Column

Dit was het jaar van de sterke man

Bij diverse wereldleiders met een sterke autocratische inslag kun je lang blijven hopen dat hun ego toch is uitgerust met een minimum aan politieke schroom. Maar dan gebeurt er iets waardoor je weet dat die hoop ijdel is.

Neem Vladimir Poetin. Nu hij de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un heeft uitgenodigd om volgend jaar de viering van de overwinning op nazi-Duitsland te komen bijwonen, is er geen twijfel mogelijk: hij deugt echt niet. Diplomatieke betrekkingen onderhouden met een abject regime is één ding, maar het geeft ten ene male geen pas om voor het boegbeeld van een tirannieke kliek die schuldig is aan massamoord op de eigen bevolking, een ereplaats bij een officiële herdenking in te ruimen.

Tweede voorbeeld: Recep Tayyip Erdogan. Veel van zijn daden in de afgelopen jaren vallen nog enigszins te verklaren vanuit de Turkse politieke cultuur en het verzet tegen de repressieve trekken van het kemalisme. Maar sinds hij zich een presidentieel paleis heeft aangemeten dat groter is dan het Kremlin, ja groter dan het pronkkasteel van zonnekoning Lodewijk XIV in Versailles, kan de conclusie niet anders luiden dan dat de macht de Turkse president totaal naar het hoofd is gestegen.

Poetin, Kim Jong-un, Erdogan, de Egyptische president Abdul Fatah al-Sisi en, last but not least, Xi Jinping hebben een zo zwaar stempel gedrukt op het aanzien van 2014, dat je gerust mag spreken van het jaar van de sterke man. Daarmee is niet gezegd dat ze alle vijf uit hetzelfde hout zijn gesneden. Noch dat ze het goed kunnen vinden met elkaar. Alle strategische dwarsverbanden ten spijt, is er een wereld van verschil tussen Poetin en Xi. Erdogan en Al-Sisi kunnen elkaar nauwelijks luchten of zien. En Kim Jong-un is helemaal een geval apart.

Maar wat hen verbindt, is de rotsvaste overtuiging dat ze gerechtigd, ja zelfs geroepen zijn tot maximale machtsuitoefening. In de jongste editie van Foreign Affairs wordt Xi door China-expert Elizabeth Economy gekenschetst als een 'keizerlijke president'. Hij heeft meer macht naar zich toe getrokken dan zijn voorgangers. Hij heeft een ambitieuze agenda die sterk nationalistisch is gekleurd.

In verschillende varianten geldt dit ook voor de andere vier. Stuk voor stuk hebben ze de wil getoond tot het nemen van draconische maatregelen om oppositionele krachten uit te schakelen of tenminste het zwijgen op te leggen. En ze staan wantrouwig tegenover westerse politieke waarden aangaande de rechtsstaat en burgerrechten, al volgen ze soms wel formele democratische procedures. Met name Poetin en Erdogan beschouwen het Westen als een ontaard en verweekt avondland, waaraan hun eigen naties zich vooral niet moeten spiegelen.

Voor het Westen, waar nog niet zo lang geleden door velen werd gedroomd van een wereld waarin de liberale democratie een onstuitbare opmars maakt, blijft dat een moeilijk te verteren ervaring. Voor Europa nog wel het meest. 'De post-modernisten van het continent hebben er nog steeds moeite mee om de wereld te nemen zoals hij is en niet zoals ze hem graag hadden gezien', stelde Financial Times-columnist Philip Stephens onlangs vast. Bij het ingaan van 2015 oogt de internationale constellatie vaak meer als een negentiende-eeuwse statencompetitie, compleet met invloedssferen en wisselende coalities, dan als de harmonieuze multilaterale orde die zich twintig jaar geleden leek aan te dienen.

Kleine troost: de sterke mannen blijken toch niet onkwetsbaar. Door de combinatie van westerse sancties en dalende olieprijzen heeft de Russische economie zwaardere averij opgelopen dan tot voor kort was gedacht. Het zal Poetin niet meteen op andere gedachten brengen, maar zijn positie is onmiskenbaar verzwakt. Al-Sisi trekt zich weinig aan van de kritiek op zijn brute optreden tegen hele en halve tegenstanders, maar de binnenlandse orde vergt veel van zijn aandacht en aan de EgyptischIsraëlische vrede, een van de weinige bakens in het Midden-Oosten, wordt door hem niet getornd. Erdogan moge lijden aan grootheidswaan, maar zijn buitenlandse politiek is feitelijk een echec en zijn prestige is ook in de eigen regio sterk gedaald.

Zo bezien hebben we misschien toch het meest te duchten van de sterke mannen in het Verre Oosten. In het geval van Kim vooral vanwege de onberekenbaarheid van diens bewind. In het geval van Xi vanwege onderschatting van diens aspiraties door een buitenwereld die nog steeds in ban is van het Chinese economische succes; en vanwege het gevaar dat per definitie opdoemt als een jonge, autocratisch geleide grootmacht de tijd gekomen acht om de zaken naar zijn hand te zetten.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant.

Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden