'Dit WK is mijn moeilijkste opdracht'

Ange Postecoglou, die het woensdag opneemt tegen Louis van Gaal, is geïnspireerd door Johan Cruijff en Josep Guardiola. Maar ook de Oranje-coach geldt als een voorbeeld.

Postecoglou (48), woensdag met Australië tegenstander van het Nederlands elftal op het WK, heeft zichzelf opgewerkt in het voetbal, vertelt hij in februari in een hotel in Amsterdam, tijdens een scoutingstocht door Europa. Hij houdt van coaches die anders zijn. 'Ik ben een groot fan van Cruijff. Van zijn spel herinner ik me niets, maar als trainer stelde hij vraagtekens bij wat voor anderen normaal was. In Australië moest ik dat ook doen.


'Wat Guardiola deed bij Barcelona, en nu bij Bayern, daarvan houd ik ook: anders, uitdagend. Als je ziet wat de vleugelverdedigers doen, dat had ik nog nooit eerder gezien. Ze zijn middenvelders, aanvallers soms. Ik hou van coaches die anderen niet klakkeloos volgen.


'Ook Louis van Gaal is een voorbeeld voor me. Hij gelooft heilig in de manier waarop hij denkt dat voetbal gespeeld moet worden. Ikzelf houd van culturen met aanvallend voetbal. Ik was zelf verdediger, maar als trainer denk ik offensief. Met een defensieve mentaliteit zou het veel makkelijker voor me zijn tijdens het WK. Maar dat wil ik niet. We hebben geen spelers van wereldklasse, maar toch proberen we aan te vallen. Je moet jezelf testen, geloven in wat je doet.'

U heeft geen grote naam als speler. Is dat lastig? Want u heeft als clubcoach veel spelers weggestuurd.

'Voor mij is dat makkelijk, want ik weet wat ik doe. Wat anderen zeggen, beïnvloedt mij niet. Op het eind van de dag zijn de conclusies hetzelfde: als je resultaat haalt, mag je blijven. Anders niet. Je hoeft niet iedereen gelukkig te maken. Doe waarin je gelooft. Het is jammer, als anderen dan teleurgesteld of boos zijn.'

Wat heeft u dan veranderd?

'Bij Brisbane Roar bijvoorbeeld waren veel oudere, ervaren, populaire spelers. Ik geloofde niet dat ze het voetbal konden spelen dat ik wilde, met de mentaliteit die ik wilde. Dus moest ik ze vervangen door jongeren. Ik nam het halverwege het seizoen over. We stonden vierde. Op het eind van het seizoen waren we voorlaatste. De supporters haatten me. Ze vroegen zich af wat ik deed. Ik wilde op balbezit spelen, met snelle, technische spelers. Daarvoor speelden ze fysiek, met lange ballen.


'De eigenaren steunden me. Ik had gezegd: geef me een jaar, dan zul je resultaat zien. In het nieuwe seizoen verloren we één wedstrijd en werden we kampioen. Het jaar daarop: weer kampioen, met 36 ongeslagen duels. De spelers geloofden in mij, de eigenaren ook.'

Hoe was dat voor de fans? Ze kregen elke dag vanillepudding voorgezet en nu opeens chocoladepudding.

'Ja, maar dat maakte niet uit, want ze kenden die chocoladepudding al van wedstrijden uit Europa, op tv. Soms waren ze gefrustreerd, omdat we de bal veel rondspeelden. Dan schreeuwden ze: naar voren, naar voren. Later wilden andere teams ook zo spelen als wij.


'Professioneel voetbal in Australië bestaat in feite pas tien jaar. De passie voor voetbal groeit. In Griekenland was alles anders, merkte ik in dat jaar als trainer van Patras: als de club won, was iedereen gelukkig. Dan was er politie nodig omdat iedereen me wilde kussen. Als je verloor was er ook politie nodig, omdat ze je wilden vermoorden.


'In Australië is een sterke Nederlandse invloed. We hebben Guus Hiddink en Pim Verbeek als bondscoach gehad. Veel Australiërs hebben in Nederland gespeeld, Han Berger is technisch directeur. Ik houd van balbezit, niet te direct spelen. De Britse invloed in ons spel verdwijnt langzaam.'


Postecoglou vertrok uit Athene toen hij vijf was, met zijn ouders en zusje. Zijn vader, meubelmaker, was fanatiek supporter van AEK Athene en gaf de liefde voor voetbal aan hem door, maar in Australië was voetbal sport nummer 3 of 4. 'Mijn ouders emigreerden voor een beter leven, maar ik denk niet dat ze een beter leven kregen. Het was zwaar. Nieuw land, nieuwe taal, geen andere familie.


'Ja, er was een grote Griekse gemeenschap in Melbourne. Dat hielp. Het was frustrerend om als kind op te groeien in een land dat niet van voetbal hield. Kinderen in de klas deden andere sporten. Met andere Griekse jongens formeerden we een team. We droegen rugbyshirts, want ze hadden geen voetbalshirts. Je was een outcast als voetballer. Het WK van 1978 is het eerste dat ik bewust zag, met mijn vader, 's nachts voor tv. Of ik naar bed moest? Nee, niet voor voetbal.


'Ik was geen talent, maar ik was oké. Ik speelde voor de nationale ploeg, had een loopbaan als verdediger en werkte hard als linksback. Ik hield van het spel en bestudeerde het. Als speler was ik al meer geïnteresseerd in tactiek. Zonder twijfel zou ik trainer worden.'

Wat is uw kracht als trainer?

'Kennis. Kennis is macht. Zeker in de wereld van vandaag, waarin jongeren meer vragen stellen dan in de tijd waarin ik opgroeide. Spelers vragen waarom? Dan moet je een antwoord hebben. Mijn hele leven als trainer heb ik geprobeerd antwoorden te vinden. En voor antwoorden heb je kennis nodig.


'Mijn vader gaf me als schooljongen 10 cent mee voor de lunch. Dan gebruikte ik 5 cent voor een krant. Ik wilde lezen over voetbal; de uitslagen in Europa. Ik probeer altijd te leren, te begrijpen, mijn kennis te vergroten. Ik lees veel en zie altijd wedstrijden.


'Ik ontspan terwijl ik wedstrijden zie. Ik hou van de schoonheid van het spel en de onvoorspelbaarheid. Je weet nooit wat je ziet. Je kunt magie zien of rotzooi, je kunt onvoorspelbare wedstrijden zien of juist niet. Het is als een thriller. In veel andere sporten heb je een sterk team en een zwak team, dan weet je wel ongeveer wat er gebeurt. In voetbal is dat anders.'

In de nationale ploeg doet u nu hetzelfde als in uw clubteams. Ander voetbal laten spelen. En een generatie heeft afscheid genomen.

'Kewell, Viduka, Lucas Neill, Schwarzer, Cahill, dat was onze beste generatie voetballers. We hebben die spelers bijna allemaal vervangen en we geven jongeren kansen. We hebben weinig spelers in de topliga's, maar er is talent. De profliga is pas tien jaar oud, langzaam komen de spelers door. Dat is lastig voor dit WK. Het is ook mijn moeilijkste opdracht. In het volgende WK heb ik alle vertrouwen, maar we moeten hier even doorheen.'


CV


1965 geboren als Angelos Postecoglou (roepnaam Ange) op 27 augustus in Athene.


1970 met ouders en zus naar Australië geëmigreerd.


1984-1993 voetballer bij South Melbourne, vier interlands Australië.


1996-2000 trainer van South Melbourne.


2000-2007 bondscoach onder 20 en onder 17.


2008 Panachaiki Patras.


2009-2012 Brisbane Roar.


2012-2013 Melbourne Victory.


Oktober 2013 opvolger van de ontslagen Holger Osieck. Contract tot 2018.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden