Dodenherdenking is van de Nederlanders zelf

Dodenherdenking is een nationale gebeurtenis, waarbij buitenlandse vertegenwoordigers zoals de Duitse ambassadeur, niet worden uitgenodigd, zegt Nine Nooter van het Comité 4 en 5 mei....

De Duitse ambassadeur Läufer heeft in de tv-serie De Oorlog van de NPS gezegd dat hij graag officieel aanwezig wil zijn bij de Nationale Herdenking op de Dam. Over die uitspraak is in de media volop gediscussieerd. Zowel voor- als tegenstanders gaan daarbij uit van een aantal onjuiste veronderstellingen en er zijn veel misverstanden ontstaan.

Op 4 en 5 mei vinden er zowel nationale als internationale bijeenkomsten plaats. De Dodenherdenking op 4 mei heeft een nationaal karakter. De officiële tekst van het memorandum van de Nationale Herdenking luidt: ‘Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.’

Er worden geen officiële buitenlandse vertegenwoordigers uitgenodigd, niet uit de voormalig geallieerde landen zoals de Verenigde Staten van Amerika, Engeland, Rusland, Polen, Canada of Australië en ook niet uit de voormalige bezettende mogendheden Duitsland en Japan. De vraag hierbij is geweest of de herdenking een nationaal of een internationaal karakter moet hebben. Niet of specifiek een officiële vertegenwoordiging van Duitsland (of Japan) aanwezig zou moeten zijn bij de herdenking.

Diezelfde afweging is ook voor de Viering van de Bevrijding op 5 mei gemaakt. Daarbij staat de vraag centraal hoe wij kunnen bijdragen aan vrijheid in Nederland en aan de vrijheid van anderen die op dit moment gebukt gaan onder oorlogsgeweld. De bijeenkomst heeft bij uitstek een internationaal karakter en daarom is ervoor gekozen voor de startbijeenkomst op 5 mei jaarlijks wel officiële buitenlandse gasten uit te nodigen, onder wie ook de Duitse ambassadeur.

Verzoenen betekent dat je als land of als persoon bereid bent met voormalige vijanden in gesprek te gaan. Dat je bereid bent het verleden onder ogen te zien, daarop te reflecteren in het belang van een gezamenlijke vreedzame toekomst. Verzoenen betekent niet dat je moet vergeten, of dat de herinneringen aan de pijn en het verlies zijn verdwenen. Juist het jaarlijks gezamenlijk herdenken biedt plaats en ruimte om het verdriet te delen en de doden niet te vergeten.

Wanneer die verzoening plaats heeft gevonden, zou er geen reden moeten zijn dat proces telkens weer te herhalen. Dat zou betekenen dat eerdere handreikingen en afspraken ‘betekenisloos’ zijn gebleken. Duitsland toonde al in 1969 officieel zijn respect aan de Nederlandse oorlogsslachtoffers toen bondspresident Heinemann op 24 november een krans bij het Nationaal Monument op de Dam legde. Dit betekent natuurlijk niet dat ook alle individuele mensen zich hebben kunnen of willen verzoenen met het verleden. Dat kan ook niet en dat hoeft ook niet. Die individuele keuze staat een constructieve samenwerking tussen landen niet in de weg.

Dit blijkt ook uit het jaarlijkse Nationaal Vrijheidsonderzoek van het Comité onder Nederlanders. Daaruit blijkt dat 96 procent van de Nederlanders de jaarlijkse Dodenherdenking (heel) belangrijk vindt. Bijna 90 procent van de bevolking is van mening dat de Tweede Wereldoorlog op dit moment geen negatieve invloed (meer) heeft op de wijze waarop men nu over Duitsers denkt. Voor 93 procent van de mensen, jong en oud, betekent herdenken allereerst respect tonen voor de oorlogsslachtoffers en een moment om stil te staan bij de gevolgen van oorlog, vroeger en nu.

Alles wijst erop dat de Nationale Herdenking op 4 mei in Nederland helemaal niet het moment is om primair stil te staan bij oude vijandbeelden. Gelukkig maar, want de tientallen actuele conflicten anno 2010 vergen onze volle aandacht, inzet en bijdragen aan een oplossing.

De keuze voor de nationale invulling van de herdenking is het resultaat van intensief en zorgvuldig overleg met de regering, maatschappelijke organisaties, organisaties van oorlogsgetroffenen en vele anderen onder wie ook Duitse prominenten. Over één ding is iedereen het eens: de herdenking op 4 mei is een herdenking van de Nederlandse samenleving, van de mensen zelf.

In 2000 is na een jarenlange voorbereidingsperiode gekozen voor een nieuwe opzet van de Nationale Herdenking.

In deze nieuwe opzet nemen de vertegenwoordigers van de meer dan tachtig organisaties van oorlogsgetroffenen een vooraanstaande plaats in. Zij staan symbool voor de grote verscheidenheid aan oorlogservaringen van de inwoners van het Koninkrijk der Nederlanden. Zij zitten naast elkaar in onderlinge verbondenheid, en zonder dat er sprake is van hiërarchie in leed. Zij zitten in De Nieuwe Kerk en bij het Nationaal Monument op de Dam vooraan. Zij gaan voor in de kranslegging en bij het defilé.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden