DNA-chip plaatst kanker in perspectief

Met behulp van DNA-chips is binnenkort bij patiënten met een bepaalde vorm van lymfeklierkanker de overlevingskans vast te stellen. De therapie kan daaraan worden aangepast....

Bij de diagnose kanker is de eerste vraag van bijna elke patiënt: 'Hoe groot is de kans dat ik het van deze ga ziekte winnen?' Het antwoord kan pijnlijk onduidelijk zijn, bijvoorbeeld bij patiënten met diffuus grootcellig B-cel lymfoma (DLBCL), de meest voorkomende vorm van lymfeklierkanker bij volwassenen.

Jaarlijks komen er ruim negenhonderd nieuwe patiënten bij. Deze mensen krijgen te horen dat de eerste vier, vijf jaar cruciaal zijn. Tijdens deze periode lopen ze een grote kans te overlijden. Overleven de patiënten die vijf jaar dan zijn de vooruitzichten vaak gunstig.

Een nieuwe DNA-techniek, de zogeheten microarray-essay, wordt onder andere door het Nederlands Kanker Instituut gebruikt om dit soort voorspellingen sterk te verbeteren.

'Het probleem bij DLBCL is dat het een restgroep is van lymfeklierkankers', zegt Daphne de Jong, onderzoeker bij het NKI. 'Er zitten meerdere ziektes in deze groep, dat weten we, maar we kunnen ze op geen enkele manier uit elkaar peuteren.'

Bij binnenkomst krijgen de patiënten daarom standaard chemotherapie. Met die behandeling geneest 40 procent van de mensen. Als de ziekte terugkomt, krijgt de patiënt intensievere chemotherapie.

'Beter dan dat krijgen we de behandeling eigenlijk al jaren niet.' Het heeft geen zin om alle patiënten al bij de eerste behandeling de intensievere therapie te geven. Het overlevingspercentage van de groep stijgt er niet door, terwijl de patiënten wel meer bijwerkingen krijgen en een grotere kans hebben op restverschijnselen.

'Patiënten moeten veel inleveren aan long- en hartfunctie en ze kunnen soms nog jarenlang invaliderend moe zijn. Daarom wil je als de patiënt voor het eerst komt met de ziekte kunnen zeggen: 'Deze patiënt heeft een slechte dan wel een goede prognose'. Iemand met een slechte prognose kun je misschien beter meteen een zware klap geven met intensieve chemotherapie, terwijl je mensen met goede vooruitzichten die behandeling wilt besparen.'

Die scheiding van patiënten wordt nu mogelijk. Amerikaanse onderzoekers publiceren in het tijdschrift Nature Medicine van januari hoe ze de microarray-essay gebruiken om DLBCL-patiënten in te delen in twee groepen. De ene groep heeft 70 procent kans om na vijf jaar nog in leven te zijn en de andere groep heeft daar maar 12 procent kans op. 'Met die kennis zit je natuurlijk heel anders tegenover een patiënt met wie je het behandelplan gaat bespreken.'

De microarray, ook wel DNA-chip genoemd, is relatief nieuw. Met de chip kan het erfelijk materiaal (DNA) van zieke cellen worden vergeleken met het DNA van gezonde cellen. Je kunt in één keer tot twintigduizend genen, de functionele eenheden van het DNA, testen. De onderzoekers vonden dertien genen die in cellen van DLBCL-patiënten veel actiever of juist slomer zijn dan in gezonde cellen. Deze 'merkergenen' bleken goede voorspellers te zijn van de overlevingskansen van de patiënt.

Onderzoekers van het NKI gebruiken dezelfde techniek als de Amerikanen. De Jong past de DNA-chip techniek niet op DLBCL toe, maar op andere soorten lymfeklierkankers. Haar collega Laura van 't Veer zocht met succes naar merkergenen bij borstkanker. De resultaten van haar werk zullen vermoedelijk komende maand in Nature verschijnen. Daarom vroeg de redactie van Nature Medicine de twee onderzoekers van het NKI een commentaar te schrijven bij het artikel van de Amerikanen.

Voordat de DNA-chip in de praktijk gebracht kan worden, moet de voorspellende waarde van de dertien merkergenen op een grotere groep mensen worden getest. 'En het is ook nog niet bewezen dat het helpt als je patiënten met een relatief slechte prognose vanaf het begin intensieve chemotherapie geeft.' Maar met de DNA-chip kan meer. Hij kan ook worden gebruikt om aangrijpingspunten te vinden voor nieuwe medicijnen.

Daarvoor moet eerst de biologische oorzaak van de ziekte worden achterhaald. De onderzoekers gebruiken hiervoor een andere invalshoek en analysemethode, maar de techniek blijft hetzelfde: de DNA-chip speurt naar genen die afwijkend gedrag vertonen.

Een ander team van Amerikaanse onderzoekers vond zo vorig jaar een aantal genen die ten grondslag kunnen liggen aan het ontstaan van DLBCL. Die genen zijn het doelwit voor nieuwe medicijnen. 'Je wilt toe naar medicijnen die gericht werken, als een pijl en boog: 'Tsjak, erop af!' Wat we nu gebruiken, is toch een beetje een bommentapijt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden