Dit zijn de beste boeken over de Tour

Aan de vooravond van de Tourstart in Utrecht: de voorpretverhogendste wielerboeken uit de nieuwe Nederlandse oogst. Te beginnen met een flinke klim.

Klassementsleider Bradley Wiggins tijdens de beklimming van de Col du Tourmalet in de 16e etappe van de Tour de France van Pau naar Bagneres-de-Luchon in 2012. Beeld ANP

'Raar idee. Ik weet het. Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik het zie zitten. Ik wil een berg. Een echte. In Nederland.' Zo begon op 29 juli 2011 de Nu.nl-column van sportjournalist en oud-wielrenner Thijs Zonneveld. Zonnevelds pleidooi leidde tot een beweging ('Haalbaarheidsonderzoek Die berg komt er'), een stichting met certificaten en pijlers onder een project ('duurzaamheid, innovatie en sport').

Zonneveld schreef zijn column vier dagen na de finish van de Tour de France van dat jaar. Het was toen zes jaar geleden dat een Nederlander een Touretappe won en de eerste landgenoot in het eindklassement was ene Rob Ruijgh, 21ste. Belangrijkste oranje prestatie dat jaar was Johnny Hoogerlands val in het prikkeldraad en zijn niet-opgave daarna. Je zou kunnen stellen dat het een Tour van niks was voor de Hollandse wielerliefhebber met neiging tot chauvinisme. Daarom was Zonnevelds Bergpleidooi ook zo perfect getimed; hoe zouden we ooit nog een bergrit winnen als we nog geen côte van de vierde categorie hadden liggen waarop onze talenten hun klimspieren konden trainen?

Die berg is er nog niet, en het zou kunnen dat hij er ook nooit komt: de laatste updates van het project dateren al van ruim een jaar geleden.

Maar er is hoop, voor Zonneveld en alle toekomstige Hollandse bergkoningen: Nederlandse uitgeverijen en wielerschrijvers zijn enkele jaren geleden in alle stilte begonnen met het uittekenen van een bergetappe, waaraan elk jaar hogere pieken worden toegevoegd.

Tijd voor de beklimming van de Tourboekencol van 2015.

De eerste meters zijn meteen al behoorlijk steil.

Na een origineel boek over het minst bezongen onderdeel van de koers (De kunst van het dalen) kwam journalist Martin Bons dit voorjaar wederom met een fijne vondst: in De weg omhoog beschrijft hij aan de hand van de 21 bochten van Alpe d'Huez zijn eigen klim in het 'echte leven'. De hoofdstukken hebben titels van 21 figuren die - vaak zonder het te weten - een rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de auteur, onder wie Ton Elias, Flipper, Woody Allen en Linda de Mol. Bons, 'arbeiderszoon, duivenmelker en mavo-klantje', beschouwt zijn wielerobsessie (de Alpe binnen het uur rijden) en zijn leven met een soort geamuseerde distantie, alsof hij de lezer de hele tijd wil toefluisteren 'wat een rare man fietst daar', maar in plaats daarvan beschrijft wat er gebeurt als hij benaderd wordt om in De Avondetappe door Mart Smeets over zijn boek ondervraagd te worden: 'Op een nacht schrok ik zomaar wakker. Mijn fifteen minutes of fame zouden fifty minutes of shame worden. Ik zou flauwvallen van de zenuwen. De beelden zouden eerst in De Wereld Draait Door worden getoond, daarna bij de BBC, op Al Jazeera, in Japan. Overal waar ik kom, zullen de mensen denken: Hé, daar heb je Martin Bons. Dat is die man die van de zenuwen flauwviel bij De Avondetappe.' De weg omhoog is een ironische beschouwing van de eigen, onblusbare ambitie, maar getuigt tegelijk van een scherp inzicht in hoe je perspectief op de wereld onvermijdelijk wijzigt met het bestijgen van de maatschappelijke ladder. Elke bocht zorgt voor een nieuw uitzicht.

We klimmen door, van de gast naar de presentator, van Bons naar Smeets. De weg loopt nog op, maar minder steil nu. In het jaar dat Smeets voor het eerst niet live in de Tour te zien zal zijn - tenminste, niet in de late night-huiskamer van De Avondetappe, komt hij met een boek met de dubbelzinnige titel Thuis in de Tour, een verzameling stukken over alle Nederlandse Tourstarts - van Amsterdam 1954 tot Utrecht 2015. Veel autobiografie, veel anekdotiek - immer onderhoudend, zelden wereldschokkend. Ter afsluiting beschrijft Smeets hoe hij dit voorjaar van de Dom, door de Zadelstraat in de richting van het station loopt, de route die de renners op zondag, de dag van de tweede etappe, ook zullen afleggen. Hij heeft zojuist met zijn aanwezigheid de presentatie van Jeroen Wielaerts boek De Tour van Utrecht opgeluisterd.

Weer een bocht, we rijden een bos in. Wielaert is dezer dagen Utrechts goedheiligman. En verdiend: hij is de bron van alles, in zijn hoofd ontsproot in 2002 het idee om de Tour sous le Dom te vragen. Dat vroeg om een boek. Dat boek - dat in fraaie opmaak en kleurenuitgave kan wedijveren met Wielaerts magnum opus Het Frankrijk van de Ronde en het iets minder kloeke Het Vlaanderen van de Ronde - valt in twee delen uiteen: het eerste is een persoonlijke geschiedschrijving van dertien jaar strijd om Utrecht bij de Tourorganisatie onder de aandacht te brengen (waarbij de spanning van de talloze tegenslagen wat wordt weggenomen doordat je weet dat het allemaal goed gaat aflopen) en het tweede een toeristische Utrechtgids. Er staat voldoende nieuws in De Tour van Utrecht, maar na lezing blijf je achter met - naast een hoop extra voorpret - de gedachte dat er in het parcours tussen die bierviltjes in een Utrechts café en de proloog op 4 juli een meeslepender verhaal had kunnen schuilen.

Beeld nvt

Een eerste haarspeldbocht. Twee keer is Wielaert vertegenwoordigd in Arthur van den Boogaards kloeke verzameling wielerliteratuur De Nederlandse wielerliteratuur in 60 en enige verhalen - onder meer met een schitterende column over Lance Armstrong. In die bundeling staan 64 verhalen, die samen meer dan een eeuw wielerliteratuur omvatten. Usual suspects als Erik Brouwer en Bert Wagendorp staan zij aan zij met vergeten schrijvers als Jan Liber (verhaal: 'Mariella Torte, ze had perzikenwangen') en Trino Flothuis. Een waarlijk indrukwekkende verzameling; Van den Boogaard - jarenlang sportboekenrecensent van Het Parool en met diverse sportliteratuurbloemlezingen op zijn naam - heeft nieuwe verhalen opgeduikeld en even uit de vergetelheid getild. Begin bij lezing vooral met Van den Boogaards inleiding: geschiedschrijving, verantwoording, liefdesverklaring en literair programma ineen.

Op eigen verzoek niet in Van den Boogaards bloemlezing opgenomen, is Tim Krabbé, die dit voorjaar een bundeling wielerverhalen publiceerde. Weer een haarspeld, te steil om binnenkant-bocht te rijden: De veertiende etappe - 71 wielerverhalen bevat Krabbés klassiek geworden 43 wielerverhalen uit 1984, en 28 nieuwe stukken, die geen spatje sleet laten zien op blik en stijl van een schrijver die fris gehouden wordt door de fiets. Ook Krabbés liberale visie op dopinggebruik en -gebruikers keert terug, net als zijn visie op eerlijkheid in de sport, zoals geformuleerd in De Renner, na een hardloopwedstrijdje tussen de jonge Tim en een buurjongetje, dat door eerstgenoemde gewonnen wordt. Niet eerlijk, volgens de buurjongen: de kleine Tim rent harder.

Het zou het motto kunnen zijn van Herman Chevrolets De kunst van het winnen, als dat niet al een Bijbelcitaat zou zijn. De klim begint nu serieus door te wegen, de percentages blijven hoog, een ritme is niet te vinden. Meteen in de eerste zinnen van De kunst van het winnen betoont de schrijver zich een aanhanger van de School Krabbé: 'Beste, vergeet iedere vorm van eerlijkheid.' Chevrolet doet ploegleiders en renners strijdplannen aan de hand, gebaseerd op klassieke Chinese oorlogsstrategieën, zoals: '19. Stuur een zwakke schakel in de aanval. Wek de indruk dat hij sterk is.' Chevrolet illustreert zijn tips met beroemde koersgebeurtenissen uit heden en verleden. De kunst van het winnen is een pleidooi voor winnen tegen elke prijs en bovenal een schotschrift tegen brave wielerborsten. Soms wat ver gezocht, maar altijd origineel en met een toon die scherp is van liefde voor de sport.

Beeld nvt

Aan eerlijkheid, sportsmanship en meer van die begrippen hebben ze ook in de wereld van De baas een broertje dood. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat maar zo weinig thrillers zich afspelen tegen de achtergrond van de koers - alleen in de Armstrong-zaak zitten al meer plots dan Grisham en King ooit bij elkaar kunnen fantaseren. M. Huijdink kiest voor een intelligente omweg: gedetailleerd en goed geresearched beschrijft ze het verloop van de Tour van 2003, de meest turbulente ronde in de recente geschiedenis. De tweede verhaallijn is fictie: Huijdink maakt van de Tour een reusachtige realityshow, een gescript tv-spektakel dat wordt gedirigeerd door televisietypes die alles doen om de kijkers aan de buis te kluisteren. Dat uitstekende idee had mogelijk baat gehad bij een iets uitvoeriger uitwerking van het fictiedeel, ten faveure van de erg uitgebreide, af en toe op clichés leunende hervertelling van wedstrijdgebeurtenissen.

In de verte is de top, verraderlijk dichtbij al. Blijven drinken, in het zadel. Net als Pieter Winsemius, op de auteursfoto achter op zijn nieuwe boek Erop en erover. Winsemius - die eerder Johan Cruijffs aforismen omboog tot een onmisbare handleiding over leiderschap - buigt zich in een fors boekwerk over de vraag wat we kunnen leren van grote wielerkampioenen. In het hoofdstuk 'De concentratie van Lars Boom' lezen we: 'Een mens kan niet veel en dus moet hij zijn krachten bundelen. Om een deuk in een pakje boter te slaan moet je je vuist ballen.' Winsemius wisselt talloze wieleranekdotes - en zeker niet alleen de voor de hand liggende - af met eigen ervaringen en managementboekenzinnen over pakjes boter. Mooie verhalen, oprechte wielerliefde, gedegen stijl en toch is Erop en erover een wat onsamenhangend geheel waar een strenge redacteur de rode draad duidelijker zichtbaar had kunnen maken - nu slingert het boek soms wat, en zo steil is het op dit deel van de klim nu ook weer niet.

Voor wie meer over slingerende fietsers wil weten: lees Draag nooit een gele trui van Alex van der Hulst. Hoogtepunt van deze 'wetten voor de bloedfanatieke wielertoerist' is de beschrijving van twee oudere echtparen die in tweetallen twintig meter achter elkaar rijden (vrouw naast vrouw en man naast man) en door een racefietser gepasseerd zullen moeten worden. Van der Hulst schrijft relativerend over een onderwerp dat normaal van relativering niets moet hebben: de toerfietser van middelbare leeftijd. Dat is knap en erg prettig voor de leesbaarheid. Toegegeven: de inzet is niet hoog en het boek mikt af en toe wel erg op herkenbaarheid, maar originele invalshoeken en humor doen een hoop. Een noodzakelijk cadeau voor de middelbare man of vrouw die sinds kort is gaan leven op witte rijst en tegenwind en 's nachts controleert hoe eenvoudig het nu echt is om epo op internet aan te schaffen.

Beeld nvt

Nog een paar steile stroken, we zijn bijna boven. Een paar meerenners van ons af meppen en bijschakelen voor Bidon van Peter Ouwerkerk. Ouwerkerk schrijft al over de Tour zolang de Tour zich dat kan herinneren en Bidon is daar (niet voor het eerst) een weerslag van. Geen schrijver die zo goed wegkomt met koerslyriek als Ouwerkerk, vermoedelijk omdat hij er zo vreselijk veel van weet en omdat hij het vaak net wat aanstekelijker opschrijft dan veel van zijn collega's. Bidon meandert voort door veertig Ouwerkerk-Tours, houdt eens halt, versnelt weer, zakt even in en wordt dan weer meeslepend.

Het lichaam is leeg, nu is het aan de geest voor de laatste steile meters. Daarvoor wenden we ons tot Martijn Veltkamps De verborgen motor, het verrassendste Tourboek van het jaar. Veltkamp, pyscholoog, beschrijft in dertien overzichtelijke hoofdstukken steeds een psychologisch aspect van de sport. Hij betoont zich niet alleen een wielerkenner, maar ook een goede schrijver. De verborgen motor laveert schijnbaar moeiteloos tussen de soms wat vettige wielertaal en het jargon van de academicus. In heldere redeneringen en met goede praktijkvoorbeelden legt hij uit dat er meerdere vormen van motivatie bestaan, hoe je daalangst kunt oplossen en waarom doping voor een groot deel een effect op het brein heeft. Interessant, leerzaam, vermakelijk.

Eindelijk: de top. Voor de afdaling nog snel een krant onder de trui schuiven en de benen wat rust gunnen tot aan de volgende col. Die van de Tourboeken van 2016.

Beeld nvt
Beeld nvt
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.