REPORTAGE

Dit zijn de olifanten in de kamer in Parijs

De internationale lucht- en scheepvaart, grote uitstoters van broeikasgassen, komen nauwelijks aan de orde in Parijs. Dat geldt ook voor de CO2-vrije kerncentrales. Waarom?

Beeld Gerrit-jan

Was er sprake van een duister complot? Elke verwijzing naar de internationale scheepvaart en luchtvaart was ineens verdwenen uit de voorlaatste versie van het concept-klimaatakkoord, die woensdag in Parijs werd gepresenteerd. In de versie van zaterdag werden de sectoren nog genoemd.

Milieuorganisaties maakten direct bezwaar, want het internationale transport is verantwoordelijk voor een uitstoot van ruim 1.500 miljoen ton CO2 per jaar. Scheepvaart en luchtvaart zijn, hoewel genoemd in het Kyoto-akkoord, als wereldwijde bedrijfstakken vrijgesteld van reductieverplichtingen onder het VN-klimaatverdrag UNFCCC. Ze vallen onder andere VN-conventies en voelen niets voor regulering.

'We waren zelf heel verbaasd dat die verwijzing eruit was', zei Paul Steele van de International Air Transport Association (IATA) donderdag. 'Van een complot is echter geen sprake. Ik denk dat de landen hebben besloten dat er belangrijkere kwesties zijn die eerst om een oplossing vragen.'

Olifant 1: lucht- en scheepvaart

Internationale scheepvaart en luchtvaart, op VN-niveau vertegenwoordigd door de International Maritime Organization (IMO) en de International Civil Aviation Organization (ICAO), hebben op klimaatgebied een slechte naam. Ze kregen vorige week op de top de 'Fossil of the Day Award' uitgereikt, een prijs voor slecht klimaatgedrag. Scheepvaart en luchtvaart stoten met 2,2 en 2 procent van de wereldwijde CO2-emissie evenveel uit als Duitsland en Japan samen, maar zouden niks bijdragen aan klimaatbeleid.

De sectoren zelf zijn het daar niet mee eens. De IACO doet wel degelijk aan klimaatbeleid, zegt Steele. 'We hopen volgend jaar een akkoord te sluiten over het inperken van onze CO2-uitstoot. En dit staat los van wat er deze week in Parijs wordt afgesproken.' Het gaat om een marktsysteem voor het compenseren van CO2-uitstoot door vliegtuigen en een wereldwijde standaard voor die emissies. Die moeten in 2050 zijn gehalveerd (vergeleken met 2005), onder meer door brandstoffen uit biomassa.

Ook de scheepvaart doet haar best, zegt Edmund Hughes van de IMO. 'Gelooft u al die milieupropaganda niet. Wij zijn al de efficiëntste transportsector. En wij hebben drie jaar geleden afgesproken dat schepen in 2025 30 procent efficiënter moeten zijn dan in 2014, onder meer door betere en schonere brandstoffen.' Emissievrij acht Hughes niet mogelijk. 'Ja, als we met kernenergie mogen werken.'

Maar waarom zijn de internationale scheepvaart en luchtvaart niet gewoon onderdeel van het klimaatverdrag? Het probleem is dat ze onder geen enkel nationaal klimaatplan kunnen vallen, zegt Steele. 'Want aan wie zou je onze luchtvaartemissies moeten toerekenen: aan het land van herkomst, het land van vertrek, het land van aankomst, of het land waar je overheen vliegt? Daar kom je nooit uit.'

Toch moet er een oplossing komen, zegt Bas Eickhout, GroenLinks-europarlementariër en ook in Parijs. 'De UNFCCC stelt de hoofddoelen van klimaatbeleid vast. Als we scheepvaart en luchtvaart daar niet onder laten vallen, geef je deze sectoren een vrijbrief om het zelf te regelen en te blijven uitstoten. Er zou daarom toch een referentie moeten komen in het akkoord. IMO en IACO mogen het dan zelf verder uitwerken.'

Beeld reuters

Opmerkelijk genoeg zeggen scheepvaart en luchtvaart zelf deel te willen zijn van een akkoord. Patrick Verhoeven van de Europese redersvereniging (ECSA): 'Parijs is een unieke kans om een duidelijk signaal te geven aan de IMO-lidstaten dat zij de CO2-uitstoot van schepen wereldwijd moeten regelen.'

Ook de luchtvaartbranche vindt dat. Steele: 'Wij hopen dat er een ambitieuze deal komt in Parijs. Het zal de IACO helpen om voorwaarts te gaan. Wij hebben als eerste wereldwijde bedrijfstak onszelf reductiedoelen gesteld. Nu moeten de regeringen ons helpen die te realiseren.'

Olifant 2: kernenergie

Het is een opvallende afwezige in het Franse paviljoen op de klimaattop in Parijs. Alles is er te vinden over elektrische auto's, windenergie, waterkrachtcentrales en de circulaire economie. Maar waar is toch die glorieuze industrie die Frankrijk voor driekwart van zijn energie voorziet? Een klimaattop in eigen land lijkt de ideale etalage om de CO2-vrije kernenergie van eigen bodem in het zonnetje te zetten. Maar waarom gebeurt dit niet?

Vanuit klimaatoogpunt zou het ook geen gekke gedachte zijn kernenergie een prominente rol te geven op COP21, meent het Internationale Energieagentschap (IEA). In 2050 moet kernenergie 15 procent van de emissiereducties voor zijn rekening nemen om überhaupt onder de oude grens van 2 graden C opwarming te blijven. Met alleen duurzame energie ter vervanging van kolencentrales red je het simpelweg niet, is hun redenering.

Behalve het ontbreken van kennis in het Franse paviljoen - 'Nee, nee, ik kan u alleen wat vertellen over duurzame energie' - is ook een vertegenwoordiger van bijvoorbeeld de Franse kerncentrale-bouwer Areva onvindbaar. Op naar het karige twee-bij-twee-standje van de World Nuclear Association dan maar. Communicatiemanger Jonathan Cobb heeft wel een verklaring voor de bescheiden bijdrage van nucleair. 'Het is bewezen technologie, er is geen lobby nodig.' Het feit dat er op dit moment wereldwijd zo'n 65 kerncentrales, bovenop de bestaande 450, in aanbouw zijn, zegt volgens hem genoeg. 'Landen zien het al als een goede manier om CO2-uitstoot te verminderen.' Achter hem prijkt de klimaattopslogan van zijn organisatie: 'Nuclear for climate'.

Franse kerncentrale-bouwer Areva Beeld reuters

Diverse landen hebben inderdaad in hun plannen voorafgaand aan COP21 opgenomen kernenergie in te zetten om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Dit geldt bijvoorbeeld voor opkomende landen als China en India, die geen enkele energiebron uitsluiten om hun economie verder op te stoken. Dat andere landen dit niet hebben gedaan, is volgens Loreta Stankeviciute van het Internationale Atoomagentschap omdat het een omstreden technologie blijft. 'Het ligt vaak politiek gevoelig om het in reductieplannen op te nemen.'

Kaisa Kosonen van Greenpeace valt ook op dat kernenergie veel minder aanwezig is dan tijdens de Kopenhagen klimaattop in 2009. Al heeft ze daarvoor een geheel andere verklaring. 'Wij voeren hier geen campagne tegen kernenergie, omdat die industrie al dood is', zegt de kernenergie-expert. 'Wereldwijd neemt het aantal kerncentrales af en het is vanwege de hoge kosten en veiligheidsmaatregelen maar de vraag of al die centrales in aanbouw er wel komen. In mijn thuisland Finland zijn ze al sinds 2002 bezig en is het budget al ruim overschreden.'

Waarom ziet het gerenommeerde IEA dan zo'n prominente rol voor die industrie? Volgens Kosonen omdat het een conservatieve organisatie van geïndustrialiseerde landen is, waarvan velen kerncentrales hebben of de technologie leveren. 'Met hun duurzaamheidsprognoses zaten ze er bovendien in het verleden ook geregeld naast', zegt Kosonen. 'Ja, ik vind klimaatverandering door kolenstook een groter probleem dan kernafval, maar laten we niet doen of we moeten kiezen tussen het een of het ander. Je maakt toch ook geen keuze tussen het bestrijden van aids of kanker. We moeten af van beide.'

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

La Hague, de grootste nucleaire opwerkingsfabriek ter wereld in Frankrijk. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden