essay

Docenten uit heel de wereld vertellen over hoe het is om in Nederland voor de klas te staan

Uit bijna alle onderwijsculturen die de wereld herbergt zijn er tegenwoordig wel docenten actief in Nederland. Hoe overwonnen zij de taal- en cultuurverschillen?

Olaf Tempelman
null Beeld Sophia Twigt
Beeld Sophia Twigt

Overal wordt brood gebakken en overal wordt onderwijs gegeven, maar het kan er heel verschillend aan toegaan. Je hebt landen waar de leraren op een verhoging in de klas zitten en landen waar schoollokalen egaal zijn. Je hebt landen waar leerlingen tijdens de les hun mond niet mogen opendoen en landen waar dat juist van ze wordt verwacht. Je hebt landen waar alle leerlingen hetzelfde uniform dragen en landen waar ze dagelijks hun eigen garderobe tonen. Je hebt landen waar docenten leerlingen met stokslagen corrigeren en landen waar leerkrachten er al voor terugdeinzen hun stem te verheffen. Je hebt landen waar 3-jarigen al cijfers krijgen en landen waar het hele onderwijs cijfervrij is. Je hebt landen waar een leraar evenveel status heeft als een chirurg en landen waar een leraar het qua aanzien én salaris aflegt tegen een baliemedewerker van McDonald’s.

En uit bijna alle onderwijsculturen die de wereld herbergt zijn er tegenwoordig wel docenten actief in Nederland.

Dat leerlingen uit bijna heel de wereld in de 21ste eeuw in Nederlandse schoolbanken acte de présence geven, is al veel beschreven – maar bijna heel die wereld staat in Nederland ook vóór de klas.

Dat heeft te maken met het feit dat mensen uit heel de wereld hier zijn komen wonen. Het heeft ook te maken met tekorten in het onderwijs. Aan leraren is in Nederland grote behoefte, maar leraren die duizenden kilometers hiervandaan lesgaven aan vijftig doodstille kinderen in schooluniform, kunnen niet zomaar voor een Nederlandse klas plaatsnemen.

Van daar naar hier

Het traject van Dnipro naar Oldenzaal of van Karabük naar Vlijmen of van Kandahar naar Ridderkerk is voor een leraar ten enenmale ingewikkelder dan voor een elektricien of een ict’er. Een elektricien kan vaak met een heel basale taal- en cultuurkennis al aan de slag: het wemelt in Nederland van de buitenlandse ict’ers die alleen maar Engels spreken. Een leraar moet het Nederlands wel machtig worden. Een leraar moet er ook goed op worden voorbereid dat de mores in een Nederlands klaslokaal anders zijn dan in het klaslokaal waar hij of zij voor het laatst lesgaf. Daarvoor moeten bijscholingscursussen worden gevolgd, en vaak meer dan een.

Vooral aan wiskundedocenten in Nederland al jaren een nijpend tekort. Er zit een boek in de spectaculaire levensverhalen van mensen die tegenwoordig in Nederland wiskunde geven. (Uit het Algemeen Dagblad: ‘Wiskundedocent werd ontvoerd in Kaboel en vluchtte op truck: ‘Nooit gedacht weer les te kunnen geven’’). Geen vak waarin de kennisoverdracht zo universeel is en de lessen wereldwijd zo op elkaar lijken als wiskunde – en toch moet je de taal machtig zijn om het op een middelbare school te kunnen geven.

Ach, die taal: een oorspronkelijk Franstalige docent vertelde off the record dat ze door toedoen van het uitspreken van woorden als ‘verschrikkelijk’ en ‘gruwelijk’ aan het eind van een lesdag soms last heeft van haar keel. Op haar slechtste momenten roept ze: ‘Het Nederlands is geen taal, maar een keelaandoening!’ Wie weet hoe uitdagend het Nederlands kan zijn voor mensen die ooit in het Frans lesgaven, kan zich iets voorstellen bij de inspanningen die mensen moeten leveren die ooit voor de klas stonden in Turkije, Oekraïne of Afghanistan.

Culturele verschillen

Minstens zo uitdagend als lesgeven in een andere taal is lesgeven in een andere onderwijscultuur. Het is een publiek geheim dat veel buitenlandse docenten gewend zijn aan hiërarchie. Vaak komen ze uit culturen waarin de autoriteit van de leraar vanzelfsprekend is en de afstand tussen docent en leerlingen groot, ook in letterlijke zin: de leraar zit op een verhoging in het lokaal. In Nederland kunnen ze te maken krijgen met mondige leerlingen die niet zomaar stil luisteren naar iemand die toevallig voor de klas staat.

Er zijn bijna evenveel verhalen over lesgeven in Nederland als er buitenlandse docenten werken. Er zijn docenten die moeite blijven hebben met een bepaalde vrijpostigheid van leerlingen, die een bepaald ontzag blijven missen waar ze in hun land van herkomst op konden rekenen, die het storend blijven vinden dat instructies niet meteen worden opgevolgd, die het niet waarderen als ze zomaar met hun voornaam worden aangesproken.

Er zijn er ook docenten die lesgeven in Nederland leuker vinden dan in hun land van herkomst, omdat ze hier meer tussen dan tegenover leerlingen staan, omdat ze tijdens de les met leerlingen in gesprek zijn, omdat leerlingen hier doorgaans niet bang zijn voor docenten en omdat leerlingen die hun persoonlijkheid in de les uiten zich laten kennen, terwijl vijftig stille leerlingen in uniform enigszins anoniem blijven.

Zeker is dat Nederlandse kinderen en jongvolwassenen behalve brutaal en vrijpostig ook lief en aardig kunnen zijn. Een tijdje terug was er een Turkse docent op tv die achttien jaar had lesgegeven op een basisschool. Na de mislukte staatsgreep in 2016 vluchtte ze, omdat ze werd beschuldigd van banden met de Gülenbeweging. Ze was erg zenuwachtig voor haar eerste les in Nederland, maar het werd een warm bad. ‘De kinderen waren zo lief. Toen ik vertelde waar ik vandaan kwam en dat ik hen heel graag wilde lesgeven, gaven ze me een knuffel.’

In de Onderwijsbijlage van de Volkskrant leest u over de ervaringen van zes docenten die hun onderwijsloopbaan elders begonnen, een paar honderd of vele duizenden kilometers hiervandaan, en nu in Nederland voor de klas staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden