Dna als splijtzwam in de rechtbank

Rechters worden vaker geconfronteerd met experts die het met elkaar oneens zijn tijdens zittingen, vooral over dna...

Den Haag Ze verschilden stevig van mening, de drie deskundigen die 8 juli 2009 waren opgeroepen door de rechtbank Zutphen. Volgens de één pleitte dna-bewijsmateriaal in de Puttense moordzaak tegen de ‘nieuwe’ verdachte Ron P. Een ander zei dat de sporen niet uitsluiten dat een tweede verdachte betrokken was bij de moord en verkrachting van het slachtoffer. De derde deskundige verdedigde een ‘sleeptheorie’ die zou verklaren dat P. onschuldig kan zijn, terwijl zijn sperma na het misdrijf is aangetroffen. Tijdens een andere zitting verwierp een vierde expert deze theorie.

‘Het leek wel een schoolexamen: drie deskundigen naast elkaar, aan een eigen tafeltje’, zegt rechtspsycholoog Peter van Koppen. Hij zat als belangstellende in de zaal. ‘We zijn er helaas weinig wijzer van geworden. De rechters verzuimden de leiding te nemen. Het is ook jammer dat deskundigen zich ingraven als collega’s kritiek uiten. Als ze hun fouten zouden toegeven, hebben rechters er meer aan.’

Steeds vaker worden rechters geconfronteerd met experts die het met elkaar oneens zijn tijdens zittingen, vooral over dna. Uiteindelijk moeten ze kiezen welke oordelen van deskundigen doorslaggevend zijn. In dit geval oordeelde de rechtbank in het nadeel van P., die vijftien jaar celstraf kreeg voor een moord in Putten in 1994.

Het is een trend, beaamt Tjark Tjin-A-Tsoi, directeur van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). ‘De discussie in de rechtszaal neemt onder meer toe omdat allerlei concurrenten van het NFI op de markt zijn verschenen die ook dna-onderzoek doen. Daarnaast past het in de algemene trend vraagtekens te plaatsen bij autoriteiten. Rechters, officieren van justitie en advocaten beseffen steeds meer dat een deskundige niet per definitie de objectieve waarheid komt verkondigen.’

Een dna-match is volgens Tjin-A-Tsoi geen sluitend bewijs. ‘Er komt veel interpretatie bij kijken, bijvoorbeeld over de vraag of sporen tijdens een delict zijn overgedragen. Vage en complexe sporen zijn soms moeilijk te interpreteren. Ook kan een conclusie worden beïnvloed door informatie die een deskundige heeft gekregen en door de onderzoeksopdracht. Dat geldt voor elk onderzoek, niet alleen voor dna.’

De directeur van het NFI merkt dat aanklagers en rechters ‘onwennig’ reageren op onenigheid tussen deskundigen. ‘Ze willen eigenlijk één wetenschapper die vertelt hoe het zit, zoals vroeger. Maar tijden zijn veranderd. Het is goed dat deskundigen elkaar scherp houden. Je kunt soms legitiem van mening verschillen. Als dat tijdens de zitting gebeurt, krijgt de rechter meer gevoel voor de waarde van het bewijsmateriaal.’

Rechters zijn voorzichtiger geworden na geruchtmakende dwalingen. Het aantal vrijspraken is de afgelopen vijf jaar gestegen van 4 procent naar 7,5 procent. Dat is onder meer het gevolg van de Schiedammer parkmoordzaak en de ‘oude’ Puttense moordzaak, waarvoor onschuldigen zijn veroordeeld. Oordelen van experts speelden daarbij een grote rol.

Er zijn dingen niet goed gegaan, erkent Jan Moors, vicepresident van de Amsterdamse rechtbank. ‘Rechters zijn zich daarom meer bewust van het belang van forensisch technisch bewijs. Het is essentieel dat we in staat zijn complexe rapporten te begrijpen.’

Dat is lastig. ‘We weten soms te weinig van dit soort zaken. Als je dat merkt, kun je experts naar de zitting laten komen. Dan vraag ik naar hun deskundigheid, ik toets of ik conclusies goed begrijp en ik controleer in hoeverre sprake is van interpretatie. Uiteindelijk zal ik een onderbouwde keuze moeten maken. In het slechtste geval heb ik een derde deskundige nodig. Als er dan nog twijfel is, kan dat tot vrijspraak leiden omdat een verdachte pas veroordeeld mag worden als het bewijs overtuigend is. Hoe dan ook is de toegenomen aandacht goed; het leidt tot beter onderbouwde beslissingen.’

Sinds 1 januari is de rechtspositie van verdachten versterkt dankzij de Wet deskundigen in strafzaken. Advocaten hebben nu ruimere mogelijkheden om contra-expertise aan te vragen en ze kunnen meer invloed uitoefenen op onderzoeken die het OM laat uitvoeren. Verder komt er een Landelijk Deskundigenregister, voor experts die voldoen aan strenge kwaliteitseisen. Wie niet in het register komt, kan alleen nog in uitzonderingsgevallen worden ingeschakeld door justitie.

Het deskundigenregister moet het kaf van het koren scheiden. De laatste tijd schieten forensische adviesbureaus als paddestoelen uit de grond. Meerdere medewerkers van dergelijke bureaus zijn openlijk partijdig: ze gaan voor advocaten op zoek naar zwakke plekken in bewijsmateriaal. Met soms vergezochte theorieën proberen ze twijfel te zaaien bij rechters.

Volgens critici is de rechter door zo’n bureau op een dwaalspoor gezet in de moordzaak van de Haagse vastgoedhandelaar Victor ’t Hooft. De verdachte, crimineel Remond P., werd dit jaar vrijgesproken. Het OM leek een sterke zaak te hebben: op de jas van het slachtoffer zat genetisch materiaal van P., dat ook is aangetroffen op een pistool en hulzen in het huis van ’t Hooft.

De advocaat van de verdachte betoogde dat voorafgaand aan de moord een kluis van P. is gestolen, met daarin zijn pistool, munitie en handschoenen. De sporen op de jas kunnen via de handschoenen zijn overgedragen, stelde de raadsman. Ook wees hij erop dat P. en de echtgenote van het slachtoffer vlak voor de moord hetzelfde tankstation hebben bezocht. Het zou kunnen dat de weduwe per ongeluk dna van P. heeft ‘versleept’ naar de jas van haar echtgenoot.

De rechtbank oordeelde dat dit niet voor de hand ligt, maar dat er onvoldoende reden was om deze theorieën terzijde te schuiven.

Tjin-A-Tsoi van het NFI vindt het belangrijk dat rechters voldoende kennis van zaken hebben, zodat ze niet op een dwaalspoor belanden. ‘Nu de technologische mogelijkheden razendsnel groter worden en er steeds meer partijen op de markt komen die bewijsmateriaal ter discussie stellen, moet rechters dat op waarde kunnen schatten. Het is dus belangrijk dat ze zich bekwamen. Daarom zijn we 1 januari de NFI Academy begonnen, waar we trainingen verzorgen voor onder anderen rechters, de politie en het OM.’

Dat is noodzakelijk, vindt Tjin-A-Tsoi. ‘Het aantal forensische onderzoeken is in tien jaar vervijfvoudigd, terwijl de criminaliteit is afgenomen. We zijn technisch tot steeds meer in staat en de vraag neemt dus toe. Veel rechters, officieren van justitie, politiemensen en advocaten zijn maar zeer ten dele, of misschien zelfs helemaal niet meer, in staat te beoordelen wat de inhoudelijke kwaliteit is van een deskundigenrapport. Het wordt zo langzamerhand zo enorm hightech en complex dat anderen wel heel erg moeten varen op de deskundige.’

‘Die snelle ontwikkeling zal doorgaan. De rol van forensisch technisch onderzoek in het strafproces neemt geweldig toe. Dat beseffen de andere partijen in het strafrecht onvoldoende. We moeten voorkomen dat forensisch technisch bewijs zich ontwikkelt tot een fremdkörper in het juridische landschap. Daarom is het verstandig om nu zwaar te investeren in opleidingen.’

Volgens Jan Moors zijn rechters, zoals hijzelf, generalisten. ‘Wij kunnen nooit hetzelfde kennisniveau hebben als bijvoorbeeld dna-deskundigen. Onze opleiding is erop gericht dat we rapportages van experts op waarde kunnen schatten. We zijn op dit moment bezig meer aandacht te besteden aan methodologie en statistiek bij de opleiding voor rechters SSR, waar ik lector strafrecht ben.’

Forensische concurrentie kan ook in het nadeel van verdachten werken. Dat bleek dit najaar in de zaak tegen de veronderstelde moordenaar van Ilonka Toth in Vlissingen. Het OM, dat niet tevreden was met de resultaten van NFI-onderzoek, schakelde het particuliere laboratorium IFS van Richard Eikelenboom in. Eikelenboom vond meer bewijsmateriaal en hij trok stelliger conclusies. In reactie vroeg de verdachte een contra-expertise aan bij een deskundige, waarna het OM er een vierde expert bij haalde. De zaak eindigde in een veroordeling tot twaalf jaar.

Deze verdachte was vroeger wellicht vrijgesproken omdat het NFI geen bruikbare sporen had gevonden, zegt Eikelenboom. ‘In het algemeen is het goed dat het besef is doorgedrongen dat rapportages van het NFI niet heilig zijn.’

Zijn particuliere laboratorium werkt voor de politie, het OM en raadslieden. ‘We merken dat advocaten soms een beetje huiverig zijn om IFS in te schakelen. We zeggen altijd: als we iets vinden dat in het nadeel pleit van je cliënt, melden we dat ook. Dat is onlangs gebeurd; dat was best pijnlijk.’

Eikelenboom ergert zich aan concurrenten die verkondigen dat ze partijdig zijn. ‘Wat zij doen, heeft niets te maken met waarheidsvinding maar met verwarring zaaien. Ik denk dat partijdige deskundigen geen bestaansrecht zullen hebben. Rechters prikken er zo doorheen, mits ze de moeite nemen hun rookgordijnen tijdens een zitting voor te leggen aan onafhankelijke deskundigen. Ik ben alleen bang dat ze niet altijd de moeite nemen om dat te doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden