'Doe je helm toch op'

Elke dag leven de ouders van Fabio Casartelli met het gemis van hun zoon, die in 1995 verongelukte tijdens een afdaling in de Pyreneeën.

Fabio Casartelli, zonder helm, tijdens de beklimming van de Alpe d'Huez in de Tour van 1995.Beeld Photosport Int/REX Shutterstock

Elke dag gaan ze nog naar hem toe. De helling af, bar Fuori Orario voorbij, door een haag van cipressen om na een wandeling van vijf minuten voor het Cimitero Comunale te staan. Daar ligt hun zoon begraven, Fabio Casartelli.

Donderdag komt de Tour langs de Col de Portet-d'Aspet, de plek waar Fabio Casartelli op 18 juli 1995, om iets voor twaalven, aan de afdaling begint. Hij rijdt aan de staart van het peloton als vijf renners onderuit gaan. Drie van hen, onder wie Erik Breukink, stappen meteen weer op de fiets. De Fransman Dante Rezze valt in het ravijn en moet worden opgetakeld. Casartelli ligt in foetushouding op het asfalt. Er stroomt bloed vanaf zijn hoofd naar beneden.

Een helm was toen nog niet verplicht en Casartelli is met zijn hoofd tegen een betonnen wegafzetting geknald. Hij wordt met een traumahelikopter naar het ziekenhuis in Tarbes gebracht. Daar overlijdt Casartelli aan de gevolgen van een drievoudige schedelbreuk.

Rosa en Sergio Casartelli zullen vandaag op de Col de Portet-d'Aspet bloemen leggen bij het monument ter ere van hun zoon, zoals ze dat elk jaar doen. Daarna zullen ze weer naar huis gaan, naar hun appartement in Albese con Cassano vlak bij Como. Daar, zegt Rosa ergens halverwege het gesprek, 'is de echo van de stilte nog altijd hoorbaar'.

Beiden zijn 73 jaar. Hij: een sportieve man. Sportschoenen, paarse polo. Kaal met alleen aan de zijkant nog haar. Zij: een stijlvolle vrouw. Sierlijke oorbellen, kleurrijke jurk. Haar stem is breekbaar, haar grote blauwe ogen staan droef.

Fabio, hun enige zoon, is overal in de woonkamer. Boven de open haard hangt de foto van zijn grootste succes: olympisch goud tijdens de wegwedstrijd in Barcelona 1992.

Fabio Casartelli (rechts) finisht net voor Nederlander Eric Dekker en wint Olympische Goud op de weg in 1992.Beeld anp

Eerbetoon

Kennelijk was het warm die dag, het publiek op de achtergrond is gekleed in korte broek en T-shirt. Ze kijken toe hoe Casartelli juichend over de finish komt. In de verte achter hem steekt een renner in een oranje shirt alvast zijn handen omhoog. Het is Erik Dekker, blij met zijn zilveren medaille.

Sergio laat een plakboek zien. Zijn zoon was 24 en stond in 1995 onder contract bij de Amerikaanse formatie Motorola. Vergeelde krantenknipsels vertellen het verhaal van een gestaag ontluikende carrière. In een van de artikelen zegt Sergio, vroeger een topamateur: 'Fabio gaat verder waar ik ben gestopt.'

Zijn zoon won een etappe in de Wielerweek van Bergamo en werd tweede in een rit van de Ronde van Zwitserland. De Tour de France van 1995 was zijn tweede. Een jaar eerder had hij moeten opgeven in de zevende etappe. Toch werd hij weer opgeroepen, als negende en laatste man van de ploeg.

Sergio en Rosa Casartelli.Beeld anp

Op de laatste bladzijde van het plakboek poseert Casartelli met zijn ploegmakkers van Motorola, onder wie een jonge Lance Armstrong. Ze staan voor een groot, wit hotel. De foto is genomen op 17 juli, een rustdag in de Tour. Een dag voor de afdaling van de Col de Portet d'Aspet.

Nadat hij zijn middelbare school had afgerond, zei Fabio: 'Ik wil wielrenner worden. Geef me twee jaar om dat voor elkaar te krijgen.' Niet lang daarna won hij de olympische wegwedstrijd. Rosa: 'Ja, en toen had ik geen poot meer om op te staan.'

Ze was blij voor Fabio, omdat hij zijn droom had waargemaakt, maar ze was ook bang dat haar zoon iets zou overkomen. 'Pas als hij over de finish was gekomen, kon ik weer rustig ademhalen.'

Op 17 juli had Fabio naar huis gebeld. 'Heb je die afdaling gezien?', vroeg zijn moeder bezorgd. Ze had in de kranten gelezen over de Col de Portet d'Aspet en beval hem: 'Doe die helm toch op.'

Fabio probeerde haar gerust te stellen. 'Ik kan niet 200 kilometer lang rijden met die helm op', zei hij. 'Maar in de finale zet ik hem op. Dat beloof ik.'

Rosa Casartelli (links) zoekt troost bij toenmalig ploegleider van Motorola Hennie Kuiper voor het herdenkingsmonument van Fabio Casartelli.Beeld anp

De val

Sergio was die dag aan het werk, als elektricien. Collega's hadden op de radio gehoord van een ernstige valpartij. De naam van Fabio was daarbij gevallen. 'Moet je niet naar huis?', vroegen ze hem bezorgd. Sergio bleef. Zolang hij doorging met werken, was er niets aan de hand. Bleef alles bij het oude. En was er nooit een ernstige valpartij geweest.

Rosa keek op de tv naar de etappe. Ze kan zich er niets meer van herinneren. Niet van Fabio in de foetushouding op het asfalt, niet van de plas bloed om hem heen. Wat haar wel scherp voor de geest staat, is de close-up van de camera van startnummer 114. 'Ik ben toen in paniek naar buiten gerend, naar het huis van zijn vrouw.' Daar verzamelden zich familieleden, vrienden, dorpsgenoten. Een paar uur na de val belde de arts met dat verschrikkelijke bericht. 'Fabio is dood.'

De Tour wacht op niemand, luidt de bekende uitspraak. Rosa en Sergio kennen hem. Wat hen betreft, had het toen, voor één dag, wel gemoeten. Dan was ritwinnaar Richard Virenque nooit juichend en met zijn handen omhoog over de streep gekomen. Dat beeld doet, na al die jaren, nog steeds pijn.

'Abandon'

De Tourorganisatie was uren voor het einde van de etappe op de hoogte van Casartelli's dood. Toch ging de huldiging van Virenque, geflankeerd door stralende Coca-Cola-meisjes, gewoon door. Het enige dat ze naderhand van Hein Verbruggen, toenmalig voorzitter van de Internationale Wielerunie, ontvingen, was een telegram. 'We hebben veel contact met de Tourorganisatie gehad, maar excuses zijn er nooit aangeboden', zegt Rosa.

Misschien, als de dood van Fabio de cultuur rond het wielrennen een beetje had veranderd, was het ten minste nog ergens goed voor geweest. En was de pijn misschien iets minder geweest. Maar er gebeurde niets. Na de etappe stond er enige tijd 'Abandon' (opgegeven), achter de naam van Casartelli. Alsof de Tour zijn dood het liefst wilde negeren.

De volgende dag kwamen zijn ploeggenoten van Motorola gezamenlijk over de streep, dat wel. Het was een mooi eerbetoon. Rosa: 'Dat initiatief kwam van de renners, niet vanuit de organisatie.'

Menselijkheid

De menselijkheid in de wielerwereld komt van individuen. Fabio's kamergenoot Andrea Peron belt nog geregeld. Van Hennie Kuiper, de toenmalig ploegleider, ontvangen ze in december trouw een kerstkaart. Lance Armstrong kwam diverse keren langs in Albese con Cassano, bezocht het graf en vergeet nooit de verjaardag van Fabio's zoon Marco. Hij schreef ook het voorwoord van de biografie van Casartelli, Il mio Fabio (Mijn Fabio).

Marco, de zoon van Fabio, was nog geen half jaar oud toen zijn vader overleed. Hij is inmiddels 20 en woont met zijn moeder in Forli, ver weg van Albese con Cassano, waar ze al snel vertrokken omdat ze er elke dag werden geconfronteerd met de dood van Fabio. Onlangs nog, in de Giro d'Italia, reikte Marco de witte trui voor de leider in het jongerenklassement uit aan Fabio Aru.

Er bestaat een stichting, er zijn wedstrijden naar Casartelli vernoemd en in het centrum van Albese con Cassano staat een groot monument om hem te eren. En vandaag is er dus de herdenking in de Tour de France. Die belangstelling, zelfs na twintig jaar nog, doet Rosa en Sergio goed. Ze putten er kracht uit om door gaan. 'Zolang we over Fabio kunnen praten, blijft hij een beetje leven', zegt zijn moeder.

Toenmalig teamgenoot Lance Armstrong (rechts) tijdens een minuut stilte voor Fabio Casartelli in de Tour van 1995, de dag na de fatale crash.Beeld anp

Een paar maanden na zijn dood reisden ze naar Frankrijk, naar de Col de Portet-d'Aspet, waar een monument voor hun zoon werd onthuld. Voor het eerst zagen ze de plek waar Fabio onderuit was gegaan. 'Een lelijke bocht die niet leek te eindigen', zegt Sergio. Er was niks op de dag van zijn fatale val. Geen hooibalen, geen waarschuwingslinten. 'Misschien had hij het gered als er voldoende maatregelen waren geweest', zegt Rosa.

De verplichting een helm te dragen werd pas in 2003 ingevoerd in het peloton, na de dood van de Russische renner Andrei Kivilev. 'Eén dode renner was kennelijk niet genoeg', zegt Rosa bitter. 'Toen in de Giro d'Italia Wouter Weylandt in 2011 na een val overleed, zijn ze ook doorgegaan. Een leven is niets waard in het wielrennen, zo eerlijk moeten we zijn. Maar dat is niet wat werkelijk pijn doet. Wat werkelijk pijn doet, is het gemis. Wij zijn onze zoon kwijt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden