Dit was Hendrik-Jan de Stuntman

Jos van Wees vormt samen met zijn broer het theaterduo Hendrick-Jan de Stuntman. Tot het laatste Oerol-festival ging het stunten goed....

Vanwege het mooie weer was het druk op het terras voor het Revalidatiecentrum Amsterdam. Sommige patiënten werden door het verplegend personeel letterlijk in het zonnetje gezet. Een man met lang grijs haar wenkte me. Hij had geen benen meer. Of ik een shagje voor hem wilde draaien?

Natuurlijk. Graag zelfs. Ik was nog nooit in een revalidatiecentrum geweest en dit was een makkelijke manier om een praatje te maken. Ik zocht Jos.

'Nooit van gehoord', zei de man.

'Hij is stuntman', zei ik.

'Ja, dat zal wel', zei de man. 'Stunt mislukt zeker?'

'Zoiets', zei ik.

Hij kende geen stuntman. Wel iemand die van een steiger was gevallen. Die had een dwarslaesie en lag ook wel eens buiten. Dan telde hij de auto's die over de Overtoom reden.

Een forse mevrouw werd door haar dochter bij het tafeltje naast ons geparkeerd. De dochter zakte zuchtend in een van de plastic stoelen, keek naar haar moeder en zei: 'Zo, die kan weer roken.' 'Inderdaad', zei de forse mevrouw en ze haalde van onder de blokjesdeken over haar benen een pakje Marlboro Light tevoorschijn.

De dochter: 'En? Hoe gaat het nou?' 'Nou, weer getraind, hè', zei de forse mevrouw. 'Rolstoelrijden, overschuiven van rolstoel naar bed, mezelf aankleden...'

Hoge stellage

De verpleegster bij de balie was erg aardig. Ze kende Jos en wist ook waar hij niet was: 'Op zijn kamer.'

Ze raadde me aan zijn mobiel te bellen. Ik kreeg zijn nummer, belde en hoorde een ingesproken boodschap. 'Hallo... Nou, ik lig dus aan de Overtoom. Kamer 118. En als ik daar niet ben, zit ik in de tuin. Dat is door het restaurant en dan onder de eerste boom rechts.'

Het was even zoeken, maar Jos van Wees (38) zat inderdaad onder een boom. Hij droeg een gele joggingbroek en een rode blouse. Zijn colbertje hing over de zitting van zijn elektrische rolstoel.

De laatste keer dat ik hem had gezien, was op Oerol. Daar trad hij op met zijn broer Mark, met wie hij nu al tien jaar het theaterduo Hendrick-Jan de Stuntman vormde. Jos hing er aan touwen tussen twee auto's en stond even later op een acht meter hoge stellage. Een dag later zou die stunt mislukken.

'Wat mij is overkomen, is ongelooflijk', zei Jos. 'De veiligheidspal van het ene koord heeft het slot van het andere reddingskoord opengedrukt. De kans dat zoiets gebeurt, is ÉÉn op een miljoen. Dit was mijn eerste ongeluk. Ik had nog nooit iets gebroken. En dat is voor een stuntman ook niet echt normaal.'

Hij was vandaag naar het AMC geweest voor r*ntgenfoto's en hij had er ook een handbewogen rolstoel geprobeerd. Hij vatte het bezoek als volgt samen: 'De foto's waren goed en de stoel was fantastisch. Ik heb een gebroken pols, twee gebroken hielen, een gebroken bekken, een gebroken ruggengraat... Ze hebben alles weer aan elkaar geschroefd. Ik mag me drie maanden niet bewegen. Nul procent belasting, hebben de artsen gezegd. En daarna gaat alles het weer doen als het goed is. Behalve dan misschien de pols.'

Jos ging bier halen. Daarna spraken we over de stunt. Hij liet me een persbericht lezen dat ze speciaal voor de voorstelling op Oerol hadden geschreven. '25 jaar geleden opende het Oerolfestival met de stunt ”Chinese Table”. Dat ging toen waanzinnig fout. Iets ouder en wijzer probeert Hendrick-Jan de Stuntman het 25 jaar later nog een keer. Dit openluchtspektakel zoemt in en uit op de stuntmannen. Genadeloos en gevoelig legt het de trots en twijfels bloot van de stuntmannen. Wat gaat er allemaal door de tere ziel van een stuntman voor, tijdens en na zijn huiveringwekkende huis-, tuin- en keukenstunts?'

Jos: 'De bedoeling was dat mijn broer Mark met een blinddoek om achter het stuur van een Fiat Panda een acht meter hoge stellage om zou rijden, waarna ik aan een veiligheidskoord naar beneden zou vallen. Nou, dat touw deed het dus niet. Eerst zou de voorstelling op een grasveld zijn, maar dat mocht niet van de brandweer. We waren verplaatst naar een parkeerterrein dat Paal 8 heette. Daar was het brandveiliger, maar voor mij pakte de nieuwe ondergrond minder prettig uit. Er waren die dag vijfhonderd bezoekers. Ze klapten in eerste instantie omdat de stunt er goed uit zag. Gelukkig was er een dokter in de zaal. Die zag meteen dat er iets mis was. Hij constateerde allemaal breuken. Toen ben ik met een traumahelikopter naar het ziekenhuis in Groningen gebracht. Ik heb er twee weken op zo'n kantelbed gelegen. Ik zat onder de medicijnen en mocht me niet bewegen. Ik werd er helemaal gek. Hallucineerde en wilde zo snel mogelijk naar Amsterdam. Ik kon de mensen daar ook helemaal niet verstaan. Sinds ik hier ben, gaat het beter. Je hebt hier alles: een zwembad, fitnessruimte, knutselhoek. Ik probeer me actief op te stellen: ik heb me ingeschreven voor rolstoel-yoga en boogschieten. Maar ideaal is zo'n omgeving natuurlijk niet voor een stuntman.'

Niet verzekerd

Een week later. Jos zat weer onder de boom in de tuin van het revalidatiecentrum. Hij was blij, want hij had die ochtend gezwommen. Hij vertelde over het zwembad. 'Daar word je dus ingezet en dan laten ze de bodem zakken tot ÉÉn meter zestig. Ik heb door het water gewandeld. Dat was toch wel een hoogtepunt. Ik heb nu zoiets van: zit niet te sikkeneuren, je hebt een geweldig leven.'

Zijn broer Marc was terug van vakantie. Hij wandelde de tuin in met een dienblad met verse jus d'orange en broodjes. Hij begon meteen te praten over de nieuwe voorstelling, waarmee ze straks, wanneer Jos genezen was, voor het eerst in de theaters zouden staan.

Jos: 'Laat maar joh, hij is alleen geïnteresseerd in het ongeluk.'

Marc: 'O, het ongeluk. Nou, ik zag meteen dat het niet goed was. Ik dacht: eerst al die mensen weg. Ik zei: ”Dames en heren, dit was Hendrick-Jan de Stuntman.” Ja, en daar lag ie dan. In het begin weet je nog niet hoe erg het is. Daarna ben ik op vakantie gegaan.'

Jos: 'Hij had gezegd: ik rij naar het zuiden. Een week later belde hij. Zat ie in Zeeland op een camping.' Omdat ze niet verzekerd waren voor ongelukken hadden ze even geen inkomen. 'Is wel een tip voor andere stuntmannen', zei Jos. 'Verzekeren is zo gek nog niet.'

Gelukkig hadden ze altijd geld apart gelegd voor het maken van nieuwe voorstellingen. Daar leefden ze nu van. De collega's van de Parade hadden een benefietavond voor ze georganiseerd. 'Ze hebben ingezameld en spullen geveild. Dat deed me wel wat', zei Jos.

'We zouden daar een voorstelling doen, die Safety First heet', zei Marc. 'Die zou gaan over een stuntman die geen enkel risico wenst te nemen. Beetje ironisch misschien.'

In het revalidatiecentrum kenden ze hem inmiddels allemaal. Er waren stukken over hem geschreven en AT5 had een itempje over hem gemaakt. 'Die kwamen hier met een cameraploeg eten voor me brengen. 's Avonds na het journaal hebben we het met de hele afdeling gekeken. Het schijnt wel bijzonder te zijn dat hier een stuntman ligt.'

Er was hem gevraagd of hij wilde optreden als hij weer beter was, maar dat zag hij niet zitten. 'Een stuntman in een revalidatiecentrum, ik vind het niks... Niet iedereen hier zit op een stuntman te wachten. Deze omgeving leent zich daar niet voor. Ik ben d'r eerlijk gezegd ook niet zo mee bezig. Ik wil vooral beter worden.'

Brommer

Op het asfalt passeerden rolstoelers. 'Rolstoelles', zei Jos. 'Ze hebben hier een soort circuitje uitgezet. Dat hoef ik gelukkig niet te doen. Als het goed is, doet alles het straks weer. Ik moet dáárop.' Hij wees naar een oefentrap. Daarop was nu een vrouw bezig met twee begeleiders. Jos: 'Ik kan niet wachten.'

Zijn vrouw belde. Ze had een brommer geregeld voor de foto, want ze wilden geen zielige foto's meer in kranten en tijdschriften. Het moest grappig zijn. 'Ze komt 'm brengen', zei Jos. 'Ze wil ook de hele tijd schoenen voor me kopen.' We keken naar zijn voeten. Daar zaten geiten-wollen-sokken om. Marc: 'Eerst maar eens slofjes.'

Marc had een multomap meegenomen. Daarin waren alle hoogtepunten van Hendrick-Jan de Stuntman verzameld.

'Ja, een hele map', zei Marc. 'Als je zegt dat je theatermaker en stuntman bent, is de standaardreactie: ”O, leuk. En wat doe je ernaast?” Nou, niets dus. We doen dit fulltime.'

Jos: 'Stuntman is het enige wat ik kan. Wat was ik anders geworden? Vuilnisman of fietsenmaker. Ik was in ieder geval niet in de politiek en niet bij de politie gegaan.'

We bladerden door de map. Het ding zat vol foto's, krantenartikelen en uitspraken van de twee. Zo zei Jos ooit tegen het Utrechts Nieuwsblad: 'Wij zijn vrijestijlstunters zonder opleiding. We weten wat we doen. Hoe ging het spreekwoord ook al weer? Een slechte stuntman is een dode stuntman.'

Crashen

Marc en Jos groeiden op in Slotervaart in een gezin van vijf kinderen. Moeder stond er alleen voor, want vader was 'gek'. Jos: 'Zo noemden we dat. Hij was manisch depressief en schizofreen.'

Ze waren vaak op straat en keken naar de jongleurs op het Leidseplein. 'Dat wilden wij ook', zei Marc. En dus begonnen ze aan een carrière als straatartiest. Toen Marc op zijn achttiende zijn rijbewijs haalde, kochten ze een autobus. 'We gingen op tournee', zei Jos. 'Naar Frankrijk en Spanje en zo.'

Al snel deden ze ook aan mime. 'Dat kwam ook doordat we de talen niet spraken', zei Marc. 'Ik bedoel: ik heb mavo en hij heeft z'n ivko niet afgemaakt.'

Jos: 'Individueel Voorgezet Kunstzinnig Onderwijs was dat.'

Marc: 'Later begonnen we onze reizen vaak in Zwitserland.'

Jos: 'Ja, want die frank stond lekker sterk. Hadden we een buffer voor de rest van de zomer. We jongleerden met alles: messen, flessen, fakkels, kettingen...'

Marc: 'Het straatartiestenbestaan was keihard. Vaak crashten we ergens. Crashen is onuitgenodigd ergens komen spelen. Als je met een bus Parijs binnentrekt, staan je collega's niet bepaald te juichen langs de weg.'

Tien jaar geleden hadden ze genoeg van al het reizen. Joop Mulder, de baas van Oerol, vroeg ze om een show te maken. De Parade volgde snel. Sindsdien noemen ze zich Hendrick-Jan de Stuntman. 'Vroeger had je zo'n commercial. Van Hendrick-Jan de Tuinman', zei Marc. 'Daar hebben we ons door laten inspireren.'

Jos: 'Onze moeder was enthousiast. Ze zei: ”Zijn jullie tenminste van de straat.”'

Jos moest naar fysiotherapie, maar eerst gaf hij nog een rondleiding.

'Nou dit is dus de kantine', zei hij in de kantine. Daarna reed hij naar de lift. Onderweg werd hij aangesproken door een verpleger over de cursus handboogschieten.

'Dat is leuk, joh', zei de verpleger. 'Er hangt een groot scherm dat alle pijlen opvangt. Dus er kan niets gebeuren.'

'Ik heb me al ingeschreven', zei Jos. 'Ook voor het rolstoelyoga trouwens.' De verpleger vond dit 'geweldig nieuws' en stak zijn duim omhoog.

Rolstoel

Op het prikbord bij de liften hingen oproepen van mensen die aan woningruil wilden doen. Ze zochten vooral aangepaste woningen binnen de ringweg. Er hing ook een mededeling van de personeelsvereniging. Het jaarlijkse uitje was dit jaar een boottocht naar het eiland Pampus. Inclusief heerlijke lunch.

'Ik ben wel anders naar de verpleging gaan kijken', zei Jos. 'Die mensen werken echt keihard. Marc en ik werken ook hard, maar wij zitten ook ochtenden lang alleen maar koffie te drinken in de werkplaats. Net zo lang totdat we een goed idee hebben. Hier drinken ze koffie tussen twaalf en half een.'

In de lift stond een oudere man. Hij had op zijn rollator een bord staan waarop een kroket lag. Op zijn servet stond 'smakelijk eten!'

'Ik haal iedere dag een kroket', zei de man. 'Die kosten hier een euro. Dat vind ik niet duur. En zo heb ik toch mijn loopje. De man sloeg met de hand op zijn broek. 'Weer een nieuwe heup. De ouwe nieuwe heup hep vijf jaar scheef gezeten. Dat hebben ze laatst ontdekt.'

Op zijn kamer zei Jos: 'Toch vreemd dat ik hier nu zit. Tijdens Oerol verkochten we lootjes voor een prijsvraag. De hoofdprijs, een voetenmassagebadje, werd gewonnen door een vrouw in een rolstoel. ”Lekker toch”, zei ik. ”Voor als je terugkomt van een stevige boswandeling.” Die grap wilde ik per se maken. Nu zit ik zelf in zo'n ding.'

De fysiotherapie ging goed. Jos kon zijn onderbeen weer bewegen. Een verpleegster kwam vertellen dat er bezoek was.

Samen met Marc liep ik naar de receptie. Daar stonden de vrouw en het zoontje van Jos. Ze kwamen de brommer brengen voor de foto.

'Geen zielige foto', zei Marc. 'Als je hier om je heen kijkt, hebben we geluk gehad. We kunnen straks weer aan het werk. Hendrick-Jan de Stuntman gaat gewoon door.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden