Doe ik het soms niet goed dan?

EEN beursgenoteerde onderneming overnemen is een helse klus: een legertje adviseurs vlooit de boeken door, speurt naar lijken in de kast, probeert het bedrijf op de juiste waarde te schatten....

Maar het is niks vergeleken bij het overdragen van een familiebedrijf, meestal van vader op zoon. Bij agrarische bedrijven werkt liefst 40 procent van de opvolgers veertien jaar of langer samen voordat het bedrijf in hun handen komt.

'Men heeft de tijd ervoor: de kracht van een familiebedrijf is het langetermijnperspectief. Hier regeert niet de waan van de dag en de beurskoers. Hier geldt de stabiliteit van de familie, waardoor er een generatie de tijd is om rendement op te bouwen.' Dat vertelt Roberto Flören, docent ondernemerschap aan de Universiteit Nyenrode. Hij onderzoekt bedrijfsovernames in de agrarische sector.

De overdracht van familiebedrijven is volgens Flören niet alleen een uiterst langdurig proces, bovendien is het vaak bijzonder moeizaam en pijnlijk. 'Er is een spanningsveld tussen bedrijfsbelang en familiebelang. Vanuit het familiebelang willen de ouders al hun kinderen gelijk behandelen - tegelijk naar bed, evenveel zakgeld en aandacht, dat soort aspecten. Ieder kind is gelijk. Maar uit bedrijfsbelang moet je kiezen voor het beste kind.'

Over dergelijke zaken spreken, is een teer punt. Maar de eenmaal gekozen opvolger moet ook pijnlijke vragen stellen aan zijn ouders. Flören: 'Zoals: ''hoeveel geld heb je later nodig voor je pensioen'' en ''wanneer dachten jullie te stoppen?'' Dat roept meteen de wedervraag op: ''Doe ik het dan niet goed soms?''.'

De kracht en stabiliteit van een agrarisch familiebedrijf - rendementen hoeven niet meteen te worden gehaald - blijken tegelijk de zwakte. 'Het duurt heel wat jaren voor de overdracht rond is. Een gewone directeur bij een firma staat gemiddeld zeven jaar aan het hoofd van een bedrijf, een boer is al snel 25 jaar de baas. Vaak leidt dat ook tot vastroesten en een gebrek aan innovatie. Mensen die 55 jaar zijn, durven minder risico's te nemen dan dertigers.'

En dat leidt weer tot frustratie bij de opvolgers. Want waarom wordt die nieuwe melkrobot niet aangeschaft? Waarom schakelen we niet over op biologische landbouw? 'Het antwoord ''we doen het zoals we het doen omdat we het altijd zo hebben gedaan, is dan tamelijk ontnuchterend.'

Eenderde van de opvolgers wil de bedrijfsvoering echt ingrijpend wijzigen en van die groep stuit nog eens éénderde op grote weerstand. 'Dat geldt dus voor 10 procent van de bedrijven. Stel je de frustraties eens voor: vader en zoon - want daar gaat het meestal om - zien elkaar elke dag op de boerderij, maar ook in de privésfeer, op feestjes en dergelijke.'

Lang niet elke boer vindt dan ook in zijn kinderen een opvolger. Zelfs van de kinderen die het bedrijf overnemen, heeft meer dan de helft langdurig getwijfeld. Per jaar worden 1600 tot 1800 boerenbedrijven overgedragen op de volgende generatie, maar worden 2000 bedrijven beëindigd. Het land wordt verkocht aan andere boeren, of de boerderij krijgt een totaal andere bestemming dan akkerbouw of veeteelt. In het ergste geval - want dan gaat de familietraditie écht roemloos ten onder - komt het bedrijf leeg te staan en raakt het vervallen.

Toch is Flören optimistisch. 'Het aantal beëindigingen zal op langere termijn gaan afnemen, terwijl het aantal overdrachten naar verwachting stabiel blijft.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden