Dit repareren we nooit

Nu de economische storm lijkt te gaan liggen, is de tijd rijp om het dak te dichten. Maar in plaats daarvan zijn de eerste extra uitgaven al weer aangekondigd. Waarom is er nooit iets nieuws onder de zon?

Alexander Pechtold vindt dat het nu tijd is voor lastenverlichting. Waarom? Nou, dat hebben de mensen verdiend, zegt de D66-leider. De afgelopen jaren hebben burgers tientallen miljarden euro's meer belasting betaald, nu mogen ze daar wel eens een miljard van terugkrijgen.


Pechtold is niet alleen. Alle vertegenwoordigers van de vijf partijen die precies een jaar geleden nog onderhandelden over extra bezuinigingen, hebben het roer omgegooid: ze willen het bij de begrotingsgesprekken die nu bezig zijn, hebben over geld uitdelen. Omdat de economie een klein beetje groeit, is extra bezuinigen niet meer nodig. De PvdA wil wat geven aan de laagste inkomens, de ChristenUnie aan de zorg en de SGP vindt dit een mooi moment om het militaire apparaat tegemoet te komen.


Zelfs de VVD, de zelfgekroonde kampioen overheidsfinanciën op orde, potverteert mee. Ze hebben hun buit al binnen: mensen met een hoger inkomen gaan een half miljard minder belasting betalen.


Een waterig economisch zonnetje breekt nu door. Dan zouden de onderhandelaars in het ministerie van Financiën toch meteen de lift pakken naar het dak om dat te repareren? In plaats daarvan gooien ze de hamers en spijkers weg die ze vorig jaar in de regen ter hand hebben genomen. Wat is dat met politici? Hebben ze ooit wel eens gedaan wat president Kennedy in 1963 voorschreef en wat sindsdien ook aan het Binnenhof een cliché is geworden? 'The time to repair the roof is when the sun is shining.'


Dakdekker

Dan moeten we eerst vaststellen wat dat precies is: een dak. En repareren. De schijnende zon is makkelijk. Dat is een economie die groeit. En als het regent, krimpt of groeit die minder hard. Aan die conjunctuur kun je niks doen, zegt de langstzittende minister van Financiën Gerrit Zalm. 'Dat is god given.'


Het dak, dat zijn de overheidsfinanciën. Meer specifiek: de overheidsuitgaven, 260 miljard euro liefst.


Dat 'repareren', daarover lopen de meningen uiteen. Maar wij volgen hier de logica van de dakdekker: die repareert bij goed weer één keer, voor al die andere keren dat het gaat regenen. Repareren als de zon schijnt, is dus een tekort op de begroting wegwerken door in goede tijden minder uit te geven. Bijvoorbeeld door de staatsschuld af te lossen om minder aan rente te betalen.


Hebben we zulke reparaties gezien sinds de Tweede Wereldoorlog? Zijn in hoogconjunctuur wel eens de overheidsuitgaven drastisch en duurzaam teruggebracht?


Nee.


Tijdens de wederopbouw stegen de collectieve uitgaven onvermijdelijk en de economie groeide mee. Het land moest immers worden opgebouwd. In de vrolijke jaren zestig en zeventig werd de overheid nog groter. Bedwelmd door gasgeld liet kabinet na kabinet het tekort op de begroting torenhoog oplopen.


Hagelbui

In de jaren tachtig ontspoorden de overheidsfinanciën volledig. De correctie vond pas plaats tijdens de zware recessie die volgde. Precies het tegenovergestelde dus: een reparatie in een langdurige hagelbui.


In de jaren negentig onder de paarse kabinetten en bij enorme economische bloei leek het te lukken. Maar de electorale verleiding was niet te weerstaan en er was ook zo veel geld: iedereen kreeg wat. De economie raakte bijna oververhit.


De jaren nul toonden een heel bijzondere variant: radicaal bezuinigen in een slechte economie. Als je de metafoor wilt doortrekken, dan werd er zodanig aan het dak geknutseld dat het op de een of andere manier harder ging regenen. De staatsschuld en het begrotingstekort, die immers worden uitgedrukt als percentage van die bijna krimpende economie, werden nog groter. Gevolg: nog harder bezuinigen.


De uitgaven beperken, bezuinigen, kortom: het dak repareren, is altijd impopulair. Als de zon schijnt willen kiezers een welvaartstoename ervaren, als het regent willen ze het niet slechter hebben. En er is altijd wel een verkiezing aanstaande. Het politieke tempo ligt nu eenmaal hoger dan het economische. De metronoom van verkiezingen tikt sneller dan het op en neer van de hoog- en laagconjunctuur.


En al zouden politiek en economie synchroon lopen, in coalitieland Nederland onderhandelen zeer uiteenlopende partijen over een begroting. Op dit moment liefst vijf. Dat zijn er veel als ze het eens moeten worden over die drie elementen: wat is het dak, wat is repareren en schijnt die zon nu of voel ik daar een druppel?


Gerrit Zalm ervoer dat aan den lijve. Hij en zijn VVD wilden in de jaren negentig de uitgaven beperken. Zijn paarse vrienden PvdA en D66 niet. En de kiezer ook niet. Zalm haalde bakzeil. Na twaalf jaar ministerschap snapte hij waarom: 'Volgens de economentheorie moet je het dak repareren als de zon schijnt, maar de political economy zegt: waarom zouden we het dak repareren zolang het niet regent?'


1 WEDEROPBOUW: A PERFECT STORM

Nederland ligt na de oorlog in gruzelementen. Kapotte infrastructuur, onbruikbare landbouwgrond door inundatie, ontmantelde fabrieken. Bijna alle treinen zijn gestolen. Niemand twijfelt, politici krijgen de vrije hand als ze het land er maar bovenop brengen. Die consensus is er daarvoor en daarna nooit meer geweest.


Bezien door een theoretische bril is in de eerste na-oorlogse jaren het dak gerepareerd terwijl de zon schijnt. Maar dat de economie groeit, is logisch, want van niets naar bijna niets is ook groei. En kun je nog wel van reparatiespreken als er geen dak meer is?


Nederland krijgt 1 miljard dollar aan Marshall-hulp.


Minstens zo belangrijk is dat de open economie van Nederland profiteert van opkrabbelende buurlanden. En dat de vakbonden lage lonen accepteren.


De wederopbouwjaren maken duidelijk dat politiek en kiezer het eens moeten zijn over de doelstelling van de overheid voordat met het repareren van het dak wordt begonnen.


Dat is eindig: na tien jaar ploeteren en beknibbelen vindt de Nederlander het tijd om de bloemetjes buiten te zetten en geen politicus die hem dat durft te ontzeggen.


2 ZIJLSTRANORM: WEELDE IS NIET TE DRAGEN

De explosieve economische groei na de wederopbouw is verleidelijk. Kabinetten geven steeds meer uit om de conjunctuur in de electoraal wenselijke richting te sturen. In 1958 valt het kabinet daarover en verschijnt Jelle Zijlstra als nieuwe minister van Financiën om die overheidsuitgaven eens flink te beteugelen. Hij doet een manhaftige poging tot wat hij noemt structureel begrotingsbeleid. In plaats van met de overheidsuitgaven jaarlijks te reageren op de economische op- en neergang, stelt Zijlstra op basis van de verwachte economische trend een begroting voor een hele kabinetsperiode op. De Zijlstranorm vormt een financiële afspraak waar iedereen zich vier jaar lang aan moet houden.


Kabinetten in de jaren zestig en zeventig houden zich niet aan die afspraak. Steeds worden de regels opgerekt of nieuwe toegevoegd. Zijlstra zelf ziet een overschot op de overheidsbegroting omslaan in een tekort.


Het doel van de Zijlstranorm, het beteugelen van de uitgaven, wordt van geen kant gehaald. Zelfs uitgedrukt als percentage van de elk jaar flink groter wordende economie, groeien de overheidsuitgaven. Maar zonder Zijlstra was Nederland mogelijk op een faillissement afgekoerst zodra de economie weer ging afkoelen.


3 GASGELD: FEESTEN TOT JE ERBIJ NEERVALT

Bijna de hele Nederlandse economie blijkt in de grond onder Slochteren te zitten. In de jaren zeventig stelt het kabinet vast dat de gasbel vrijwel evenveel waard is als de economie groot (nu: een vijfde).


Dat gasgeld geven kabinetten aan alles uit, behalve aan de reparatie van het dak. Ook als de economie door een oliecrisis dipt, gaan geen alarmbellen af. Evenmin gebeurt dat als door een andere begrootmethode blijkt dat het overheidstekort krankjorum hoog is. Er komt een regel om dat tekort terug te brengen, maar tijdelijk mag ervan worden afgeweken. Tijdelijk wordt altijd. Het is een zootje.


Dan is in de jaren tachtig een enorme depressie in aantocht. Minister van Financiën Andriessen ziet haar komen, wil fors bezuinigen, maar staat alleen en neemt ontslag. Zelden ging het economisch zo slecht, maar premier Van Agt laat de uitgaven volledig uit de hand lopen, de overheid vormt dan liefst 60 procent van de economie. Lubbers verlost Van Agt uit zijn lijden en bespaart zo goed en zo kwaad als het gaat. Maar als de economie vier jaar later aantrekt, draait Lubbers al zijn bezuinigingen terug.


4 ZALMNORM: 'IK BEN TE AARDIG'

Vol goede voornemens begint VVD'er Gerrit Zalm in 1994 aan zijn nieuwe baan: minister van Financiën. 'De romantische boekhouder' gaat uit van een gematigde economische groei. Tegelijk wil Zalm vrij stevig bezuinigen. Vooral op de sociale zekerheid, de WW en WAO. Hervormingen zegt hij, versoberingen bedoelt hij.


Het lijkt een paar jaar alsof het Zalm gaat lukken, het dak repareren in de zon. Hij weet de overheidsuitgaven en de staatsschuld fors terug te brengen - althans, relatief. Op Prinsjesdag 2000 presenteert Zalm een 'gênant mooie begroting', eentje met een overschot, geen tekort. Voor het eerst in bijna een halve eeuw. Zalm is de beste minister van Financiën ooit.


De minst slechte, blikt hij aan het eind van zijn lange ministerschap terug. 'Iedereen die zegt dat ik te soft ben geweest, heeft gelijk.' Zalm vindt zichzelf te aardig om collegaministers te vragen om bezuinigingen.


En zijn unieke overschot blijkt te klein om de latere, veel grotere tekorten op te vangen. De ingrepen die Zalm zo graag wil doen in de jaren negentig, lukken pas tien jaar later. Waarom? De economie is inmiddels weer ingezakt.


5 CRISIS: GESMOORDE GOEDE VOORNEMENS

'Nu de zon begint te schijnen, is het Nederlandse dak alweer op orde', schrijft Zalms opvolger, PvdA'er Wouter Bos, in zijn Miljoenennota 2007. Pas een volgend kabinet moet van Bos over vier jaar maar eens 'vergrijzingsbestendige isolatie' aanbrengen.


Dat het Nederlandse dak helemaal niet op orde is, valt de zelfgenoegzame minister niet aan te rekenen. Een ongekende crisis landt eind 2008 in Europa. Bos voorkomt de ineenstorting van de uit de kluiten gewassen Nederlandse financiële sector, ten koste van een razendsnelle stijging van de staatsschuld.


Een financiële crisis duurt langer dan een 'gewone', maar nu, na ruim vijf jaar, lijkt-ie voorbij. Het begrotingstekort is hoog, zij het minder dan het Brusselse maximum. En de staatsschuld blijft door dat tekort stijgen, zelfs relatief aan de groeiende economie.


Dit lijkt dus weer het moment voor reparatie. Van het dak. Want de zon breekt nu door. Maar de vijf partijen die meepraten, hebben daartoe geen plannen. Ze willen meer uitgeven en minder belasting heffen. In plaats van dat hij ze met hamers en spijkers het dak op jaagt, zegt Bos' opvolger Dijsselbloem: ik zal daarnaar kijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden