DNA-spoor in Deventer moordzaak

De zogenoemde Deventer moordzaak heeft maandag voor het gerechtshof in 's Hertogenbosch een verrassende ontwikkeling beleefd. Onderzoekers van het Nationaal Forensisch Instituut (NFI) hebben op de blouse van het slachtoffer DNA gevonden dat overeenkomt met dat van verdachte Ernest L....

Van onze verslaggever Mac van Dinther

Volgens het Openbaar Ministerie (OM) blijkt daaruit dat L. wel degelijk schuldig is aan de moord op Jacqueline Wittenberg op 23 september 1999. L. (50) werd afgelopen juli na twee jaar cel door de Hoge Raad vrijgelaten. Bij nieuw onderzoek waren op het veronderstelde moordwapen, een keukenmes, DNA-sporen gevonden die niet van hem noch van de vermoorde zijn. L. zat een straf van twaalf jaar uit.

Het mes waarop met een omstreden geurproef een speurhond de geur van L. zou hebben ontdekt was het belangrijkste bewijs. Maar volgens de Hoge Raad is het nog maar de vraag of het mes überhaupt iets met de moord heeft te maken.

De Raad beval dat de rechtszaak moest worden overgedaan door het Gerechtshof in 's Hertogenbosch. Die begon daar maandag mee. Door het arrest van de Hoge Raad leek de herziening een gelopen race. Op de eerste zittingsdag kwam NFI-deskundige Kloosterman echter met resultaten van nieuw onderzoek naar de blouse van de vermoorde. Daarop zijn contactsporen gevonden met DNA dat hoogstwaarschijnlijk afkomstig is van L. Op de blouse zat geen ander vreemd DNA.

Contactsporen kunnen worden overgebracht door aanraking met de blote huid. Kloosterman benadrukte dat onderzoek naar contactsporen in een pril stadium verkeert. Hij kon niet zeggen hoe en wanneer de sporen op de blouse zijn gekomen.

Kloosterman sluit de mogelijkheidniet uit dat DNA van L. door een handdruk op de hand van de vermoorde is gekomen, die het vervolgens op haar blouse heeft gewreven. L. heeft verklaard dat hij het slachtoffer op de ochtend van de moord nog heeft ontmoet.

Advocaat-generaal Brughuis zag de nieuwe gegevens als ernstig bewijs tegen L. en vroeg het hof hem weer vast te zetten. Tot verrassing van de verdediging deed ze afstand van het mes als bewijsstuk.

Brughuis concludeerde dat L. ten tijde van de moord in Deventer moet zijn geweest. L., die financieel adviseur was van de vermogende weduwe, had kort voor de moord een telefoongesprek met het slachtoffer. L. zegt dat hij vanaf de snelweg bij 't Harde heeft gebeld, maar uit gegevens van KPN blijkt dat zijn mobiele telefoon verbinding heeft gemaakt met een basisstation in Deventer.

Deskundigen die door de verdediging zijn ingeschakeld beweerden dat er op 23 september bijzondere atmosferische omstandighedenwaren die het mogelijk maakten dat L.'s mobiel een basisstation in Deventer aanstraalde. Een expert van het OM noemde dat onwaarschijnlijk.

L.'s advocaat Knoops betichtte het OM en de politie van vooringenomenheid. Volgens Knoops heeft de politie steken laten vallen bij het onderzoek. Zo is het tijdstip van de dood niet afdoende vastgesteld en heeft de politie verzuimd gegevens op te vragen waarmee L.'s telefoon getraceerd had kunnen worden.

Bovendien zijn uit het dossier verklaringen van vier getuigen weggelaten die zeggen dat ze de weduwe een dag na de dag waarop ze vermoord zou zijn nog levend hebben gezien.

Het hof vond de nieuwe aanwijzingen niet te verwaarlozen, maar achtte het niet nodig L. vast te zetten. L. zelf reageerde emotioneel. 'Ik ga niet terug naar de cel. Ik heb al lang genoeg in de cel gezeten door de schuld van de politie.' Het proces is aangehouden tot 26 januari.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden