Analyse

Dit zijn vijf redenen waarom de ‘testsamenleving’ voorlopig een visioen blijft

Post-corona concert in Waitangi in januari, met 20 duizend bezoekers het grootste evenement in Nieuw-Zeeland sinds de uitbraak van de coronapandemie. Beeld Getty Images
Post-corona concert in Waitangi in januari, met 20 duizend bezoekers het grootste evenement in Nieuw-Zeeland sinds de uitbraak van de coronapandemie.Beeld Getty Images

Het was een lonkend perspectief: een ‘testsamenleving’ om de periode te overbruggen tussen het einde van de huidige lockdown en het moment waarop Nederland goeddeels ingeënt is. Waarom zien we er dan in de praktijk nog zo weinig van terug – terwijl er eindelijk testcapaciteit te over is en slimme sneltests klaarliggen?

20 duizend bezoekers die tijdens een popconcert uit hun dak gaan. Niet op anderhalve meter afstand van elkaar, maar hutjemutje opeen gepakt, zonder mondkapje. Het lijken beelden uit een ander tijdperk. Maar dit was drie weken geleden, in Waitangi, Nieuw-Zeeland.

Hoezeer er ook naar gesnakt wordt: in Nederland lijkt zo’n menigte ondenkbaar als het openen van de basisscholen al tot hevige discussie leidt. Toch gloorde er afgelopen najaar een visioen. Totdat het vaccin het ‘oude normaal’ in ere zal herstellen, zou niet een prik, maar een wattenstaafje of ademstoot de sleutel zijn om de samenleving mee van het slot te draaien.

Dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Het format van de ‘testsamenleving’ biedt Nederland een uitweg uit de coronacrisis, zei Ingrid Thijssen. Ze is voorzitter van VNO-NCW, de werkgeversorganisatie die er in november een plan voor lanceerde, een drietrapsraket. In Fase 1 (‘de grote klap’) zouden met massaal testen van hele regio’s (en het isoleren van besmette personen) nieuwe lockdowns afgewend worden. In Fase 2 (‘zodra het vuur gedoofd is’) zou met intensief testen de alledaagse basis van school, werk en reizen weer hervat kunnen worden. In Fase 3 (‘vrijwel terug naar normaal’) zou dankzij nóg intensiever testen (4,5 miljoen per week) zelfs de horeca weer open gaan, concerten kunnen plaatsvinden én afscheid genomen worden van de anderhalvemeter-maatregel.

Begin december presenteerde GroenLinks een nog doorwrochter plan voor een ‘tijdelijke testsamenleving’ met de inzet van tot een miljoen sneltesten per dag. De kern: ‘Op deze manier kunnen we het coronavirus effectief indammen en eraan bijdragen dat we samen vrijheden terugveroveren.’

Tekenend wellicht: pas afgelopen woensdag werd er in de Tweede Kamer over het perspectief gesproken. ‘We kunnen veel meer uit het testen halen dan we nu doen’, aldus de initiatiefneemster Suzanne Kröger (GroenLinks).

‘We zitten op dezelfde koers’, reageerde demissionair minister Hugo de Jonge. Daarna volgde een waslijst aan kanttekeningen. Contouren van een samenleving waarin een negatieve coronatest het entreebewijs is voor meer doen en minder laten, doemen ondertussen nog amper op.

Aan gebrekkige testcapaciteit ligt het niet meer. Sinds afgelopen najaar massaal is ingezet op XL-locaties, is die er te over. Van de bijna een miljoen tests die de GGD’s inmiddels per week zouden kunnen uitvoeren, wordt nog niet eens een kwart benut. Het aantal afgenomen tests loopt zelfs gestaag terug. Waarom wordt er niet meer met die overcapaciteit gedaan? Wat staat een ‘testsamenleving’ in de weg?

Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge probeert op 29 januari een nieuwe coronasneltest uit in de GGD teststraat in Amsterdam-Noord. Beeld Joris van Gennip
Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge probeert op 29 januari een nieuwe coronasneltest uit in de GGD teststraat in Amsterdam-Noord.Beeld Joris van Gennip

1. Testen, testen, testen blijkt geen wondermiddel

‘Testen, testen, testen’, luidde de mantra afgelopen jaar. In de plannen van VNO-NCW en GroenLinks is het een klap met de hamer: in regio’s met veel besmettingen de hele bevolking screenen om het virus een gevoelige tik te geven. In verschillende steden en landen (Liverpool, Slowakije, Oostenrijk) werd het al geprobeerd.

De eerste Nederlandse ervaring in Lansingerland was behoorlijk succesvol, vooral vanwege de dreiging van de Britse variant . In Rotterdam-Charlois loopt het daarentegen geen storm. En is de hele bevolking testen een alternatief voor een lockdown? Dat valt gelet op ervaringen elders te bezien. De Jonge: ‘Er zitten geen voorbeelden tussen waarvan je zegt: hadden wij dat maar gedaan.’

In Slowakije (waar de populatietest gepaard ging met strikte maatregelen, zoals een quarantaineboete van 1650 euro), werd het aantal besmettingen weliswaar aanvankelijk flink teruggedrongen, maar volgde alsnog een tweede golf, vergelijkbaar met die in Nederland. Oostenrijk was een sof. Ook landen waar niet de hele bevolking, maar wel intensiever werd getest dan in Nederland (Luxemburg, België, Denemarken) werden overspoeld door een tweede golf.

‘Testen is geen wondermiddel’, zei De Jonge. Het blijft een momentopname en er lopen altijd mensen rond die al wel besmet zijn, maar bij wie de test nog niet uitslaat. Om dat te ondervangen, moet je wel heel frequent testen, blijkt uit onderzoek, om de twee à drie dagen. Zelfs met een reservoir aan testcapaciteit is dat niet haalbaar, aldus De Jonge. Grootschalig testen is volgens hem alleen nuttig als het risicogericht en regionaal gebeurt, zoals sinds deze week in Dronten en Bunschoten.

2. Britse variant gooit roet in het eten

Intensiever testen heeft vooral als doel het opsporen en bestrijden van het virus, herhaalt De Jonge keer op keer. Maar hij ziet ook een ‘tweede spoor’: het weer gecontroleerd kunnen openen van delen van de samenleving die anders gesloten zouden blijven. Denk aan het voetbalstadion of de concerthal.

Maar de disclaimer komt ook van De Jonge: ‘als de cijfers het toelaten’. En dat is op dit moment nog niet het geval vanwege de onzekerheid over de Britse variant. Het OMT adviseerde hem: de huidige situatie is kwetsbaar en de omstandigheden zijn niet gunstig als uitgangssituatie om versoepelingen door te gaan voeren.

De eerste experimenten (‘fieldlabs’ in hip jargon, een initiatief van bedrijven uit de zakelijke- en publieksevenementen, cultuur en sport) stonden gepland voor januari, maar werden uitgesteld. Het was volgens De Jonge ‘niet slim om evenementen te houden waarbij honderd mensen bij elkaar zitten’.

3. Het risico van schijnveiligheid

Nu komen de eerste experimenten hoe we ‘veilig en verantwoord’ weer leuke dingen kunnen doen er alsnog. Een show van Guido Weijers op 20 februari in het Beatrix Theater in Utrecht, een concert in Ziggo Dome, de voetbalwedstrijd NEC - De Graafschap (21 februari).

Alle bezoekers moeten coronavrij zijn, aangetoond met een ‘gewone’ PCR-test uiterlijk 48 uur van te voren. Bij de deur volgt een temperatuurmeting. Bezoekers dragen binnen een ‘ultrawidebandchip’, die registreert hoeveel contactmomenten er zijn. Ook wordt er gewerkt met gescheiden ‘bubbels’. Vijf dagen na het evenement volgt een controletest.

Opvallend: hoewel het kabinet ze beschouwt als experimenten met ‘toegangstesten’, spelen sneltests amper een rol in de proeven. Duizenden mensen aan de deur testen en een kwartier laten wachten op de uitslag is volgens de organisatoren praktisch ondoenlijk.

Het OMT is om een andere reden terughoudend over het inzetten van sneltests als toegangsbewijs tot een evenement, ter vervanging van de anderhalve meter. ‘Het op grond van de uitslag van een onvoldoende gevoelige test staken van basisregels van bestrijding zoals social distancing kan verspreiding van het virus versnellen, omdat zonder basismaatregelen de R immers tot tegen de 3 kan oplopen!’, luidt de waarschuwing.

Met een fout-negatieve uitslag kan een evenement zomaar een super spreading event worden. Om dit effect enigszins tegen te gaan, zou zeer frequent getest moeten worden. Hoewel er in de teststraten capaciteit te over is, wil De Jonge die capaciteit blijven reserveren voor de ‘reguliere risicogroepen’: mensen met klachten en zij die nauw contact hebben gehad met een besmet persoon (straks ook mogelijk hele schoolklassen).

Meer innovatieve testtechnieken zouden een alternatief kunnen bieden. Denk aan de ademtest, die nu wordt geïntroduceerd in de GGD-teststraten in Amsterdam. Maar even blazen voor je school binnengaat of het Lowlands-terrein betreedt, lijkt voorlopig fictie. Ten eerste zijn er nog veel te weinig apparaten om overal en nergens neer te zetten. Ten tweede zijn de machines erg gevoelig voor omgevingsfactoren, wat ze vooral voor een gecontroleerde situatie als in een teststraat geschikt maakt.

4. Bubbels barsten

Het werken met ‘bubbels’ (vaste, beperkte sociale contactgroepen) zou een alternatief kunnen zijn voor school, studie en werk. Er zijn voorbeelden van, met name in de topsport: vaste gezelschappen en intensief testen. Dat werkt als de bubbels zeer strikt gehandhaafd worden, zoals in de Tour de France. Maar wordt er te losjes mee omgegaan en te veel ‘lucht’ in geblazen, dan barsten bubbels, zoals gebeurde in de Giro d’Italia en rond het voetbalelftal van PSV. Om effectief te zijn, vergen ze zeer strikte naleving – en de vraag is hoe reëel dat is in minder professionele sferen.

5. Juridische haken en ogen

‘Het inzetten van toegangstesten is niet zonder meer mogelijk’, is de conclusie van De Jonge. Niet alleen zijn er praktische bezwaren, er staan ook wetten in de weg. Denk maar aan de rechter die aanvankelijk oordeelde dat er geen negatieve testverklaring geëist mag worden van reizigers die naar Nederland willen.

Het kabinet vroeg de Gezondsheidsraad om advies over de ethische en juridische voorwaarden waar ‘negatieve testbewijzen’ aan moeten voldoen. En dat zijn er nogal wat: testbewijzen moeten het minst ingrijpende middel zijn, effectief, proportioneel, toegankelijk, niet-discriminerend en niet in strijd met privacywetgeving. En dan is er voor sommige situaties ook nog een wetswijziging nodig. Makkelijker gezegd dan gedaan dus. Helemaal als het gaat om publieke voorzieningen zoals het ov of om minderjarigen – vandaar dat een coronatest bij een besmetting in de klas niet kan worden verplicht.

‘Ik heb een groot enthousiasme om meer met testen te doen. Maar we moeten reëel zijn over wat we van testen kunnen verwachten’, is De Jonges conclusie. In Groningen is geëxperimenteerd met een test als toegang tot een tentamen. En het openen van de basisscholen gaat gepaard met sneller en vaker testen, ook van kinderen. Maar een volgepakt Ahoy of voetbalstadion? Daarvoor is het wachten op massale vaccinatie.

Lees ook

Van Antigeen tot Sabbelwat: hier zijn de supersneltests die lang op zich lieten wachten
De gemakkelijke supersneltests die na een uurtje of zelfs ter plekke uitslag geven zijn nu toch écht onderweg. Het ging alleen wat moeizamer dan men aanvankelijk dacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden