Dit zijn de mogelijkheden voor Rutte III

Welke kant gaat het derde kabinet van Mark Rutte op? Eén ding is zeker, de formatie kan lang gaan duren. Er is geen crisis, er zijn veel partijen nodig en de kroonjuwelen zijn wel erg verschillend.

Wie zal er naast Rutte komen te staan op het bordes? Beeld Bart Mijnster

Het wordt even afkicken. Dagelijks zagen we politici voorbijkomen, op radio, tv, Facebook en op straat. Altijd bereid om te praten, de brutaalste vraag werd beantwoord. Maar nu wordt alles anders. De politiek trekt zich terug achter gesloten deuren, waar zonder bemoeienis van de buitenwereld wordt gewerkt aan een nieuw kabinet. Van de deelnemers, nog murw van een maandenlange campagne vol grote woorden, worden in dit precaire proces opeens heel andere vaardigheden gevraagd.

Een formatie is, zeker in de beginfase, in hoge mate een pokerspel: niemand legt z'n kaarten meteen op tafel. De eerste vereiste is dat je als partij op het juiste moment aan tafel komt en daar ook weet te blijven. Nooit juichend aanschuiven - dat maakt je onderhandelingspositie meteen zwakker. Vandaar de zuinige blikken waarmee VVD'ers donderdag de uitslag duidden: zij vinden de potentiële coalitiepartners ChristenUnie en GroenLinks 'allebei heel erg links'.

Ingeruild

Te vroeg aan tafel komen, kan fataal zijn. Dat is het risico dat GroenLinks-leider Jesse Klaver nu bedreigt. Als een van de grote winnaars is hij bijna vanzelfsprekend meteen aan de beurt om met VVD, CDA en D66 te praten. Maar omdat ook de ChristenUnie voldoende zetels heeft om dat drietal aan een meerderheid te helpen, moet Klaver zich realiseren dat hij zomaar kan worden ingeruild. Als hij overvraagt, is hij weg.

Premier Rutte kon het donderdag niet vaak genoeg zeggen: 'Formeren is faseren.' In 2012 hadden hij en Diederik Samsom (PvdA) vliegende haast. Zestig dagen na verkiezingsdag stond het kabinet op het bordes. Gemiddeld duurt een formatie 89,5 dagen, de langste werd in 1977 gerekt tot 208 dagen.

Zo snel als in 2012 zal het dit keer niet gaan. Destijds was het makkelijker, met slechts twee partijen aan tafel. Nu worden dat er zeker vier, ook om in de Eerste Kamer een meerderheid te hebben. Bovendien ging het sluiten van het verstandshuwelijk de achterbannen van VVD en PvdA destijds te snel. Tussen de PvdA en de kiezers kwam het daarna niet meer goed.

Ten derde ontbreekt dit keer de noodzaak voor een snelle formatie. In 2012 woede de economische crisis in volle hevigheid, in het bedrijfsleven, thuis, op de woningmarkt en dus ook voor de rijksbegroting. De dreiging van Brusselse strafmaatregelen hing boven het Binnenhof. Bovendien hadden vijf partijen in het Lenteakkoord, de noodbegroting voor 2013, afspraken gemaakt waar VVD en PvdA van af wilden.

Deze drang tot spoed ontbreekt nu volledig. Het kabinet-Rutte/Asscher heeft de rijksbegroting zo snel op orde gebracht dat het geld nu tegen de plinten klotst. Zo is de werkloosheid inmiddels gedaald tot een niveau dat het Centraal Planbureau pas in 2021 verwachtte. Dat betekent dat veel minder geld nodig is voor uitkeringen.

Het kabinet-Rutte/Asscher Beeld anp

Verlammende overvloed

Of dat de formatie ook eenvoudiger maakt, is een andere vraag. Geld in overvloed kan verlammend werken. Rijkdom dwingt niet tot scherpe keuzen. Het argument 'dat het nu eenmaal moest in het landsbelang' kan niet meer worden ingezet. Het voordeel van de overvloed is dat problemen kunnen worden afgekocht. De lage inkomens tegemoetkomen wordt voor Klaver een stuk makkelijker als het niet ten koste hoeft te gaan van de hogere inkomens in de VVD-achterban.

Maar dat betekent wel dat de aandacht zich gaat verleggen naar andere thema's, zoals medisch-ethische kwesties. De nip-test op afwijkingen bij ongeboren baby's. De verkrijgbaarheid van de abortuspil bij de huisarts. Euthanasie bij 'voltooid leven'. Een dwingender wet op de orgaandonatie. Daar wacht met name CDA en D66 een waar mijnenveld. En nog veel ingewikkelder wordt het als uiteindelijk niet GroenLinks maar de ChristenUnie aanschuift als vierde partner.

Maar zover is het nog niet. Verkenner Edith Schippers zal merken dat CU-leider Gert-Jan Segers op formatiecursus is geweest. 'Wij zijn nu niet aan zet', zei hij donderdag, terwijl hij zijn ernstigste blik opzette. Hij weet: pas als Rutte en Buma straks van Klaver af willen, valt er echt iets te onderhandelen.


3 VARIANTEN VOOR RUTTE III

Variant 1: Een feest voor de kiezer, maar wel met barrières

VVD-CDA-D66-GroenLinks (85 zetels)

De coalitie die op het oog het meest voor de hand ligt: de grootste partij verenigd met drie winnende partijen. Wat wil de kiezer nog meer?

Maar makkelijk wordt het zeker niet. De grootste weerstand zit hier bij GroenLinks en, wat minder expliciet, bij de VVD.

GroenLinks heeft een voorkeur voor een coalitie zonder de VVD. Dat is in theorie mogelijk als heel veel partijen meedoen. En dus wil GroenLinks die onderzocht zien. Pas als alle mogelijkheden zonder de VVD besnuffeld en afgewezen zijn, door de andere partijen, dan pas wil GroenLinks heel misschien denken over deze coalitie.

Want die moet wel aan de kiezers verkocht kunnen worden. En die is steeds een coalitie zonder de VVD voorgespiegeld.

GroenLinks gaat dus hard to get spelen en dat kan weken, maanden duren. Bij de VVD zit een vergelijkbare weerzin tegen GroenLinks en, gedeeld met CDA en D66, de twijfel of GroenLinks wel regierungsfähig is - in staat is om voor een compromis of onwelgevallig kabinetsstandpunt te staan.

Zowel VVD als GroenLinks kreeg donderdag van de machtige werkgeverslobby een duwtje in elkaars richting. Die pleit voor 'groene politiek', een stabiel kabinet en andere regels op de arbeidsmarkt.


Variant 2: De christelijke weg is smal en wankel

VVD-CDA-D66-CU (76 zetels)

Een coalitie met de kleinst denkbare minderheid, 76 zetels. Dat is al wankel. Er is één groot voordeel: allevier de partijen zijn bestuurlijk ingesteld en hebben bewezen compromissen te kunnen sluiten. VVD, CDA en D66 zaten in vele coalities, de ChristenUnie zat in Balkenende IV (2007-2010) en groeide uit tot een betrouwbare steunpilaar van Rutte II. Het CU-programma is sociaal-economisch linkser en dan dat van de andere drie, maar er is geen onoverbrugbare kloof.

Dat wil niet zeggen dat er geen beren op de weg staan. Om met de kleinste te beginnen: de persoonlijke frictie tussen VVD-leider Mark Rutte en CDA-voorman Sybrand van Haersma Buma, die sinds 2012 een moeizame relatie onderhouden.

Fundamenteler is de kloof tussen CDA en CU enerzijds en D66 anderzijds op medisch-ethisch vlak. D66 wil graag dat die kwesties buiten een regeerakkoord blijven en een 'vrije kwestie' zijn. Dan maakt een voorstel over euthanasie bij voltooid leven nog enige kans. CDA en vooral ChristenUnie willen dat voorkomen door in een regeerakkoord in ieder geval een moratorium af te spreken - geen nieuwe wetgeving.

Een soortgelijke, diep principiële botsing komt er rond de legalisering van de wietteelt: een van de nieuwe kroonjuwelen van D66, maar zeer ongewenst voor CDA en VVD.


Variant 3: Dichtgetimmerde steun

Het minderheidskabinet VVD-CDA-D66 (71 zetels)

De vraag werd op en rond het Binnenhof donderdag vaak gesteld: als het allemaal zo ingewikkeld is, waarom wordt het dan geen minderheidskabinet?

Het antwoord kennen ze in de fractiekamers van met name VVD en CDA. Het minderheidskabinet-Rutte I (2010-2012) bleek wankel.

De gedoogsteun van Geert Wilders (PVV) was voor hem vooral een excuus om het kabinet van binnenuit te blijven bestoken. En zodra het lastig werd, viel de boel uit elkaar. 'Dit nooit meer', klinkt het sindsdien bij de liberalen en christen-democraten.

Zelfs een minderheid in de Eerste Kamer bleek vervolgens voor VVD en PvdA in Rutte II een te groot probleem. Partijen op wier stilzwijgende medewerking was gerekend, ontpopten zich in de oppositie tot geharnaste tegenstanders. Totdat D66, ChristenUnie en SGP echt mee mochten doen omdat Rutte en Samsom geen andere oplossing meer zagen. Met een reeks losse akkoorden werd het regeerakkoord feitelijk opengebroken. Zo transformeerde Rutte II in 2014 en 2015 alsnog tot een vijfpartijencoalitie met meerderheden in beide Kamers. Vooral in de VVD geldt sindsdien: 'Die meerderheden moeten we voortaan vanaf het begin regelen.'

Is dit dan het begin van de groene politieke revolutie in Nederland?

'Vanavond heeft de groene politiek gewonnen', jubelde Marianne Thieme woensdagavond. Daarmee doelde ze niet alleen op het succes van haar eigen Partij voor de Dieren (van 2 naar mogelijk 5 zetels), ook andere partijen met duurzame ambities (D66, GroenLinks, ChristenUnie) deden het goed. Samen verdubbelden ze bijna hun zetelaantal. Staan we aan de vooravond van een groene politieke revolutie?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden