Interview Alexander Schimmelbusch

‘Dit zou een goed moment zijn om een nieuwe partij op te richten in Duitsland’

Schrijver Alexander Schimmelbusch. Beeld Jiri Büller

Het lijkt onwaarschijnlijk: een romanschrijver die de weg wijst naar de nieuwe economische wereldorde. Maar de staatskapitalistische visioenen van Alexander Schimmelbusch worden in rap tempo werkelijkheid. ‘We zitten vast in het Koude Oorlog-denken over staat en markt.’

‘Als een activistisch hedgefonds’, zo noemt Le Monde in zijn commentaar de werkwijze van de Nederlandse regering. Die wist twee weken geleden, met een stiekeme bliksemactie, 14 procent van de aandelen in luchtvaartgroep Air France-KLM te bemachtigen. Volgens Nederland is dat nodig om de belangen van KLM, Schiphol en daarmee ook het Nederlandse vestigingsklimaat te verdedigen. Maar in de ogen van de Franse krant, net als van in de media geciteerde bronnen binnen de Franse overheid, komt de stap neer op een ‘beursgreep’.

De staat als superinvesteerder, die zich intensief bemoeit met het nationale bedrijfsleven. Laat dat nou net het politiek-economische visioen zijn waar het in de bestseller van Alexander Schimmelbusch om draait, onlangs in het Nederlands verschenen als Opperduitsland. De Franse reactie is vermakelijk, merkt Schimmelbusch op met twinkelende ogen. De Oostenrijkse schrijver, woonachtig in de Berlijnse wijk Kreuzberg, is even in Nederland om de vertaling van zijn boek te presenteren. We spreken hem in de lobby van zijn Amsterdamse hotel.

‘De minister van Financiën van Frankrijk, Bruno Le Maire, waarschuwde nota bene voor de invloed van de Nederlandse staat. Terwijl de Franse overheid zelf net zo goed een belang van 14 procent in Air France-KLM bezit! Het toont hoe irrationeel het debat over de rol van de staat in de economie nog altijd wordt gevoerd.’ Dan, nieuwsgierig: ‘Hoe waren de reacties in Nederland eigenlijk?’

Alexander Schimmelbusch

1975 Geboren in Frankfurt (met de Oostenrijkse nationaliteit)

1998 Studeert af aan Georgetown University in Washington

1998-2003 Zakenbankier in de Londense City

2005 Eerste roman, Im Sinkflug

2018 Hochdeutschland (Opperduitsland) wordt juichend ontvangen

Alexander Schimmelbusch woont met zijn vrouw en twee dochters in Berlijn.

Dolenthousiast. Links ziet het einde van het neoliberale tijdperk al naderen, de rechts-populisten willen de nationale trots verdedigen tegen de snode Fransen.

‘Dat klinkt als een voetbalwedstrijd tussen twee nationale elftallen. Wel positief toch, zo’n sportieve strijd? Maar even serieus, de tijd is er rijp voor. In Duitsland speelde afgelopen zomer iets soortgelijks. De Chinese regering wilde een belang nemen in een elektriciteitsnetbeheerder (50Hertz, red.). Dat heeft de Duitse regering geblokkeerd. In plaats daarvan is ze vervolgens zelf in het bedrijf gestapt. De commentaren hierop waren buitengewoon interessant. Hét argument van tegenstanders is dat je op die manier de vrije markt verstoort. Staatskapitalisme. Ik vind dat typerend voor het Koude Oorlog-denken over staat en markt waarin we vastzitten. Als de Chinese staat westerse aandelen opkoopt, noemen we dat vrije markt. Maar als Duitsland in bedrijven investeert, zouden we terugkeren naar het socialisme van de DDR? Kom nou.’

Dé roman van onze tijd: zo is Opperduitsland van Alexander Schimmelbusch in Duitsland vorig jaar ontvangen. De hoofdpersoon is Victor, een cynische zakenbankier, gespecialiseerd in mergers & acquisitions. Hij is verbitterd over alles. Zijn baan, zijn rijkeluisleven, maar ook de deplorabele toestand waarin Duitsland zich bevindt. De ooit zo meritocratische Exportweltmeister is in zijn ogen afgezakt tot een ordinaire oligarchie. ‘Waar waren de rode vaandels, waar waren de mestvorken? Waarom oliede niemand een guillotine?’ In een creatieve bui, met naast zich een peperdure fles Richebourg, schrijft hij een politiek manifest in de zakelijke stijl van een consultant à la de firma McKinsey. Een pitch om de door politiek wantrouwen en vreemdelingenhaat geteisterde bv Duitsland weer op de rails te krijgen.

Met duivels genoegen prikt Victor het neoliberale marktdenken door. Wie die droom serieus neemt, laat Schimmelbusch hem in een van zijn typerende, eindeloze zinnen opmerken, moet bijvoorbeeld ook voor ‘de privatisering van alle Duitse gevangenissen ijveren, voor een openbare verkoop, waarbij een Chinees staatsfonds dan de overhand zou krijgen, niet alleen dankzij de onbegrensde financiële middelen ervan, maar vooral dankzij de strategische expertise van de Chinese regering in het beheer van internerings-, heropvoedings-, gevangenen-, concentratie-, straf-, doods-, orgaanoogst- en vernietigingskampen’.

Marktdenken ‘Als China westerse aandelen opkoopt, heet dat de vrije markt. Maar als Duitsland inbedrijven investeert, gaan we terug naar het socialisme van de DDR? Kom nou.’ Beeld Jiri Büller

De politieke beweging die volgt uit Victors manifest, blijkt een doorslaand succes. Aan het eind van het boek is hij de Grote Voorzitter van GINA, de ‘German Investment Authority’. Dat publieke investeringsfonds pompt geld in veelbelovende technologieën en koopt aan de lopende band belangen op in Duitse sleutelindustrieën. De benodigde miljarden vloeien voort uit het vermogensplafond dat dankzij Victor is ingesteld. Geen enkele Duitser heeft volgens hem meer dan 25 miljoen euro nodig. Die maatregel versterkt bovendien de teamspirit van de bv Duitsland. Een ‘obsessief ik’ wordt omgesmeed tot een ‘vastberaden wij’. De Chinese, Amerikaanse en Arabische staatskapitalisten hebben het nakijken.

Dat klinkt niet eens zo heel futuristisch. In alle westerse landen worden op dit moment verhitte discussies gevoerd over de dreiging van de Chinese geleide economie en over of het wel zo verstandig is afhankelijk te zijn van bedrijven als telecomgigant Huawei. Er wordt al gesproken van een ‘Beijing Consensus’. In tegenstelling tot in de neoliberale ‘Washington Consensus’ van de jaren negentig is de staat daarin de zon waar de complete economie omheen draait. In de Verenigde Staten heeft ondertussen het America First van Donald Trump gezegevierd. Arabische staatsfondsen kopen alles wat los- en vastzit, van Volkswagen tot voetbalclubs, en de Fransen hebben nooit afscheid genomen van big government. Kortom, het taboe op de zichtbare hand van de staat is snel aan het verdwijnen.

Klopt het dat Angela Merkel uw roman grondig heeft bestudeerd?

(Hij grinnikt) ‘Ik heb twee kinderen. Een moeder op school vertelde me dat haar zus voor Angela Merkel werkt, op het Kanzleramt. Die zus had mijn boek op haar bureau liggen. Merkel zag het en nam het mee naar huis. Een paar weken later gaf ze het terug. Mét onderstreepte passages.’

Hebt u dat exemplaar weten te bemachtigen, om te zien wat Merkel precies zo interessant vond?

‘Nee! Ik heb het natuurlijk gevraagd, maar ik durfde niet al te zeer aan te dringen.’

‘Angela Merkel heeft het thema industriepolitiek ontdekt’, schreef de zakenkrant Handelsblatt twee weken geleden. Uw boodschap slaat aan.

‘Dit soort ideeën hangt gewoon in de lucht. De Duitse minister van Economische Zaken, Peter Altmaier, heeft onlangs een plan gepubliceerd dat draait om nationale kampioenen. Het is opvallend dat een conservatief daarmee komt. Niet de sociaal-democraten, die zich de afgelopen jaren juist hebben ingezet voor de ontvlechting van staat en bedrijfsleven. Het laat zien dat dit geen ideologische besluiten zijn, van links tegenover rechts. China is gewoon een economische bedreiging. Als zo’n enorme staat miljarden pompt in zijn auto-industrie, dan heeft dat niets met vrije mededinging te maken. Integendeel! Juist om die te behouden, moeten ook westerse staten zich intensiever met hun economie bemoeien.’

Opperduitsland is een roman, u bent niet Victor. Zou u op zijn partij stemmen?

‘Ik mag in Duitsland niet stemmen. Ik ben Oostenrijker. Weliswaar had ik ook een Duits paspoort, maar dat heb ik afgegeven voordat ik 18 werd. Ik wilde niet anderhalf jaar in militaire dienst. Ik wilde in Amerika naar de universiteit.’

Maar als…?

‘Ik heb er bewust voor gezorgd dat mijn eigen politieke mening niet af te lezen is aan het boek. Dat maakt het interessanter, denk ik. Victor is de ideale populist. Hij is geen idealist, maar een opportunist. Overtuigingen zijn namelijk alleen maar hinderlijk voor een populist. Die moet je trouw blijven, ook als ze slecht in de markt liggen. Het enige standpunt van mij dat je in deze roman zult aantreffen, is dat áls ik een populistische beweging zou oprichten, dit programma me veelbelovend lijkt. Eigenlijk ben ik fan van Angela Merkel. Ik zag haar ooit in een supermarkt, waar ze zeven of acht flessen wijn in haar mandje stopte. Ze zag er moe uit, kwam waarschijnlijk van haar werk. Kortom: heel sympathiek. Maar Merkel stelt zich niet meer verkiesbaar. De SPD loopt op haar laatste benen. Het zou een goed moment zijn om een nieuwe partij op te richten. Alles is in beweging.’

Net als hoofdpersoon Victor was Alexander Schimmelbusch ooit zakenbankier. Als zoon van een Oostenrijkse industrieel groeide hij op in Frankfurt, waarna hij naar Washington vertrok om economie en Duitse taal en literatuur te studeren aan Georgetown University. Zoals zovelen van zijn jaargenoten koos hij na afloop voor het grote geld. Vijf jaar lang werkte Schimmelbusch in de Londense City voor banken als UBS en Credit Suisse.

Het inkomen was riant, er werd uitsluitend businessclass gevlogen en alles kon gedeclareerd worden. Maar het beeld van de financiële wereld als een spectaculaire orgie van cocaïne, seks en dwergwerpen, zoals dat naar voren komt in films als The Wolf of Wall Street, herkent hij niet. ‘Wat ik me herinner, is dat mensen veel te moe en overwerkt waren om te feesten. Bij mij om de hoek in Londen zaten een paar populaire pubs. Als collega’s uit de financiële sector daar überhaupt al hun vrije zondag doorbrachten, begonnen ze om elf uur ’s ochtends bier te drinken. ’s Middags om vier uur gingen ze naar huis om te slapen. Zodat ze op maandagochtend weer opgeladen waren voor de nieuwe werkweek.’

Alexander Schimmelbusch Beeld Jiri Büller

Tegenwoordig woont u in Berlijn. Door de media bent u vanwege uw scherpe cynisme en koude toekomstvisie al gebombardeerd tot de ‘Duitse Michel Houellebecq’. Zou uw boek zich ook buiten Duitsland kunnen afspelen?

‘Duitsland is op dit moment een zeer goede markt voor populisten. De Duitsers verlangen naar de egalitaire jaren van de oude Bondsrepubliek. Bij mij op school in Frankfurt was de een zijn vader bankier, de ander journalist. Maar die waren niet echt te herkennen als mensen uit een andere klasse.’

Is die knusse samenleving geen naoorlogse mythe?

‘Zeker niet. Er is een sociologisch begrip voor: de genivelleerde middenklasse-samenleving. Dat is wat veel kiezers willen. De mensen willen terug naar het Duitsland in de jaren van het naoorlogse Wirtschaftswunder, met zekere banen voor de arbeiders en rijken die zich enigszins bescheiden opstellen. Vergelijk het eens met het Duitsland van nu. Een caissière die de hele dag werkt, verdient daarmee 1.000 euro per maand. Voor dat bedrag kun je amper meer een woning vinden. Zo’n lage loonsector heeft Nederland niet. Dan is het toch duidelijk dat dit vroeg of laat tot politieke instabiliteit zal leiden?’

Lange tijd leek de rechts-populistische opstand aan Duitsland voorbij te gaan. Sinds de vluchtelingencrisis lijkt Alternative für Deutschland (AfD) definitief doorgebroken. Zou het in dat licht niet realistischer zijn als Victor een rechtser politiek programma had opgesteld? Migranten die de ‘generatielang gegroeide corporate identity’ van de bv Duitsland uitdragen, zijn wat hem betreft welkom. De stevige taal daarover in zijn manifest bezigt hij in zijn eigen woorden alleen ‘om zoals bij methadon een verlangen te bevredigen zonder de betreffende werkzame stof toe te dienen’.

‘Dat is geen moralistische beslissing, hoor. In Victors ogen functioneert racisme simpelweg niet in Duitsland. Bij Donald Trump werkte het, ja. Maar het gemiddelde opleidingsniveau in Duitsland is hoger. Er is hier de afgelopen decennia altijd 2 of 3 procent nazi’s geweest. De rest van de AfD-kiezers is gewoon politiek gefrustreerd. Het moet toch niet zo moeilijk zijn die mensen een aantrekkelijker politiek aanbod te doen?’

Nog even terug naar KLM. Dinsdagavond weersprak de Nederlandse minister Wopke Hoekstra dat we afscheid nemen van het marktdenken. ‘Ik wil het beeld van een waterscheiding en een nieuw tijdsgewricht nuanceren’, merkte hij op in debat met de Tweede Kamer. Maar in de ogen van de hoofdpersoon in uw roman vindt er een paradigmawisseling plaats, van neoliberalisme naar staatskapitalisme. Wat is het nu?

‘Persoonlijk denk ik niet dat het zo hoeft te gaan. Ik kan me ook goed voorstellen dat landen als Duitsland af en toe investeren in bedrijven. De christen-democraten van Merkel beseffen dat nu ook. Het gaat niet om staatskapitalisme, laat staan een planeconomie, maar om doodnormale industriepolitiek. In de tijd van Helmut Kohl was dit nog volstrekt normaal. Dat is geen paradigmawisseling. Dat is gewoon een pragmatische aanpassing.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden