigens, met haar OT Theater.


Café Lehmitz betekende de doorbraak voor de groep, waarvan de naam was ontstaan bij de eerste voorstelling, Carver, Verplaatst u zich eens in mij, waarmee ze haar verwantschap aangaf met auteur Raymond Carver en diens voorkeur voor de droevige absurditeit van alle dag. Rond dat gegeven zou Carver een naam opbouwen met (mime-) voorstellingen waarnaar keer op keer werd uitgekeken, vol tragiek én humor, met ongelooflijk veel aandacht voor detail en beweging. Melissen gold als de artistieke motor, in de loop der tijd sloten zich per keer ook anderen, gelijkgezinden aan (Jim van der Woude, Raymonde de Kuyper, Aat Ceelen, Joke Tjalsma, René Groothof, Marlies Heuer, om een paar te noemen). Sinds de voorstelling Zuur in 2004 trad het drietal niet meer als zodanig samen aan, maar de klik was er nog, zo bleek, die laatste keer.


Wegens succes verlengd: Café Lehmitz, t/m 26/1 in Theater Bellevue, Amsterdam; theatergroepcarver.nl


Karin Veraart


Wat: theatergroep Nieuw West


Sinds: 1980


Subsidie: jaarlijks 228.712 euro


We hebben je op toneel gezien, je stond daar maar en deed niets. Opmerkelijke titel van een voorstelling van theatergroep Nieuw West. Nogal in tegenspraak ook met wat deze groep de afgelopen 22 jaar zoal op de Nederlandse podia heeft laten zien. Ze stonden op het toneel, en deden veel.


Nieuw West: in 1980 opgericht op de mimeschool in Amsterdam. Door Marien Jongewaard en Dik Boutkan. Daarna vooral samengewerkt met tekstschrijver Rob de Graaf. De laatste voorstelling Hoer (2012) is ook door hem geschreven en werd een van de mooiste. Over gekwetste lichamen die blijven functioneren, en gekwetste zielen die kapot gaan. Met naast Jongewaard ook Cas Enklaar en Vincent Rietvelt (van De Warme Winkel) op het toneel. 'Door de nacht naar de dag, dat is het motto van mijn leven', zegt een van de hoeren. Daarmee vat ze eigenlijk samen wat Nieuw West altijd gepoogd heeft: vanuit het donker, het rauwe, het onaangepaste een weg vinden naar de schoonheid, de harmonie, het licht.


Nieuw West is altijd op zoek gegaan naar het bordje EXIT. Voorstellingen gingen onder meer over Rinus van der Lubbe (Rinus) die de Rijksdag in brand stak en Joran van der Sloot die meisjes vermoordde (Met Joran aan Zee). Eenlingen bij wie de waanzin op de loer lag, en toesloeg.


Er waren voorstellingen over ontspoorde rockartiesten, Joodse meisjes en gevaarlijke zwervers. Nooit fel-realistisch, altijd met de verdichting van zwarte poëzie. Maar wel snoeihard vaak, en rafelig, en goor af en toe. Mateloos ook - zeker als Marien Jongewaard weer eens helemaal los ging.


Een zo bezeten en gedreven theatermaker als Jongewaard krijgen ze niet weg, niemand niet. Geen structurele subsidie meer, maar Nieuw West zal af en toe met bijeengeraapt geld van zich laten horen. Met weemoed ook terugdenken aan Pony (tekst: Rob de Graaf; spel Marien Jongewaard en Marja Kok).


'Het gaat slecht: de giromaat weigert dienst


Je hond vreet de inhoud van die Euroshopper-blikken niet meer


Er is nog nooit naar je geluisterd


In je lichaam woedt de honger


En toch gaat het beter:


Je bent eindelijk eens echt gaan nadenken


De mensen beginnen te begrijpen dat een dier ook rechten heeft


Samen, dat maakt sterk


Ze zullen nog van je horen.'


Hein Janssen


Wat: Dansgroep Amsterdam


Sinds: 2009 (daarvoor Dansgroep Krisztina de Châtel vanaf 1976)


Subsidie: jaarlijks 1.871.370 euro


Nog twee maanden en dan is het gedaan met Dansgroep Amsterdam (DGA). Vanwege de bezuinigingen is in Amsterdam minder ruimte voor meerjarig gefinancierde stadsgezelschappen. Dansgroep Amsterdam legt het af tegen het International Choreographic Arts Centre (ICK)/Emio Greco|PC. Daarmee komt een eind aan een moderne dansgroep die in 2009 begon onder de verrassende duoleiding van de choreografen Krisztina de Châtel (geboren in Hongarije) en Itzik Galili (geboren in Israël). De Châtel had met haar eigen gezelschap jarenlang gebouwd aan een indrukkend oeuvre van repetitieve, minimalistische en beeldende choreografieën. Dat erfgoed nam ze mee naar Dansgroep Amsterdam, maar ze zocht vanwege haar leeftijd een partner om de nieuwe groep van een dynamische signatuur te voorzien. Nog voor Galili (afkomstig van Galili Dance uit Groningen) met zijn aardse, acrobatische en humoristisch-filosofische danstaal in Amsterdam op stoom kon komen, maakte een conflict binnen de artistieke staf een eind aan dit 'choreografische huwelijk'. Galili verloor de strijd en moest vertrekken. De Châtel ging door, ook met projecten op locatie zoals met vuilnismannen, maar Dansgroep Amsterdam liep forse imagoschade op, net op het moment dat pittige bezuinigingen moesten worden gerealiseerd.


Hoewel De Châtel altijd ruimte heeft gemaakt voor jonge choreografen, mocht een artistiek verbond met Dansmakers Amsterdam - productiehuis voor choreografisch talent - niet meer baten. The New Factory is het laatste wapenfeit van DGA.


De Châtel brengt haar oeuvre onder in Châtel Sur Place en gaat talent een kans geven met haar Stichting Imperium (opgezet van prijzengeld). Galili creëert nu vooral in het buitenland.


Annette Embrechts


Wat: Keesen&Co


Sinds: 1989


Subsidie: jaarlijks 558.263 euro


Gevestigd in Arnhem, landelijk opererend gezelschap met eigen smoel rondom Willibrord Keesen, die het experiment nooit schuwde. Hij werkte met eigenzinnige teksttalenten als Paul Pourveur, Esther Gerritsen en Joeri Vos en met al niet minder eigenzinnige spelers. We noemen Monique Kuijpers.


Wat: 't Barre Land


Sinds: 1990


Subsidie: jaarlijks 713.094 euro


Geliefd Utrechtse collectief bouwde een reputatie op met repertoire (Bernhard, Tsjechov, Shakespeare), prachtige bewerkingen (Canetti, Dostojevski, Boelgakov) en stukken geïnspireerd op aantekeningen, fragmenten, ideeën van verschillende doeners en denkers, al dan niet in samenwerking met Maatschappij Discordia en andere verwanten. Dordacht en doldwaas, gedurfd, betekenisvol.


Wat: Onafhankelijk Toneel


Sinds: 1985


Subsidie: jaarlijks 2.257.832 euro


Afgelopen zondag werd in Rotterdam de allerlaatste voorstelling van het gezelschap Onafhankelijk Toneel van Mirjam Koen en Gerrit Timmers gespeeld: Zeezicht van Edward Albee. Daarna ging de deur dicht van het fraaie theater onder de Euromast. Na bijna veertig jaar eigenzinnig struinen in de toneelliteratuur, en daar een helder licht op werpen.


Wat: theater De Engelenbak


Sinds: 1975


Subsidie: jaarlijks 747.400 euro


Broedplaats aan de Amsterdamse Nes, plek voor het betere amateurtoneel. Waar uiteenlopende regisseurs (Helmert Woudenberg, Agaath Witteman) met amateurs producties maakten. Waar Toetssteen stukken opvoerde over onder meer het koningshuis. En waar op dinsdagavond lange rijen voor de kassa stonden vanwege de Open Bak, hét podium voor onbekend talent. Youp van 't Hek, Brigitte Kaandorp, Paul de Leeuw, Maarten van Roosendaal begonnen er.


Wat: Dance Works Rotterdam


Sinds: 1975 als Werkcentrum Dans/Dansgroep Rotterdam, vanaf 2001 als Dance Works Rotterdam


Subsidie: 115.713 euro aan tweejaarlijkse subsidie (plus 610.000 van gemeente Rotterdam)


Pas twee jaar geleden nam choreograaf André Gingras bij Dance Works Rotterdam (DWR) de scepter over van artistiek leider Ton Simons. De signatuur veranderde daarmee drastisch: van pure abstracte dans naar fysieke acrobatische motoriek op basis van free running en gevechtsporten. De tijd was te kort om voldoende naam te maken. Rotterdam kiest nu alleen voor Conny Janssen Danst en Scapino Ballet Rotterdam.


Wat: Noord Nederlandse Dans


Sinds: 1997


Subsidie: jaarlijks 1.280.00 euro


Vijftien jaar geleden begon Galili Dance/Noord Nederlandse Dans voortvarend in het hoge Noorden. Groningen kaapte de Israëliër Itzik Galili weg voor de neus van Limburg. Toen de choreograaf in 2009 naar Amsterdam vertrok, nam zijn voormalig danser Stephen Shropshire (Amerikaan van geboorte) de leiding over. Shropshires danstaal is elegant, esthetisch en muzikaal, maar minder rauw en roemrucht. Met NND verliest Groningen ook een studiogroep voor dansers in het laatste jaar van hun opleiding. Blijft over: het heftige danstheater Club Guy & Roni.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.