Dochter van Oosten en Westen

Van onze verslaggever Rob Vreeken

Zelden zoveel charisma gevoeld. Het was maandag 5 september 1994, Benazir Bhutto sprak in Caïro een VN-vrouwentop toe. De conferentie dreigde uit te lopen op een clash of civilizations over abortus en seksuele rechten. Conservatieve moslimlanden plus het Vaticaan tegenover de rest.

De premier van Pakistan trad op als koorddanseres. In een toespraak die de zaal deed sidderen, sloeg zij briljant een brug tussen ‘islamitische waarden’ en het progressieve Caïro-program. ‘Wij willen een agenda van verandering die vrouwen en hun dochters de 21ste eeuw in brengt’, zei Bhutto met haar emotionele timbre, een stem waarin als altijd een snik zich mengde met ingehouden woede.

Opeens werd het begrijpelijk waarom volksmassa’s in Pakistan telkens weer uitzinnig raakten voor deze Dochter van het Oosten (haar autobiografie), die zelf een verbinding vormde tussen de 21ste eeuw en de feodale achterlijkheid waarin grote delen van haar land verkeerden.

Benazir ay hai, Benazir is gekomen, schreeuwden drie miljoen aanhangers nadat zij in april 1986 was teruggekeerd uit haar Londense ballingschap. Haar vader, de al even charismatische Zulfikar Ali Bhutto, was in 1979 opgehangen in opdracht van dictator Zia ul-Haq, twee jaar nadat deze de linksige populist Bhutto had afgezet.

Haar vader wreken door zijn werk voort te zetten, dat was sindsdien de levensmissie van de dochter. De kans daarop kreeg zij doordat Zia eind 1988 bij een vliegongeluk omkwam. Benazir Bhutto won met de van haar vader geërfde Pakistaanse Volkspartij (PPP) de verkiezingen en werd, 35 jaar oud, de eerste vrouwelijke premier van een moslimland.

De verwachtingen waren hooggespannen; ook in het Westen. De door Engelse gouvernantes en Ierse nonnen opgevoede ‘Pinkie’ was ten slotte een beetje een dochter van Oost én West. Begin jaren zeventig had ze gestudeerd aan Harvard, waar ze gulzig het gedachtegoed van die tijd opslorpte: feminisme, Vietnambeweging, jeugdcultuur. Vervolgens Oxford (‘de beste jaren van mijn leven’), waar ze – als eerste vrouw – voorzitter werd van de vermaarde debatingclub en discussieerde met Germaine Greer, Arthur Scargill, Edward Heath.

Des te groter werd de deceptie over haar premierschap. Behalve de jaarlijkse begroting kwam er geen wetsontwerp uit haar vingers. Een beloofde verlaging van het defensiebudget liep uit op een forse stijging (door Bhutto doodleuk gepresenteerd als een succes). Pijnlijk was vooral dat zij nauwelijks iets kon betekenen voor de vrouwen van Pakistan. De door Zia ul-Haq met een beroep op de islam ingevoerde vrouwvijandige hudood-wetten bleven gewoon bestaan, duizenden ‘overspelige’ vrouwen bleven in de gevangenis.

De jonge premier was gestruikeld over haar onervarenheid en misschien ook haar arrogantie. De lokale pers meesmuilde over ‘Benazir in Blunderland’. Maar vooral was zij stukgelopen op het beton van het Pakistaanse establishment. Het oppermachtige leger in de eerste plaats, en de bureaucratie, gedomineerd door de elite van de provincie Punjab. De Bhutto’s komen uit de provincie Sindh – buitenstaanders dus, ondanks de status van grootgrondbezitters.

Nog geen twee jaar na haar aantreden maakte de president van Pakistan er een eind aan. Bhutto werd weggestuurd wegens corruptie een machtsmisbruik. Het zou het begin zijn van een negen jaar durende carrousel waarin Bhutto en haar aartsrivaal, Nawaz Sharif, elkaar telkens afwisselden als premier, beiden steeds door de president weggestuurd wegens wanbeheer. Af en toe regeerde een interim-kabinet van technocraten (Pakistan had nooit doortastender premiers dan juist die tussenpausen). De machtsgreep van generaal Musharraf in 1999 maakte aan de carrousel een einde.

Bhutto’s tweede termijn (1993-1996) verliep al even onbevredigend als haar eerste. Opnieuw kwam er voor vrouwen weinig tot stand. Onduidelijk is nog steeds haar bijdrage aan de opkomst van de Taliban, die in deze periode ontstonden en met steun vanuit Pakistan (leger, geheime dienst) in Afghanistan de macht overnamen.

Weinig bevorderlijk voor haar succes als politicus was de aanwezigheid van haar echtgenoot, Asif Ali Zardari. Legio waren de beschuldigingen van corruptie tegen ‘Mr Ten Percent’ (zijn vermeende bonus voor overheidscontracten) en al spoedig ook tegen Bhutto zelf. De afgelopen acht jaar bracht zij met haar drie kinderen door in ballingschap in Dubai en Londen. Zardari voegde zich in 2004 bij het gezin, nadat hij in Pakistan een celstraf had uitgezeten. Een Zwitserse rechtbank veroordeelde het echtpaar intussen wegens financiële malversaties.

Nooit wekte Benazir Bhutto de indruk uitgespeeld te zijn. Zij gaf lezingen en interviews en hield de touwtjes van haar partij op afstand strak in handen. Het door het autoritair optreden van Musharraf aangezwengelde democratisch momentum in Pakistan bood haar de kans terug te keren. De ontvangst in Karachi, oktober dit jaar, deed bijna vertrouwd aan. Benazir ay hai, schreeuwde het volk.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden