Monument op Brunssummerheide vlakbij de vindplaats van Nicky Verstappen.

Analyse dna-sporen

Dna-sporen leidden tot Jos B. in de zaak Nicky Verstappen, maar daarmee is hij nog niet zomaar veroordeeld

Monument op Brunssummerheide vlakbij de vindplaats van Nicky Verstappen.

Is Jos B., verdachte van de moord op Nicky Verstappen, er gloeiend bij? Niet op basis van een dna-spoor alleen. Want de steeds verfijndere techniek maakt het weliswaar makkelijker om dna-sporen veilig te stellen, maar leidt tegelijkertijd tot meer controverse over de interpretatie van die sporen.

Jos B., de zondag aangehouden verdachte van de moord op Nicky Verstappen in 1998, heeft heel wat uit te leggen, claimen politie en justitie in Limburg: hoe kwam zijn dna op het slachtoffer terecht? Voor de nabestaanden is het te hopen dat B. inderdaad spreekt, want anders kan het nog een slepende en complexe zaak worden.

Dna is z’n waarde voor de opsporing in rap tempo aan het bewijzen. De zaak-Verstappen voegt zich in de zaken rond Milica van Doorn en Marianne Vaatstra, waarin dna-verwantschapsonderzoeken na vele jaren alsnog naar een verdachte leidden. Daar kwam in de zaak-Vaatstra nog wel een factor bij: een vlot bekennende verdachte. Als die uitblijft, hangt veel af van de bewijskracht van de dna-match.

Het monument in Zwaagwesteinde voor de vermoorde Marianne Vaatstra. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Match is nog geen daderspoor

Hoe ingewikkeld het dan kan worden, bewijst momenteel de rechtszaak tegen Jos de G., de stoïcijns ontkennende verdachte van de moord op Nicole van den Hurk. Het 15-jarige Eindhovense meisje werd in 1995 na een wekenlange vermissing gevonden in een bos nabij haar woonplaats. Ze was verkracht en met geweld om het leven gebracht. In 2011 liep De G. op basis van een positieve dna-match tegen de lamp, maar zeven jaar later is de rechtszaak nog steeds gaande. Deze week buigt het gerechtshof in Den Bosch zich over het hoger beroep, nadat de rechtbank De G. in 2016 wel veroordeelde voor verkrachting, maar niet voor doodslag.

Daar ging omvangrijk onderzoek aan vooraf naar de overeenkomsten tussen het dna dat op en in het slachtoffer werd aangetroffen en het dna van de verdachte. In de spermasporen bleek ook dna aanwezig van Van den Hurks toenmalige vriendje en van een derde, nog altijd onbekende man.

Met nauwverholen frustratie oordeelde de rechtbank dat ‘de feiten en omstandigheden in sterke mate in de richting van De G. wijzen’, maar dat niet kan worden vastgesteld dat hij haar om het leven bracht. ‘De mogelijkheid dat niet verdachte maar een ander het slachtoffer heeft gedood, is naar het oordeel van de rechtbank niet zo onwaarschijnlijk dat die mogelijkheid in redelijkheid kan worden uitgesloten.’ Voor verkrachting was het aangetroffen sperma ‘onmiskenbaar een daderspoor’, voor doodslag niet.

Een vijver naast de Sint-Jozefkerk in Zaandam, waar in 1992 het lichaam van Milica van Doorn is gevonden. Beeld ANP

Oplopende controverse

Het is de paradox van de voortschrijdende dna-wetenschap: de steeds verfijndere techniek maakt het makkelijker om dna-sporen veilig te stellen, maar leidt tegelijkertijd tot meer controverse over de interpretatie van die sporen. Ook in de nog lopende zaak rond Milica van Doorn (in 1992 in Zaanstad verkracht en vermoord) betwist de verdachte het dna-bewijs. Een onafhankelijk instituut moet het werk van het Nederlands Forensisch Instituut nu overdoen, besliste de rechter, om vast te stellen of er in de loop der jaren in verschillende politiebureaus en laboratoria niet te veel met het dna is ‘gezeuld’ om het nog betrouwbaar te kunnen achten.

Een extreem voorbeeld voltrok zich rond de Vlissingse kerkhofmoord. Ilonka Toth werd in 2008 op een begraafplaats in Vlissingen doodgeslagen met een marmeren grafrand. Op het moordwapen werden dna-sporen van enkele mensen aangetroffen, waaronder mogelijk die van verdachte Anthony B. Toch werd hij in 2011 in hoger beroep vrijgesproken. Daaraan voorafgaand bogen liefst vijf laboratoria zich over de beschadigde sporen. Zij konden het onderling niet eens worden over de vraag of het dna onomstotelijk van de verdachte was. Om de beurt haalden het Openbaar Ministerie en de verdediging er nieuwe experts bij om eerdere conclusies te weerleggen. Uiteindelijk waagde het gerechtshof in Den Haag zich er niet aan. Het zag wel ‘belastende aanwijzingen’ maar dat was niet genoeg. Anthony B. ging vrijuit wegens gebrek aan bewijs.

De vindplek van het lichaam van Nicole van den Hurk in Hersel. Beeld ANP

Interpretatieproblemen

Strafpleiter en hoogleraar Geert-Jan Knoops gaf eerder dit jaar met een medewerker van het Nederlands Forensisch Instituut een dna-cursus aan advocaten. Ook hij waarschuwt: ‘Naarmate er steeds minder materiaal nodig is voor een dna-profiel, ontstaan grotere interpretatieproblemen.’ 

Hij wijst op een moordzaak in de Verenigde Staten, waarbij in de badkamer op het moordwapen naast een vermoorde vrouw het dna werd gevonden van de man met wie zij samenwoonde. ‘De man stond al snel te boek als potentiële dader, maar dna-experts onderbouwden dat de werkelijke dader het wapen omwikkelde met een handdoek uit de badkamer. Zo werd het dna van de man overgedragen op het wapen. De werkelijke dader liet geen spoor achter.’

Rechters zijn daarom zeer terughoudend, stelt ook Knoops vast. ‘Zeker nu inmiddels is aangetoond dat dna niet alleen secundair maar zelfs tertiair kan worden overgedragen. Van persoon tot persoon tot persoon. Dat maakt het steeds complexer. Een dna-match zegt wie de donor is, maar geeft geen wiskundig antwoord op de vraag of het een daderspoor is. Daarvoor heb je veel meer factoren eromheen nodig. Uiteindelijk blijft het mensenwerk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.